Ik ben gefascineerd door lezersrecensies. Ze zijn meestal erg serieus en soms bizar. Het zijn leeservaringen, en daarom waardevol. Ook zijn ze krankzinnig en gekmakend. Het beste kun je ze zelf maar gaan schrijven. Deze verzameling bestaat uit bestaande één ster-recensies over bijzonder mooie boeken die gefictionaliseerd zijn – want in tegenstelling tot schrijvers worden enthousiaste lezers natuurlijk niet in het openbaar afgebrand.

5 – Toch?

Ik weet dat ik dit boek leuk moet vinden omdat het een klassieker is en van dezelfde schrijver is die De geschiedenis van het huis heeft geschreven. Dat boek las ik zelfs twee keer! Helaas vind ik dit boek gewoon ongelooflijk saai met een grillig plot dat eindeloos lijkt. Gaat maar door, als een film waarbij de slechterik maar niet dood wil gaan.

Natuurlijk, de taal is interessant en de eerste regel is inmiddels zo bekend en alle docenten van universitaire cursussen die ik heb meegemaakt zijn dol op die eerste zin, maar een boek is veel meer dan alleen een eerste zin, toch? Soms denk ik dat boeken het label ‘klassiek’ krijgen omdat een paar academici ze lazen en niet begrepen en ze deze boeken daarom als geniaal bestempelden. Diezelfde academici maken er dan een sport van om argwanend te kijken naar lezers die om dezelfde redenen niet van deze boeken houden. (Als dit allemaal te specifiek klinkt, ja ik had dit gesprek met een professor van mij).

Ik weet dat andere mensen van dit boek houden en er soms zelfs kracht uit putten. Het is een boek dat zogenaamd levens kan veranderen. Nou, ik heb het geprobeerd. Ik heb drie keer geprobeerd het te lezen en ben nooit verder gekomen dan 150 pagina’s voordat ik me zo verveelde om alle geboorten, sterfgevallen, magische dingen bij te houden gebeurtenissen en mythische legendes. Er zit gewoon geen vaart in, het voelt eindeloos. is de een net geboren, gaat de ander dood.

Ik zal het zo zeggen, ik hou niet van dit boek om dezelfde reden dat ik nooit ben gaan roken. Het is gewoon niet gezond voor me. Als ik mezelf moet dwingen om het leuk te vinden, wat heeft het dan voor zin? Als ik bij de eerste sigaret begin te hoesten en te kuchen zegt mijn lichaam dat dit niet goed voor me is en dat ik daar moet stoppen. Toch? Als ik op de tweede pagina van dit boek al begin weg te dromen, is dat mijn geest die me probeert te vertellen dat ik een betere manier moet vinden om mijn tijd door te brengen.

4 – Niet voor niets

Dit boek was bijzonder moeilijk te lezen en om eerlijk te zijn heb ik het alleen uitgelezen omdat het mij cadeau was gedaan. En schilderij dat je cadeau krijgt hang je toch ook op, want stel dat ze op bezoek komen. De verteller vertelt verschillende anekdotes die haar in de loop van haar leven zijn overkomen, in willekeurige volgorde, en voegt wat literaire kritiek, fictieve verhalen en algemene mijmeringen over het leven toe, allemaal erg onsamenhangend en in een stroom-van-bewustzijn-stijl. De taal lijkt experimenteel om het experimentele – ik heb niets opgestoken van de talloze herhalingen, ingevoegde vragen, buitensporige opsommingen van namen en zinnen die maar door- en doorgingen zonder de juiste interpunctie erg irritant als komma’s ontbreken waar ze wel horen te staan dat leest echt niet iedereen zal dat moeten weten die leestekens zijn er niet voor niets!?!?

Ik vind het niet erg als auteurs hun eigen levenservaring gebruiken als materiaal voor hun schrijven, sterker nog, ik geef er de voorkeur aan boven halfbakken fictie die wel al eeuwen kennen en waar gewichtig over gedaan wordt, lege hulzen, maar er was letterlijk geen enkele anekdote in dit boek die mijn interesse wekte of werd verteld in een boeiende manier. Hetzelfde geldt voor de stijl. Vaak is het de taal die een boek interessant maakt, ondanks de nogal gewone inhoud. Dan brengt de taal je in een wereld die net even iets mooier is dan de werkelijke wereld, dat kan fictie doen, maar hier gleed ik een modderig pad af en omhoog klauteren betekent alleen maar: vies worden. Vooral als het gaat om een ​​meer associatieve stroom-van-bewustzijn-schrijfstijl, heb ik gemerkt dat het meestal zorgt voor een leeservaring waarbij ik me dichter bij de innerlijke wereld van de hoofdpersoon voel en me intenser kan inleven in hun worstelingen. Ik voelde deze verbondenheid helemaal niet toen ik dit boek las, en ga nou niet zeggen dat het aan mij ligt. Als iemand in de kroeg op deze manier een verhaal vertelt dan gaat iedereen even naar de plee in de hoop dat het verhaal afgelopen is als je zelf uitgezeken bent.

Tot het einde was de hoofdpersoon als een geest die slaapwandelde door haar eigen verhaal. Ik wilde haar wel wakker schudden, maar hoe? Ik wou dat ik kon zeggen dat het een nachtmerrie was om me een weg door deze gevierde roman te banen, want hoe dit boek ooit prijzen heeft kunnen winnen is me een raadsel. Deze schrijfster is er in ieder geval in zijn geslaagd een blijvende indruk te maken. Ik weet nu dat haar naam op de rug van een boek in de boekwinkel betekent dat ik het boek niet uit de kast moet pakken maar een stukje naar achter moet duwen om andere lezers, die misschien getroffen worden door het best mooie omslag en al die quotes uit de kranten bla bla, deze ervaring te besparen. Het voelde gewoon als een heel lange, erg saaie droom die gewoon niet meer zou eindigen, en ik denk soms nog steeds dat die droom er nog is.

3 – Weinig boeiend

Een weinig boeiend boek. En de titel dekt de inhoud niet. In de eerste paar hoofdstukjes is de hoofdpersoon in Parijs voor een boekpresentatie. Daar komen herinneringen boven aan zijn verblijf van twee maanden in de Franse hoofdstad in zijn schooltijd. Daarna is het uitsluitend een autobiografisch verhaal, dat overwegend speelt in Amsterdam, in en om het Tropenmuseum. Pas in de laatste dertig bladzijden is hij weer in Parijs. Van het Tropenmuseum krijg ik wel een helder beeld, Parijs is niet veel meer dat de Sacre Coeur en de Eiffeltoren. Alsof je door een reisgids bladert. Het verhaal gaat over een ontwikkeling van puber tot man, een ontwikkeling die meer met vallen dan met opstaan gepaard gaat. Hij zet zichzelf neer als een wat miezerig, weinig geslaagd mannetje, dat onverwachts heel stoere dingen doet. Het ‘vallen’ leidt soms tot zelfspot, maar erg hilarisch is die zelfspot niet. Omvallen met de trap bij een klus met een motorzaag waarmee je zo stoer wilt doen, laat de omstanders lachen, maar de lezer? Zoals het wordt beschreven zeg je alleen maar ‘O’. En dan komt een vergelijkbaar voorval ook nog een tweede keer voor.

Het ‘opstaan’ betreft vooral de keren dat het stoer doen wèl lukt. Maar dan is hij zó stoer dat ik er niet erg in kan geloven. Dan krijg je het gevoel dat de belevenissen flink worden aangezet om ze nog een beetje spannend te maken. Een lijn is nergens te ontdekken. Hij springt soms ver vooruit in de tijd en dan terug, zonder overgang, naar een heel andere tijd of een heel andere plaats. Het lijkt of hij op zijn gemak aan vroeger zit te denken en opschrijft wat hem te binnen schiet, zonder zijn notities te ordenen. Fragmentarisch. En er is eigenlijk niets bij dat nou zo dringend opgeschreven zou moeten worden om het door anderen te laten lezen. De hoofdstukjes eindigen soms met een passage die je het idee geeft ‘Dit kan leuk worden’. Maar dan stopt het relaas en komt de schrijver er nergens meer op terug.

Tijdens zijn schooljarenverblijf op de school in Parijs passeert een begerenswaardig meisje de revue. Hij geeft haar in de metro, als zij uitstapt, ineens een zoen, onder gejoel van de andere passagiers. dat was echt wat te veel. En tijdens een boottocht ziet hij dat meisje staan als hij stuntelend achterblijft, en dan roept zij: “Mijn hart is van jou”. En dan denk je: dat kan een rode draad worden. Dat zinnetje kan een dubbele bodem hebben. Maar verder dan dit gaat het niet. Pas als hij aan het einde van het boek terug is in Frankrijk zit hij veel aan haar te denken, maar doet slechts een halfslachtige poging om iets over haar te weten te komen. Echt op zoek gaat hij niet. Het meest inhoudelijke deel gaat over de relaties met zijn oudere broer. De band die hij met zijn broer heeft getuigt van tederheid. Na zijn dood schrijft hij hem brieven met dierbare ontboezemingen. In de relatie tot zijn broer is hij vooral ‘van goede wil’ en de vader doet ook zijn best ‘het goed te doen’.

Met de vriendin van zijn broer, een wat oudere actrice waarmee hij al vroeg zijn huwelijk te gronde richtte, sluit de hoofdpersoon uiteindelijk een vreemd soort vriendschap. Veel kleur krijgen deze mensen helaas niet. Andere personages van belang zijn er niet. Er worden zo nu en dan wel vrienden en vriendinnen, ook ’tijdelijk vaste’ vriendinnen, vermeld, maar zonder naam of toenaam, en belevenissen met hen komen niet of nauwelijks aan de orde. Als hij aan het einde van het boek weer in Parijs is blijkt hij opeens getrouwd te zijn, want hij reist daar rond met zijn vrouw. Vreemd. Van haar weet je verder niks, behalve dat ze S. heet. Hij duidt haar aan als S. en zegt zo nu en dan iets tegen haar, maar gesprekken worden het niet. Meer dan S. kom je over haar niet te weten. Dat is toch wat een lezer wil: personages leren kennen.

En dan eindigt het boek in het luchtledige met een opmerking van een meisje achter de kassa van een supermarkt in Parijs of de hoofdpersoon wel een leuk verblijf heeft, aldaar. Op zich kan deze schrijver zijn lezer bezig houden. Hij heeft een paar ‘bestsellers’ geschreven. Zijn werk is in vijfentwintig landen uitgegeven en verfilmd. Maar dit boek vind ik vooral bladvulling. Zelfs de taal is onder de maat. Zinnen zijn vaak langgerekt en moeizaam leesbaar. En er zit veel nutteloze herhaling in. Eén ster.

2 – Bah

Als het de bedoeling is dat je chagrijnig wordt van het lezen van een boek dan is deze schrijver glorieus geslaagd in zijn opzet. Ik kon het pretentieuze gemekker na een bladzijde of 50 niet meer aan, mede ook omdat elk verhaal ontbreekt. Het gaat over een vervelende vrouw in de gedaante van een advocate en haar vriend die mysterieus en dromerig is, of iets ertussenin, meer komen we niet te weten. En er is een toneelstuk waar deze Yvonne in haar vrije tijd in speelt. Ze repeteren iedere week, en dat avondje toneel is nogal belangrijk voor haar, dat haalde ik er wel uit. En daar tussendoor doet vooral de schrijver heel gewichtig en daardoor vervelend over de stad waar Yvonne woont en valt hij in herhaling over toerisme, over afspraakjes die je al dan niet afzegt en nog meer geleuter. Het gemopper op de toeristen is echt zielig. Ik las het allemaal en kon me niet voorstellen dat iemand dit interessant vindt. Wel kon ik begrijpen waarom deze Yvonne alleen is. Ze is ook nog flink wat tijd bezig met daten en een vriend zien te krijgen, nou iedere lezer ziet van tevoren wel aankomen dat dat niks gaat worden. Zo heeft ze een keer een afspraakje met een Italiaan die gebrekkig Nederlands spreekt. Dat is wel grappig, maar ik dacht ook tegelijk: waarom mekkert ze steeds zo op toeristen die niet uitkijken op straat en die de weg niet weten en die alleen maar willen blowen in Amsterdam, en papt ze toch met zo’n Italiaan aan? Dat zijn echt rare keuzes. Ik had steeds neiging het boek weg te leggen, maar iets in mijn respect voor schrijvers zei me steeds dat ik toch maar door moest lezen, ook al ben ik zo’n beetje de enige. Terugkijkend kan ik alleen maar concluderen: wat een Bagger. Ik heb het boek afgelopen zomer gelezen en de herinnering aan het boek bezorgt de rillingen van iemand die vieze sokken aantrekt. Toegegeven, zo te kunnen schrijven is ook een talent. Er is dus eigenlijk wel iets dat bijblijft in het hoofd van de lezer, maar juist hetgeen je liever niet wilt. Bah. Eén ster, voor de moeite. En ook wel een beetje om het omslag, want dat was de reden dat ik het boek meenam uit de Bruna bij mij op het station. Die wuivende bomen zijn mooi.

1 – Worstelen

Ik heb me door dit boek moeten worstelen. Als er wat anders in de buurt gelegen had, had ik het opgegeven na 30 pagina’s. De schrijver dacht dat hij de eerste 50 pagina’s wel kon gebruiken om de verhouding tussen Maarten en zijn vader neer kon zetten aan de hand van een eindeloze autorit door de bergen van Zwitserland, maar die autorit komt vervolgens nergens in het boek meer terug en heeft ook helemaal geen verband met de hoofdpersoon: Maarten. Die jongen komt na het uitstapje met zijn pa weer terug in Nederland en pakt zijn leven weer op. Hij werkt op een laboratorium, hij spreekt soms af met een meisje dat Monique heet, hij schrijft een boek. Vooral die passages over het maken van dat boek lijken lukraak toegevoegd want als je dat leest denk je de hele tijd terug aan de afspraakjes met Monique. Verder gebruikt Maarten veel jargon uit het laboratorium, wat de zinnen soms wel erg moeilijk maakt. Een onduidelijk heen en weer gespring tussen personages, een geliefde met een onduidelijke missie, een man die niet weet wat hij wil en een vader die dus heel lang uit beeld is tot hij opeens op sterven ligt. Ook dan kun je hem niet echt sympathiek noemen. Moeilijke woorden, moeilijke relaties, een scène op het strand die op sex uit lijkt te draaien maar waar een paar meeuwen een stokje voor steken. Het einde is veel te simpel voor een complex boek. Opvallend, die dieren. Het meest opvallend is wel de hond van Monique, die gedachten kan lezen. Niemand gelooft zo’n verhaal, zeker niet als de hond ook nog eens Maarten ongevraagd advies geeft. Ik heb heel veel gelezen, maar een hond als deze Billie heb ik zelfs in fantasyboeken nooit gezien. Bijzonder dus dat dit boek genomineerd is voor de prijs Boek van het Jaar. Mijn sympathie ging uit naar Monique, omdat zij het enige personage is waar ik wel een avond mee door zou willen brengen. Die Maarten niet. Jammer dus dat hij de hoofdpersoon is. Als uiteindelijk de vader sterft en hij een laatste toespraak moet houden heb je als lezer echt de neiging iets te schreeuwen om dat gedragen moment te verstoren, maar dat heeft hij een boek niet zo veel zin. Daar heb je alleen jezelf maar mee. Ik wilde dit boek één ster geven maar ik geef die boek twee sterren, omdat Monique ik leuk vond. Hoe zij voor haar kledingkast staat en niet kan kiezen, daar kon ik wel in komen. Jammer dat die Maarten zo ongeduldig onderaan de trap stond te roepen, dat het tijd was om te gaan.

Jan van Mersbergen