De afgelopen dagen las ik over de verbroken relatie tussen schrijver Arnon Grunberg en Roos. Ik wilde bijna schrijven ‘zijn Roos’ maar dat zou vreemd bezitterig klinken en wellicht te zeer bevestigen wat er al geschreven is.
Er is al veel over gezegd, daar zijn social media voor uitgevonden. Harde opmerkingen, liefdevolle steun aan een van de betrokkenen. Ik las de stukken eerder met angst dan met belangstelling. Het inkijkje in een relatie en het beëindigen van die relatie maakt van iedere lezer een happige voyeur.
Ik voel dat deze relatie in tekst een idee wordt. De een heeft een andere liefde gevonden en stapt zijn leven door. De ander wil geen personage meer zijn in het leven van de ander. Het verhaal is te klein, te bedacht, te onpersoonlijk, en een snelle conclusie zou zijn dat de relatie dus ook te klein, te bedacht en te onpersoonlijk zou zijn.
Liever hou ik het bij de ontmoetingen die ik met deze twee levende personages afzonderlijk had.
Arnon op een terras in Buenos Aires, en het eerste wat hij me vroeg: ‘Jij bent toch met Esther?’ Dat was toen al voorbij en daar kon ik uitleg over geven. Ik schreef geen vijfdelige reeks over die relatie in een Belgische krant. Wel tekenend dat hij wist wat er speelde, ook al liep hij een paar maanden achter – dat is de afstand tussen New York en Amsterdam.
Roos blijft altijd jong, mooi, slim en heel soepel opererend in een grote wereld die reikte van Amsterdam tot China en Amerika, een wereld waar ik geen idee van had maar waar zij zich op haar gemak leek te voelen. Vrienden van me dromen ervan een voetbalwedstrijd van Barcelona bij te wonen, gewoon een keer in het stadion. Roos stuurde me een foto van haar vip-zetel naast de dug-out die ze via haar Chinese zakenconnectie had weten te veroveren. Dat vind ik knap.
De verhalen die nu verschenen, in de standaard, zijn niet zo zeer pijnlijk persoonlijk, maar vooral rationeel.
Het zal een aspect van de relatie zijn, die volgens de verhalen vier jaar beslaat. Voor mij staat het beschrijven van een liefdesrelatie aan de hand van – wat Roos doet – een levensmotto van Janis Joplin of wat de Bijbel zegt of een vergelijking met Anne Frank, een zinnetje over het zonnestelsel en iemands ogen, de slimmigheid van Kierkegaard, het koppelen van liefde en Wenen in een mooie zin aan vliegangst, voor afstand.
Lees dat als: afstand tot een eenvoudige basis in het leven, een standaard die rust geeft, een spectrum aan levenswaarden die de verhoudingen tussen jou, je geliefde, je familie en anderen helder maken en doorvoeld, duidelijk ook. In die beschouwingen lees ik intellectuele linken die verwarring verdoezelen, slimmigheid uit een filosofiestudie die relaties met anderen vaag maken, internationaal leven zonder huiskamer, zonder thuis.
Natuurlijk is dat schrijven een manier om die liefde een plek te geven en om weerstand te bieden aan verlies, om gevoelens te koppelen aan woorden, om die woorden te laten zien, publicatie lijkt op delen. Voor mij is echter vooral pijnlijk dat een stevige basis voor het leven, die gevoelens en gedachten laat samenvallen in plaats van uit elkaar trekken, ontbreekt.
Zo schrijven is denken, en zo in de liefde staan is leven in problemen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen