Toen mijn opa overleed, op de avond voor kerst, kwam de familie bij elkaar. Ik schreef er een verhaal over, verteld door opa zelf. Het is opgenomen in de mooie boekje met CD Kerst in Venlo.

Precies in die tijd komen er Jehova’s aan de deur. De broers moeten er om lachen. Iemand vertelt ze dat de vader des huizes net overleden is, maar misschien kennen jullie hem nog wel.
Hoe bedoelt u? vraagt een van de Jehova’s.
Nou, toen jullie collega’s hier aan de deur stonden, zei onze vader: ‘Mensen, ga toch plezier maken.’
Dat heb ik inderdaad wel eens gezegd tegen die vrouwtjes en het kindje dat ze bij zich hadden. Plezier maken, dat zei ik mijn kinderen ook, en ik hoop dat de broers en Zusje en Mien dat ook tegen hun kinderen zeggen. Tegen dat bataljon aan kleinkinderen dat in deze dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw mijn huis platloopt.
De jongste van Zusje slikte een keer zo’n wit besje in, met een blaaspijp. Dat was gewoon een eind pvc-buis, en dat gebruikten ze in die tijd als blaaspijpen. Net Afrika hier aan de Maas.
Hij had een te klein besje en wilde omhoogschieten, maar dat ding rolde zo zijn keel in en hij slikte hem door.
Hij had gehoord dat die besjes giftig waren. Hij wist dat zijn moeder hier doordeweeks kwam, en thuis was ze niet, dus dat jong fietste hier naartoe en vroeg: ‘Ga ik nou dood?’
Nee jongen, het was eerst mijn beurt.
Ze zijn allemaal al groot. Ze studeren of werken, en toch staan ze allemaal hier aan de deur. Achterom, dat weten ze wel.
Aan de voordeur komen alleen Jehova’s.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen