In de kleine roman De sleutel van JunichiroTanizaki (vertaald door M. Coutinho) komen afwisselend twee dagboekschrijvers aan het woord, een man en een vrouw die getrouwd zijn met elkaar. Het boek laat me inzien waarom ik zo van Japanse literatuur hou, en dan doel ik op de sterke vertellingen die uit Japan komen zoals die van Oe, Kawabata en Mishima; klein proza, scherp geschreven en psychologisch interessant, vooral omdat de cultuur en de omgang van het land in het proza weerspiegeld wordt. Indirectheid is de kern.

De man begint met het optekenen van zijn dagboek. Hij weet echter vrijwel zeker dat zijn vrouw wil lezen wat hij schrijft, het kan niet anders dat zij nieuwsgierig is naar zijn gedachten, die mensen nooit volledig zullen kunnen delen. Het deel dat voor haar onbekend is staat in het dagboek. Zij mag het niet lezen, ze mag er wel naar verlangen. Maar waar verstopt hij het dagboek? Ze zal er naar zoeken. En als hij het dagboek niet verstopt en het ligt zo voor het lezen, dan zal zij denken dat hetgeen er staat voor haar bedoeld is en dus niet zijn volledige gedachten; die zal hij optekenen in een ander, werkelijk geheim, dagboek. Symbool voor het verstoppen van het dagboek: de sleutel. In het Japans: Kagi, de oorspronkelijke titel van deze roman.

Als de man schrijft over zijn verlangens en de rol van alcohol waarmee zijn vrouw verdoofd wordt noteert hij: ‘Ik twijfel er niet over dat mijn vrouw dit dagboek leest en als ik iets dergelijks opschrijf houdt zij misschien op met drinken… Nee, dat zal ze wel niet doen, want daarmee zou ze immers bewijzen dat ze heimelijk mijn dagboek heeft gelezen.’

Dat is de manier waarop deze twee met elkaar omgaan, ze denken in aannames. Ze praten amper, voelen elkaar slecht aan, en daarnaast is er een groot verschil in seksuele aantrekking. De vrouw is hartstochtelijk en actief, de man heeft last van een verminderd uithoudingsvermogen. Die ouderwetse opvatting van de mannelijke kant van seks – volhouden – vind ik aandoenlijk, en ook tekenend voor het Japan van de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen Tanizaki, zelf al op leeftijd, dit boek schreef. Pijnlijk haast, om vanuit die opvatting naar een relatie te moeten kijken, want er zijn meerdere manieren voor oude mensen die fysiek tot minder in staat zijn om een seksueel bevredigend leven te lijden. In deze roman wordt gekozen voor de buitenstaander die zowel de vrouw als de man op dat gebied verder kan brengen.

Die man, Kimura, kwam al regelmatig bij het stel over de vloer, eigenlijk als optie voor hun dochter, maar in een periode waarin de vrouw flink aan de cognac gaat en de man zijn fetisj (voeten en ogen) iets openlijker naar voren brengt, krijgt hij een rol in hun seksuele leven – spannend. Dat gaat steeds verder, dat voelt iedere lezer wel aankomen, en precies dat gegeven is de drive die dit verhaal voortstuwt. Hoe gaan deze twee gehuwden om met hun afwijkende voorkeuren, inzet en intenties, en welke rol gaat die andere man spelen? Een verhaal als Bitter moon of Breaking the Waves, waarin hetzelfde speelt, opvallend genoeg ook tussen twee mannen (waarvan één gehandicapt of beschadigd of oud) en één vrouw.

Tot zo ver het verhaal, daarnaast biedt Tanizaki mooie goedlopende zinnen, eigenlijk in directe spreektaal. Het is altijd de vraag hoe die zinnen vertaald zijn, dat kan vrijwel geen lezer in Nederland beoordelen of je moet er een Engelse vertaling bij pakken, en dan nog krijg je geen inzicht in de Japanse manier van vertellen. Na een van de eerste beschonken nachten tekent de man op: ‘Vanavond viel mijn vrouw plotseling flauw.’ Waarna de vrouw een dag later haar dagboekvertelling begint met: ‘Gisteren heb ik weer te veel gedronken.’ De man schrijft diezelfde dag: ‘Mijn vrouw schijnt gisteravond niet meer wakker geworden te zijn.’ Opvallend dat deze manier van vertellen geen noodzaak biedt om de verteller erboven te zetten, en dat is mooi want een dagboekschrijver noteert zelden zijn eigen naam boven een stukje tekst. Iets wat geschreven is voor enkel de schrijver zelf heeft dat niet nodig. Een datum is voldoende.

‘Ik trok haar nachtjapon uit die wij haar hadden aangedaan en legde haar spiernaakt ophaar rug onder het stralende licht van de lamp. Toen begon ik haar nauwkeurig te bestuderen zoals men een landkaart bestudeert. Geboeid en buiten mijzelf staarde ik een poos lang naar dit vlekkeloze, prachtige, naakte lichaam. Vreemd? Dwaas? Maar keek ik niet immers voor het eerst ongehinderd naar dit ontblote lichaam van mijn vrouw die daar bewusteloos voor mij lag? De meeste ‘echtgenoten’ kennen het lichaam van hun vrouw tot in alle finesses, tot in de rimpels van hun voetzolen. Maar zij heeft zich altijd onttrokken aan mijn blikken. Alleen in tedere situaties heb ik haar tenminste gedeeltelijk gezien, maar het bleef nu eenmaal altijd bij stukjes van haar bovenlichaam en zij heeft mij nooit meer laten zien dan onvermijdelijk was. Ik heb haar echter wel gestreeld en betast en mij haar vormen voorgesteld en daaruit geconcludeerd dat zij een opwindend mooi lichaam moet hebben. Daarom leefde in mij het verlangen het te zien in het blauwe licht van de lamp en nu blijkt dat ik mijn verwachtingen niet alleen teleurgesteld heb, nee dat mijn hoop zelfs verre werd overtroffen. Ik heb voor het eerst sinds ons huwelijk het naakte lichaam, het gehele lichaam van mijn vrouw gezien.’

Heldere zinnen, duidelijk proza, met beide benen op de grond, en tegelijk pijnlijk rationeel en wat betreft gevoel, openheid en contact totaal beschadigd. Dit is een huwelijk, een samenleefvorm waarbij contact vanzelfsprekend zou moeten zijn, en dat is het geenszins. Het mooie aan het verhaal is dat de man en de vrouw niet onderling spreken maar eigenlijk wel samen een oplossing zoeken, via de Kimura die ook een geheim is. Het ergste van de hele situatie zou zijn dat dit slechte huwelijk bekend zou komen te staan als zo’n slecht huwelijk, openbaar dus. De regelmatige bezoeker heeft geen reden het stel op te zoeken, maar blijft komen, en dat wordt door zowel de man als de vrouw benut, omdat de beslotenheid handig is. Geen contact hebben maar wel iets samen oplossen. Opvallend genoeg is het proza wel zeer genuanceerd en duidelijk. Japanse klassiekers hebben veelal deze kenmerken: mooi en strak verteld, en bovendien met een vertelmotief dat het proza richting geeft.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen