Ze werd geboren in Nagpur, in India. Ze kwam naar Nederland toen ze nog heel klein was, halverwege de jaren tachtig.
Lange tijd lukte het haar ouders niet kinderen te krijgen, vandaar de adoptie van dit meisje. Toen zij er eenmaal was lukte dat wel. Ze kreeg drie zusjes. Haar adoptieouders zijn mijn oom en tante.
De zussen groeiden samen op in een dorp dat bestaat uit twee straten die in elkaars verlengde liggen. In het dorp woonden destijds ongeveer driehonderd mensen, nu vierhonderd.

Afgelopen weekend stonden er portretten in NRC: ‘Dit is hoe racisme je leven tekent’. Een van de geportretteerden, een Surinaamse vrouw die in de jaren zestig, als elfjarig meisje, naar Nederland kwam zei: ‘Ik was een attractie.’

In dat kleine dorp van mijn nichtje, niet ver van het dorp waar ik opgroeide, hadden de meeste mensen in de jaren tachtig nog nooit iemand met een donkere huid gezien. Waar de mensen wel bekend mee waren: gezinnen waar voor elkaar gezorgd werd. Mijn nichtje hoorde vanaf dag één bij zo’n gezin en daar hoort ze nog steeds bij, nu met haar eigen gezin.
Haar verhaal begint of eindigt niet met het vaststellen dat ze een bijzondere verschijning was in dat dorpje en in de aangrenzende dorpjes, in het dorp waar ze nu woont, een paar kilometer verderop. Haar verhaal staat of valt niet met wat mensen van haar zeggen of over haar denken. Haar verhaal is een aaneenschakeling van gebeurtenissen, sociale verbanden, sprongen in de tijd, met als basis haar familie.
Reken maar dat ze in haar jeugd wel eens wat gehoord heeft, maar als je thuiskomt bij de mensen die naar je omkijken, die ook wel eens wat gehoord hebben, dan is dat hetgeen wat telt. Dat heeft ze altijd volgehouden.
Weten wat belangrijk is. Weten van wie je iets kunt leren. Weten dat de mensen waartegen je je af kunt zetten de mensen zijn die van je houden.
Samenzijn is belangrijk. Als je te horen krijgt dat je moeder ziek is, dan is dat voor alle vier de dochters dezelfde schok. Ze spreken allemaal dezelfde taal.
Een makkelijk leven, een moeilijk leven, niemand zal van mijn nichtje iets over die wedstrijd horen.
Ze ging naar school. Ze startte haar eigen kapperszaak. Ze heeft een man en twee kinderen.
Opgroeien, keuzes maken. Botsen met je ouders en tegelijk altijd bij je ouders zijn. Dat staat ver boven de meningen van mensen die niet bij je willen zijn.
Niemand heeft haar geleerd haar afkomst te vergeten. Niemand leerde haar dat ze haar leven in moest delen in makkelijk en moeilijk. In vergelijkingen. In kleur.

In 2017 ging ze terug naar India. Ze bezocht het weeshuis waar ze vandaan komt.
Een facebookbericht van de welzijnsorganisatie in India:
‘Ondankbare uren en eindeloze dagen. Kleine overwinningen en veel verloren veldslagen. Het enige wat nodig is: het moment dertig jaar later waarop je de gewonnen veldslagen kunt koesteren. Een familie vinden voor verlaten en verweesde kinderen, met een groot hart en een nog grotere glimlach. Wanneer deze kinderen terugkeren om hun vroege dagen in hun eerste huis te leren kennen voordat adoptie hen op hun reizen naar een nieuwe wereld zette. Het is een reis bergopwaarts, om een beter leven te bieden aan kinderen.’
Bij het zoeken naar haar roots kreeg ze steun van het weeshuis, van lotgenoten, van haar familie. Moeilijk of makkelijk spelen niet als je gesteund wordt en als de richting duidelijk is: bergopwaarts.
Ze werd van Schiphol gehaald door haar zusjes. Ik zag een foto op facebook: ‘Onze dappere zus is weer thuis.’
Ze ontmoet andere adoptiekinderen uit India. Ze draagt traditionele kleding. Op de zussendag maakt het niet uit wat de zusjes dragen, ze zijn familie.

De vrouw in de krant haalde een uitspraak van haar vader aan: ‘When you are black, you will always stay back.’
Jij bent altijd achtergesteld. Dat zijn harde en pijnlijke woorden.
Ze sloot haar stukje af met: ‘Het heeft mij gemotiveerd om het tegendeel te bewijzen.’
Er stond niet bij wie ze dit wil bewijzen: haar vader of anderen. In het stukje vertelde ze eerder al dat een vrouw, een advocaat, ooit tegen haar had gezegd dat een universitaire studie te hoog gegrepen was voor haar.
‘Maar ik dacht ook: ik zal jou laten zien dat ik in de universitaire banken kan zitten. Ik ging van mbo naar hbo naar universiteit. Kleine stapjes maar ik ben er gekomen.’

Het zijn dezelfde kleine overwinningen, het is een andere vader. Wie zijn kind leert dat hij of zij sowieso achteraan staat voedt verbittering en kweekt minderwaardigheid.
Ik weet niet wat mijn nichtje zich allemaal voorgenomen heeft. Ik weet alleen dat ze haar ouders, zusjes en de rest van de familie helemaal niets hoeft te bewijzen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen