Net onder het viaduct van de metro voelde ik mijn achterband op het fietspad hobbelen. Dat kon maar één ding betekenen: de band liep leeg. Ik stopte. Het was nog een kilometer of vier langs de kade naar huis. Het was donker, het regende. Ik ging lopen. Ik trok mijn regenpak uit, het was warm.
Die straat langs de kade is heel erg lang en recht. Er lijkt geen eind aan te komen. Ik liep en na een tijdje koos ik het voetpad langs het water. Het achterwiel gaf een tik steeds als het ventieltje de straat raakte, dus om de paar meter. Als de band lek is en er zit nog een stukje glas of een doorn of iets anders scherps in de buitenband dan is er kans dat de binnenband nog een paar keer lek geprikt wordt, en dan is plakken lastig.
Onder een paar bomen was het erg donker. En stil. Ik vroeg me af hoe mijn dochter hier zou lopen als ze in de winter op de terugweg van school een lekke band krijgt.
Toch was het ergens ook prettig rustig. Het wandelen, het getik van de fiets, de zachte regen in het water van de Sloterkade. De tijd verstreek, ik passeerde boom na boom en uiteindelijk zou ik toch wel bij de rotonde komen waar ik rechtsaf moest om mijn buurtje in te gaan. Zo’n kalme nacht geeft je gedachten rust.
Het werd weer droog. De maan verscheen.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen