Over een paadje langs de Maas liep ik naar de kapel. Er passeerden een containerschip en een schip met olie, traag na elkaar. De dag ervoor vierde ik het begin van de Vastelaovend. Het begin van het begin. In de ochtend dronk ik koffie en toen ging ik wandelen over een smal pad.

Een man met een wit hondje zei me gedag. Zoals altijd na een Carnavalsdag ben ik emotioneel en tegelijk uiterst helder. Dat doet Carnaval: je heel zachtjes influisteren waar je staat in je leven, met al je goede en slechte kanten, je geluk, de uitdagingen, de valkuilen en de kansen.

In de kapel stak ik een kaarsje op. Ik deed drie wensen en dacht aan mijn naasten. Terug naar de stad liep ik langs een grote weg. Mijn benen voelden zwaar. Ik wist dat ik over deze wandeling zou schrijven maar toen ik terug in de stad was kon ik niet veel meer verzinnen dan die boten, het witte hondje en dat kaarsje in de kapel. Meer was er ook niet. Toch was het kaarsje heel groot en warm want ik wist op dat moment wel precies wat ik moest denken.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen