Bij de boekpresentatie van Arnon Grunbergs nieuwste roman Bezette gebieden spraken Iki Freud en René Diekstra met de schrijver over zelfdoding. Geen zelfmoord, zei Diekstra, het is geen moord. Daar was hij erg stellig over. Het woord zelfmoord moest verboden worden. Grunberg zei direct dat zoiets vergaand is. Ik denk dat zo lang je andere mensen doodmaken ‘moord’ noemt, dat jezelf doodmaken ‘zelfmoord’ mag heten. Je vermoordt jezelf.
Er werd heel slim en gevat gesproken, vermakelijk ook. Een zwaar onderwerp in een volle zaal lucht geven, dat is knap.
Freud stelde dat ze haar kinderen niet tot last wil zijn als ze bepaalde dingen niet meer kan. Ze wil haar man ook niet tot last zijn. Zelfmoord is een belangrijke optie, het geeft je de mogelijkheid je kinderen of man te ontzien.
Toen ik later de zaal uitliep dacht ik: Als Freud niet wil dat haar kinderen voor haar zorgen, later, wilde zij dan wel voor haar kinderen zorgen toen zij klein waren?
Verder kwamen een paar mooie oneliners langs die goed passen bij Grunbergs werk.
Bijvoorbeeld de definitie ‘liefde is een partner zoeken die past bij jouw probleem.’
En: ‘seksualiteit is ontvluchten aan de macht van de moeder.’
Interessant, klinkt lekker vlot. Gelukkig gaat dat allemaal onbewust.
Mijn idee: het zoeken van een partner is geen rationele bezigheid. Het gebeurt, je moet een beetje geluk hebben, er ontstaat iets moois, en opeens ben je zeven jaar verder, zit je samen in een eigen huis en loopt er een kindje rond. Al die tijd heb ik me nooit afgevraagd of mijn partner wel bij mijn probleem past. Ik zou eerst moeten weten wat mijn probleem is. Ik weet niet of ik dat wel wil weten.
Daarnaast heb ik ook nooit het idee dat mijn moeder een mysterieuze macht over me heeft waarvoor ik weg moet lopen, en ook denk ik dat seks daarvoor niet het meest geschikte middel is.
Onbewust. Het kan allemaal onbewust zo zijn, in theorie. Blijft nog steeds de vraag wat ik ermee opschiet als dit soort zaken aan het licht komen.
Is het oplossen van problemen die nog geen problemen zijn in feite niet het maken van problemen?

Het gesprek tussen Grunberg en Freud ging over de relatie tussen moeders en zonen. Gelukkig maakte Freud haar verhaal persoonlijk door over zichzelf te praten en niet in algemene termen. ‘Een man zoekt een partner waarin hij zijn moeder herkent.’
Dat type uitspraken doet het goed in een zaaltje tijdens een presentatie, maar er zijn ook mannen die een man als partner zoeken en nu kun je ook in een man je moeder herkennen, de stelling ging vooral over hetero’s.
Diekstra sprak over zelfdoding en wachtlijsten. Over hoe we in dit land die zaken organiseren. Hij vergat de rol van de patiënt. Een meisje dat problemen heeft en zestien maanden op een wachtlijst staat, dat is schrijnend. Hij vertelde niet dat er erg veel patiënten zijn die helemaal niet mee willen werken aan een behandeling. Daarom kost het zo vreselijk veel tijd om een behandeling alleen al gestart te krijgen. Die rol van de patiënt maakt de aandoening dubbel schrijnend en werkt wachtlijsten in de hand.
Als je je been gebroken hebt moet je soms ook wachten op een behandeling, voor een röntgenfoto, een specialist, een gipsdraaier. Maar vrijwel altijd gaan mensen met een gebroken been vrijwillig en zo spoedig mogelijk een behandeling aan.
Mensen met psychische problemen hebben soms zelf totaal geen inzicht in hun problemen, wijzen behandelingen of andere oplossingen af, bepalen zelf doseringen van medicijnen, komen niet opdagen bij afspraken, enzovoort.
Hoe wij dit organiseren is voornamelijk gebaseerd op meegaan in dat patroon. Een iets duidelijkere houding van de behandelaars zal alle wachtlijsten doen vervagen. Wil je behandeld worden? Meld je dan maandag om negen uur daar en daar. Kom je niet dan mag de volgende komen.
Maak van de wachtlijsten een vergaarbak voor patiënten die liever wachten dan behandeld worden, dan doet de naam de verzameling eer aan.

Dat dacht ik toen ik de stad doorfietste, na de presentatie. Het was erg interessant. Ik ben geen psycholoog. Ik ben geen psychiater.
Mijn gedachten over zelfdoding, zorg, partnerkeuze, moeder-zoon relaties, wachtlijsten en andere problemen zijn eenvoudig en zonder pretenties. Schrijven over deze zaken kan een reactie opleveren: dat ieder woord erop wijst dat ik zelf zo’n aandoening heb.
Ik wil geen patiënt zijn. Ik ben een schrijver die zich op de fiets achter het Centraal station gelukkig prees dat ik deze gedachten voorlopig uit mijn romans heb weten te houden, en ik nam me voor dat vol te houden.
Arnon Grunberg kan dat erg goed: een ingewikkeld probleem in een roman een plaats geven en daar met specialisten tijdens een presentatie over praten. Hij zorgt dat hij inzicht heeft in problemen waar ik liever niks van wil weten.
Wel vroeg ik me af: wat moet dan de kern van mijn boeken zijn?

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen