Deze week begon met een debat in de Tweede Kamer over jeugdzorg. Helaas ben ik van dichtbij bij die sector betrokken.

Anderhalf jaar terug was de situatie bij mijn ex, met wie ik twee kinderen heb, dusdanig dat politie en ambulancepersoneel ‘meldingen moesten doen’. Wat er precies gaande was doet er niet toe, hou het erop dat het ernstig was en dat mijn ex op dat moment niet voor de kinderen kon zorgen.
‘Meldingen moeten doen.’ Dat vertelden ze me toen ik mijn kinderen kwam ophalen, een beetje cryptisch. Dus ik vroeg wat voor meldingen.
‘Bij de instanties.’
Ook dat vond ik een vage omschrijving, maar ik begreep later dat het ging om jeugdzorg en Veilig thuis. Ik zei dat ik ook een melding zou doen. De buurvrouw op de begane grond zou dat ook doen.
Na die meldingen nam ik de zorg voor de kinderen op me en bleek dat je bij jeugdzorg vooral geduld moet hebben.
Die meldingen waren in maart. Ik weet niet of het voor de instanties uitmaakt of de betrokken kinderen ergens veilig onder dak zijn of niet, maar het duurde tot half juni voor er een rapport lag van Veilig thuis waar de situatie in beschreven stond en waar aanbevelingen gegeven werden.
Drie maanden, dat valt mee, zou je zeggen. Maar het jaar daarvoor was al bij het Ouder Kind Team bekend dat er op zijn zachts gezegd behoorlijke meningsverschillen waren over hoe het bij mijn ex ging en over wat mijn kinderen nodig hebben. Herhaaldelijk heb ik dat aangekaart bij de eerste instantie die daar open voor staat: het Ouder Kind Team, als onderdeel de kinderzorg waar bijvoorbeeld ook de consultatiebureaus bij horen. In mails, toen al, schreef ik: ‘Al me al duurt dit erg lang…’
De periode van voor de officiële meldingen nam al veel tijd. De vraag is: wat gebeurt er als bekend is dat de situatie zorgelijk is?
Er wordt contact gezocht met alle betrokkenen. Dat is eenvoudig, zou je zeggen.
Dat contact leggen ging per mail, whatsapp, telefoneren, op bezoek gaan en aanbellen. Toen mails niet beantwoord werden, whatsapp idem dito, de telefoon niet opgenomen en de deur gesloten bleef, kreeg ik een mailtje waarin stond dat een aantal keren contact is gezocht, helaas zonder succes.
‘Hopelijk lukt het de komende week.’
Het probleem van de jeugdzorg is dat die eerste stap volledig op vrijwillige basis is. Als een van de betrokkenen niet meewerkt gebeurt er niks.
Toen de situatie verslechterde en de zorgen groter werden en de pogingen tot contact eindelijk iets opleverden, werd geprobeerd mijn zorgen die ik over mijn kinderen had als ze bij mijn ex waren op te vangen door inzet van vrienden, buren, moeders van school. De club die dat regelde heet Eigen plan.
Het idee is in orde: samen zorg bieden, alle betrokkenen om tafel, afspraken maken. Echter, de uitvoer was waardeloos.
Dat kwam vooral omdat de betrokkenen vrijwilligers zijn en hun instreek vlijblijvend was. Welke afspraak er ook gemaakt werd, de persoonlijke invulling van een buurvrouw is dominanter dan de zorgen van de vader die op dat moment niet ter plaatse is. Bovendien werd de inschatting of het bij zo’n gezin met twee tieners allemaal wel goed gaat gestuurd door sentiment. ‘Het is nu even moeilijk maar volgende week gaat het hopelijk beter.’
Zoals de zorgverleners van het Ouder Kind Team vooral hoopten dat er wellicht teruggebeld ging worden, zo hoopten de buren dat de situatie vanzelf zou verbeteren als er van hun kant wat zorg geleverd werd, in de vorm van een pannetje soep of een keer stofzuigen.
Het achterliggende idee was ook: vooral niet bij Veilig thuis terecht komen. Als de officiële jeugdzorg wordt ingeschakeld dan is het pas echt mis, die pakken je kinderen af. Zo lang mogelijk uitstellen.
Die angst maakte dat de problemen in stand gehouden werden. In deze constructie werden zorgen dus alleen maar groter. Niet onterecht, want uiteindelijk kwamen er toch meldingen van de politie en ambulance bij Veilig thuis.

Drie maanden later, een rapport, aanbevelingen, conclusies.
Met dat rapport in handen zou je zeggen dat er iets veranderen gaat. De opzet was er wel, de uitvoer van die plannen werd echter overgedragen aan… het Ouder Kind Team.
Zelfs toen dacht ik nog: met dit rapport van Veilig thuis heeft het Ouder Kind Team als uitvoerder wel iets in handen om daadwerkelijk afspraken te maken, om begeleiding af te dwingen, om bezoek soepel te verlopen, om met behandelaars van gedachten te wisselen, om alle zorgen die er nog steeds zijn aan te gaan pakken, al ging het slechts over één contactuur tussen moeder en kinderen in de week.
Dat viel tegen.
Begeleiding bij bezoek kon niet geboden worden. Gesprekken met mijn kinderen werden gevoerd maar eigenlijk alleen om te peilen hoe het met ze op school ging. Er werd een training aangeboden: assertiviteit. Om de kinderen weerbaar te maken.
Het is moeilijk te bepalen wat er nodig was, ook voor mij. De kern: iedere kwetsbare situatie voor de kinderen moet ondervangen worden.
Dat gebeurde niet, of kostte maanden, een jaar.
Toen duidelijk werd dat de zorg, ook met een rapport van Veilig thuis in handen, niet gewaarborgd kon worden, ben ik na een jaar weggelopen bij het begeleidende Oude Kind Team en heb ik zelf het bezoek van mijn dochter aan haar moeder begeleid.
Dat ging verrassend vlot. Ik stelde bijvoorbeeld de voorwaarde voor bezoek dat mijn dochter en ik op de hoogte moeten zijn van de staat van haar moeder. Of ze dat door wilde geven, anders kwam er geen bezoek. Iedere week wordt dit doorgegeven. Het Ouder Kind Team had geen enkel middel in handen waaraan een consequentie verbonden was, terwijl daar de sleutel ligt.
De andere instanties heb ik op de hoogte gesteld. Ik kreeg een mailtje van Veilig thuis: ‘Jullie hebben een lange adem nodig.’
Daar was ik inmiddels al achter. Het is alleen de vraag wie die lange adem veroorzaakt.
Eigenlijk is hopen dat situaties niet uit de hand lopen, voor mezelf maar ook voor anderen. Ik kijk in ieder geval niet op van dramatische nieuwsberichten waarin ergens tussen de regels vermeld staat dat de instanties op de hoogte waren van de problemen, of al ingeschakeld.
Geduld, rust, vertrouwen.
Geduld hebben is iets anders dan de tijd laten verstrijken. Simpelweg wachten tot de betrokken kinderen wat ouder zijn. Rust kan er alleen komen als er werkelijk iets van de zorgen ondervangen wordt. Vertrouwen daarin is er alleen als beslissingen genomen worden, afspraken gemaakt, uitgevoerd.

Inmiddels ben ik overgestapt naar een ander Ouder Kind Team. Daar begint het weer vanaf nul. De situatie is stabiel. De eerste gesprekken verlopen goed.
Ondertussen zie ik dus in het nieuws dat er een debat gevoerd wordt over de jeugdzorg. Dat debat is in het kader van de nieuwe rijksbegroting. Belangrijkste onderwerp is de reorganisatie van de jeugdzorg, door de minister twee weken geleden aangekondigd.
Ik lees over opvoedingsondersteuning, waarheidsvinding, terugdringen van wachtlijsten, praktijk van aanbestedingen, mediaoffensief, marktwerking, regionale samenwerking, en een jeugdzorgontbijt waar gisterochtend het debat mee geopend werd. Allemaal schitterende termen die me nu al doen uitkijken naar de uitkomsten van dit debat.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen