De scooter sloeg af in het park. Hij hoorde de scooter al een tijdje rommelen en vreemde geluiden maken, en net toen hij het park in kwam en de eerste bocht nam hield hij ermee op.
Hij dumpte de scooter tussen de struiken bij de speeltuin waar hij als kind wel eens langs was gekomen en de blonde kindjes zag spelen in de zandbak en bij het pierenbadje en op de schommels die aan een dikke blauwe buis hingen. Hij was nooit in de speeltuin geweest. Hij wist niet eens waarom hij in het park kwam, destijds. Waarschijnlijk om ergens aan de andere kant van het park naar kickboxen te gaan, voordat hij bij Romeo ging trainen.
Zijn vader bracht hem naar die eerste lessen kickboxen, verder weet hij er weinig meer van. Net als zwemles. Er waren blonde jongetjes die een vader hadden die wel bleef kijken, die met elkaar spraken, die koffie voor elkaar uit de automaat haalden. Jongetjes voor wie kickboxen een spelletje was. Tijdverdrijf. Jongetjes die niet konden incasseren.
Nu haastte hij zich het park door, helemaal naar de kant waar de tram reed. Het begon te motregenen. Het was heel stil in het park. Was dat gunstig of viel hij daardoor juist op?
Bij een grote poort kon hij het park uit gaan, een brede straat in. Er waren restaurants en op de hoek een café. Er was nog niks open, ook niet de winkels in de zijstraat, maar toch was het er te druk, te veel ogen.
Hij koos een kleine straat, kwam uit op een kade met een supermarkt aan de overkant die net openging. Een jongen zette een bord op de stoep. Hij kende de jongen. Hij zat bij hem in de klas in het eerste jaar op de scholengemeenschap. De jongen zou zeker de havo gaan doen, misschien wel vwo, en nu loopt hij in een geblokt shirt van de supermarkt met borden te spelen.
Vanuit het niets kwam er een enorm schip aanvaren. Kootje stond op de boeg geschreven, in grote witte letters. De jongen keek op, en toen zag hij hem staan, aan de andere kant van de kade. Net voor het schip tussen hen in was stak de jongen van de supermarkt zijn hand op. Hij stak ook zijn hand op.
Kootje ging door het water en toen het schip voorbij was, was de jongen verdwenen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen