Mijn zoontje wilde zijn skipak niet aan. Het was zonnig maar koud, en een uur op de fiets en aan de Amstel staan om naar de stoomboot te zwaaien kan voor een kleine jongen zoals hij erg koud zijn.
Ik vind het spannend, zei hij.
Hij had het niet over Sinterklaas maar over zijn skipak. Die dikke broek met die riemen, dat vond hij spannend.
Dan ga je zonder skipak.
We fietsten naar de Amstel. Hij zwaaide naar de Sint. Eerst kwam er een Pietenboot, toen de boot waar de Sint op stond.
Er waren heel veel bootjes op de Amstel. Ze gingen allemaal de stoomboot achterna. Een roeiboot ging de andere kant op. Mijn zoontje zei: Zij gaan verkeerd.
Toen loeide de stoomfluit nog een keer en gingen we koffie drinken. Het was heel druk in het koffiehuis.
Mijn dochter deed een spelletje op haar telefoon. Mijn zoontje bracht de kopjes en glazen een voor een terug naar de bar.
Op de terugweg zong hij een liedje. Hij zei: Dat is een carnavalsliedje.
Hij had het niet koud.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen