Bij iedere roman komt vanzelf de vraag waar die roman op gebaseerd is, waar het verhaal vandaan komt, hoe ik dat allemaal bij elkaar verzonnen krijg, en vaak weet ik dat niet eens, dan is het een klein idee zoals twee krantenberichtjes waarin een hond een rol speelt, of het verhaal van een vriend die zonder dat hij het wist vader blijkt te zijn, of het plotselinge besef dat een carnavalsnacht me eigenlijk los heeft weten te weken van mijn gezin, of een eenzaam paard in de wei ergens achter een enkel bungelend stukje ijzerdraad dat mijn hand aanraakt en ruikt, of het verhaal dat Hemingway wel schreef over de stierenrennen maar eigenlijk alleen een balkonnetje huurde in een van de straatjes in Pamplona en dat hij in zijn eerste zin van The Sun Also Rises vertelt over een bokser en ik dus wist dat ik ook een bokser als hoofdpersoon moet kiezen, en geen schrijver, of de polder waar ik opgroeide en een zandafgraving waar ik mijn jeugd doorbracht en een vriend die daar ook altijd was en die al bijna veertig jaar een goeie vriend is, en al die kleine gebeurtenissen of ideeën vormen uiteindelijk een roman, na twee jaar tikken en prutsen, en in het geval van mijn nieuwe roman was dat een veel langere periode prutsen zonder tikken, want het verhaal gaat over het verlies van grip, laat ik het daar maar op houden, en het verhaal is niet iets wat ik van dichtbij heb meegemaakt, iets wat ik als een toeschouwer heb gezien, maar iets waar ik een aantal jaren terug in verzeild ben geraakt en wat het beste samen te vatten is door wat een mevrouw tegen me zei in een kamertje van Veilig Thuis, de instelling die zich uiteindelijk moest buigen over het moeras waar we met z’n allen in dreigden weg te zakken, nadat ik daar was gaan zitten en vertelde wat de situatie was en ik heel voorzichtig nadacht over waarom ik daar zat, en ik heel voorzichtig begreep dat ik mijn kinderen wilde beschermen en ik heel voorzichtig vroeg: Mag dat?, waarop die mevrouw direct en stellig zei: Je moet. Dat is nog steeds het moment dat me steun gaf en ook al liep het hele verhaal uiteindelijk anders en konden uiteindelijk al die instanties niet veel voor ons betekenen, ook onderdeel van het verhaal, die eenvoudige woorden sterkten me op dat moment en sterken me nog steeds iedere keer als ik me afvraag of de keuzes die ik gemaakt heb wel de juiste keuzes zijn en of de weg die ik ingeslagen ben wel iets opgeleverd heeft, alles is terug te voeren op de opgemaakte ogen en die duidelijke stem van die mevrouw in dat kamertje bij Veilig Thuis op 7 mei 2018, aan een tafeltje waar verder niks op stond of lag, geen papier, geen pen, nog geen plantje, zelfs geen handen, want die hield ik tussen mijn bovenbenen geklemd, mijn schouders naar beneden, als een klein jongetje, en in zijn hoofd klonk steeds de echo van die woordjes: je moet, je moet, je moet.

Een goede moeder verschijnt over twee maanden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen