Werkelijk iedere keer als ik met een carnavalsvriend op een terras ga zitten, maakt niet uit waar, dan ontmoeten we bijzondere types, zo ook de afgelopen keer toen we bij de molen van brouwerij ’t IJ in het zonnetje zaten, om te werken, zeg maar.

Later spraken we een man die met zijn dochter kaas en worst at, en hij dronk er een van die heerlijke biertjes bij, het meisje appelsap. Hij sprak vol enthousiasme over carnaval, iets wat wij uit onszelf al deden. We hadden het over de tijd, het verloop van tijd, over ouder worden en je jong voelen, en dat tijd tijdens Carnaval eigenlijk niet bestaat. Het verhaal over de klok die we stilgezet hadden, jaren terug (dat dan weer wel) kwam niet eens aan bod.

Daarna sloot een man uit Moldavië aan. Hij was net bij de ijsbaan geweest. Hij noemde dat de Jaap Schaatsbaan. Dat vond ik het grappigste wat ik in tijden gehoord had. Een buitenlander die erg goed Nederlands spreekt, naast nog acht andere talen, zei hij zelf, en die de Jaap Edenbaan de Jaap Schaatsbaan noemt.

Hij vertelde ook nog dat hij een klein beetje had gewerkt, in zijn kleine busje, om een klein beetje geld te verdienen. Hij had een klein huisje gekocht, met een klein beetje geld. Hij wilde ook nog een klein beetje op vakantie, naar een klein stukje land dat hij ook een klein beetje had gekocht, op een klein eilandje in Griekenland.

Wij vroegen hem of hij dan nu een klein beetje rust nam en samen met ons een klein biertje te drinken en een klein beetje te proosten. Dat eerste deed hij wel, en dat proosten ook, maar in de tijd dat wij een IJwit dronken had hij vier glazen van hetzelfde formaat leeggetikt, die hij steeds in tweetallen bestelde. Hij zei: Kleine glaasjes.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen