Ik ben gefascineerd door lezersrecensies. Ze zijn meestal erg serieus en soms bizar. Het zijn leeservaringen, en daarom waardevol. Ook zijn ze krankzinnig en gekmakend. Het beste kun je ze zelf maar gaan schrijven. Deze verzameling bestaat uit bestaande één ster-recensies over bijzonder mooie boeken die gefictionaliseerd zijn – want in tegenstelling tot schrijvers worden enthousiaste lezers natuurlijk niet in het openbaar afgebrand.

15 – geen onmiddellijke bekoring

Deze roman, van een toch zeer gevierde auteur was het vijfde boek uit de prachtige Huttenblatt-reeks van novellen in vertaling. In dit geval is het verhaal oorspronkelijk in het Hongaars geschreven en vertaald door Mauritz Horvatz. Die Zeit noemt dit ‘een intense leeservaring; deze schrijver vertelt wat er verteld moet worden en geen woord meer’.

Vanaf het begin hield ik van het idee van de toevallige ontmoeting waar het hele plot om draait; een professionele muzikant (saxofonist) en de vader van een jong kind ontmoeten elkaar bij toeval op een reis naar het zuiden. De muzikant ontvlucht een ongelukkige liefde. De vader hoopt te ontsnappen aan zijn saaie routine. Beiden weten dat ze in feite terug zullen moeten naar de plek die ze ’thuis’ noemen’. Daar gaan ze.

De roman heeft een verhaallijn waar ik niet automatisch toe aangetrokken zou worden. Ik heb echter erg genoten van de meeste publicaties van Huttenblatt en heb hoge verwachtingen van alles wat ze met veel moeite publiceren en herdrukken, nu was ik toch teleurgesteld.

In het begin lijkt deze roman erg goed te zijn en de vertaling, vooral met betrekking tot de secties waarin de muzikant voorkomt, heeft precies een passend muzikaal ritme. Een beetje jazzy. De balans tussen actie en beeld is goed gevonden: ‘Hij (de muzikant) steekt een drukke hoofdweg over en loopt een park in. Hij komt bij een grasveld met in het midden brede asfaltweg. Langs die weg zitten twee meeuwen’. Wat de personages betreft, neigt het proza echter naar het relatief simplistische. Het gebrek aan complexiteit in de zinsbouw doet wat mij betreft iets af aan het verhaal; het voelde als een nogal moeizame leeservaring na de eerste paar pagina’s, en het is geen proces waarvan ik kan zeggen dat ik er erg van genoten heb. Ik miste de diepgang van gedachten.

Er was hier voor mij dus geen onmiddellijke bekoring. Hoewel de scène in het begin vrij goed was neergezet, voelde ik dat als iets mijn aandacht trok, het in de relatie zou zijn die was opgebouwd tussen de muzikant en de vader met wie hij reist. Deze man vraagt de muzikant al op het perron of ze samen kunnen gaan, want ze ontdekken dat ze dezelfde bestemming hebben; hij aanvaardt het naar behoren. De vaders beschrijving van de reis, die hij elk jaar maakt, en de passie die hij daarbij opwekt, wordt goed opgeroepen: ‘Morgenochtend sta ik oog in oog met de wijnranken van het gebied waar ik zo van hou, vervolgt hij. Hij tikt tegen het raam van de trein. Ik sta daar op een van die schitterende heuvels van Toscane, in mijn gewone kloffie, en ik ruik het leven, in de zon, buiten alle drukte. Het is het echte leven’.

Ik vond veel van het schrijven over de muzikant zijn repetities en oefenen en voorbereiding op een concert een beetje repetitief; misschien met opzet, ik weet het niet helemaal zeker. Er was hier geen wonder voor mij; Ik voelde me met geen van de personages verbonden, zoals ik zo vaak doe met de novellen van Huttenblatt. Hoewel het over het geheel genomen aardig was om te lezen, wekte het geen sterke gevoelens in mij op, en het is niet iets dat ik zou aanraden.

14 – een moeilijk verhaal

In het eerste deel van zijn Wolkenkrabber-trilogie duwde deze schrijver het concept van de historische roman al tot de grens van de geloofwaardigheid, in ieder geval tot de grens van mijn geloofwaardigheid, door slechte mannen te laten graven in alle slechtheid van de vroege negentiende eeuw tot de planning en uitvoering van de bouw van het Vrijheidsbeeld. Losse verbanden, als beton zonder bewapening.

De nachtmerrie gaat verder met dit concept met de oorlog in de Zuidelijke Staten en de aanslagen op Martin Luther King. Het lijkt allemaal heel slim bedacht, maar dit complot is een papieren complot. Bill Jason, een gewelddadige agent met een diploma in de basale natuurkunde en een spraakgebrek dat hem aandoenlijk moet maken, mag zich in dit laatste derde volledig uitleven. Hij neemt het stokje over van zijn vriend Clark DeGood, een potentiële vriend van zo’n beetje iedere senator in New York en Boston, die aan het einde van deel 1 geëxecuteerd werd, tot mijn opluchting. Hij is de man die vadermoord doorgeeft aan zijn stiefmoeder.

Naarmate de roman vordert, is BJ eerst een loopjongen, dan kok in een sushi-restaurant, dan een cocaïnegebruiker in New Orleans en uiteindelijk spil in het web rond de moord op onze dominee. Tot slot, als de nieuwe advocaat van John Coltraine en de maffia, erft hij ook Bonnie T., de gevallen engel van het eerste deel, die haar geweten kalmeert door genereus te doneren aan de burgerrechtenbeweging en door allerlei FBI-acties tegen WWP en Co.

Bij het proberen te voorkomen van de moordaanslag, ontmoet de X-Fach-agent hetzelfde lot als zijn voormalige mentor Clark DeGood bij de moordaanslag op de president, niemand wil de twijfelachtige omvang meer horen. In tegenstelling tot DeGood kan John zelf een einde maken aan zijn mislukte leven. BJ heeft nogal wat in te halen wat betreft Bonnie en Flameside, die nog een of twee verhalen achter de hand hebben, maar met een opengereten herdershond als bonus is zijn geloofwaardigheidsrekening al behoorlijk op de proef gesteld voordat hij zich aansluit bij de moordbrigade, omdat hij de moordenaar van zijn vrouw wil wreken, die hij eerder liet ontsnappen vanwege een aantal ingrijpende psychologische problemen, waarvan hun nu de vingerafdrukken draagt.

Vergeleken met de andere twee musketiers van het kwaad is Flameside bijna een soort sympathisant, ook al heeft de huurmoordenaar de vieste handen als het gaat om moord en drugsdeals en kan hij zijn vrijheid kopen van de maffia door deel te nemen aan de aanval.

In ieder geval veroorzaakt zijn heftige levensstijl een reeks hartaanvallen bij de moordlustige reus, die tijdens de tweede aanval een handvol kameraden om wist te leggen, de helft daarvan tijdens een lange vlucht door het Panamakanaal. Hij doodt zelfs de laatste met een anker terwijl zijn lichaam op hol slaat en brengt de boot vervolgens veilig van de kust van Haïti naar de haven van New York.

Iedereen die zijn verhaal gelooft zal worden gered, dat brengt me bij mijn grootste probleem met deze roman. Ook deze keer wordt, zonder enige begrijpelijke motivatie, de vijand de vriend en vice versa. De rollen keren steeds om. Het is een bijna onvoorstelbare opeenstapeling van misdaden waarbij deze drie boosaardige mannen steeds betrokken zijn, zonder uitzondering gepresenteerd in staccato zinnen.

Ik heb geprobeerd het verhaal na te vertellen, credits on me.

13 – het staat er gewoon niet

Ik geef dit boek 1 ster, niet omdat ik het een verschrikkelijk boek vind, maar omdat ik me er zo door verraden voel. Het boek begint met de BELOTE van een heel interessant verhaal: Sara weet dat er een vreselijke tragedie is gebeurd in het gezin van haar man met zijn eerste vrouw en twee dochters. Hoewel ze nieuwsgierig was, is Sara altijd voorzichtig geweest om haar man te veel details te geven om hem niet van streek te maken, maar nu vertoont John tekenen van beginnende dementie en Sara wil de gaten in het verhaal opvullen voordat het verloren gaat. Johns gedachten voor altijd.

De reden dat ik me zo verraden voel door dit boek is omdat het verhaal NOOIT af is. Dit boek roept zoveel vragen op die nooit beantwoord worden. En niet op een niet al te mooie manier, meer op een manier van ‘dit boek belooft één ding te worden, maar neemt een scherpe bocht naar links en besloot iets anders te worden’. Daar werd ik gek van. Het verhaal springt tussen jaren en tussen vertellers. Ik heb hier geen last van als het goed is gedaan, maar dit boek liet me heel hard schreeuwen: ‘Wat heeft het voor zin?! Waarom geef ik om deze mensen; wat voegen ze toe aan het verhaal?!!!’

Veel mensen waarderen dit boek vanwege de TAAL. Het is prachtig geschreven, denken ze, maar tussen het zelfbewustzijn van de taal en de vreemde structuur heb ik het gevoel dat dit boek probeert – te hard – om heel literair en mooi en zinvol te zijn. Uiteindelijk is het gewoon niet gelukt. En erger dan me in de steek gelaten te voelen dat een goed idee niet goed werd uitgevoerd, voelde ik me misleid door het feit dat de auteur me in de val liet lopen met een mysterie dat ze nooit van plan was uit te werken.

Een schrijver die zoiets belooft: ik ga je alles laten zien, maar die uiteindelijk nog niet de helft in beeld brengt, die is zelf die andere helft vergeten. Ik wilde dat graag zien. MAAR HET STAAT ER GEWOON NIET. Het is simpelweg niet opgeschreven, maar wel beloofd. Zoals een verjaardag waar je taart beloofd is, maar niet krijgt. Omdat er nu eenmaal alleen een half gebakken taartje staat, over de datum, dat ook nog.

12 – korte zinnen

Werkelijk niet te lezen. Dit proza ​​is gruwelijk. Komma’s zijn zeldzaam. Punten zijn er in overvloed. Allemaal van die korte zinnen. Het is vervelend  om te lezen. Ik heb zojuist één hoofdstuk geprobeerd. Ik heb meteen de latere boeken opgezocht. Die zijn hetzelfde. Ik had goede dingen gehoord. Maar hier kan ik niet omheen. Dat ritme is irritant. Steeds maar diezelfde zinnen. Ik overdrijf niet. Het is eigenlijk nog erger dan dit. Dit zijn allemaal dezelfde zinnen. Volle zinnen. Geen fragmenten. Geen uitstapjes. Geen krullen. Geen vergelijking. Geen metafoor. Geen enkele poging om de tekst ietsje aantrekkelijker te maken. Daar gaan we. Het zit zo. Speurneus is een ruige klant. Hij is slimmer dan hij eruit ziet. Het is een film in een rechte lijn. Weer zo’n zin. Zo’n boek lezen is een marteling waar de slechterikken uit dit boek nog iets van kunnen leren. Ik overwoog om door te zetten. Maar ik wil mijn tijd niet verdoen.

11 – één zin

Over het algemeen heb ik geen hekel aan boeken. Toen ik onlangs lid werd van een cover2cover boekenclub vroegen ze welk boek ik het minst leuk vond – nou, eerst kon ik echt geen antwoord geven maar nu wil ik deze schrijver bedanken dat hij me iets heeft gegeven om daarop te kunnen antwoorden. Wat een ellendig boek zeg.

Nadat ik het geroezemoes over dit boek had gehoord en de overvloed aan positieve recensies had gezien, voelde ik me gedwongen om mijn eigen mening te formuleren, al was het maar om die stem van de rede te zijn in een wildernis van pretentieuze waanzin.

Ik kan eerlijk zeggen dat dit het slechtste boek is dat ik OOIT heb gelezen. Ik ben verbijsterd om zo’n waardering te vinden voor een roman die zo duidelijk bizar slecht is dat ik nog een persoon van vlees en bloed moet ontmoeten die er GEEN hekel aan heeft, of die, na de meest subtiele navraag, dit boek alleen leuk blijkt te vinden omdat-ie het leuk MOET vinden. Lezers kunnen zich nu eenmaal moeilijk verzetten tegen recensies, eer, prijzen. Het is zoals met de nieuwe kleren van de keizer. Als ze dit boek NIET waarderen worden ze als onbeschaafd en onwetend bestempeld. Moderne kunst had een pispot in het museum, de literatuur heeft nu deze pispot.

Wat deze roman anders maakt dan alle andere in zijn soort van baggerboeken, is de TOTALITEIT van zijn mislukking. Daar is werkelijk niets goeds over te zeggen. In elk boek is wel enige schoonheid te vinden, zoals er over zelfs de lelijkste mensen gezegd kan worden: ‘Maar ze is diep van binnen wel aardig.’ Deze roman breekt met deze regel, en wel op een zeer treffende manier. Van de zinnen en het decor tot de opbouw en de schrijfstijl en zelfs de vormgeving… dit boek is werkelijk een dieptepunt van inspiratie en creativiteit. Een donker vlekje op een zwarte muur.

Een bekende recensent van de Seatlle Tribune, een boekcommentator voor PPL-online nota bene, noemt de schrijfstijl ‘een levend voorbeeld van taal die een hart heeft.’ Nou, heb ik geprobeerd ergens in deze slappe zinnetjes een kloppend hart te ontdekken, het is me niet gelukt het te vinden.

Iedereen weet dat de eerste paar openingszinnen voor iedere roman belangrijk zijn – dat zijn de zinnen waar een beetje schrijver de energie in legt om zijn lezers mee te krijgen. Moet allemaal kloppen. Hier is de eerste zin: ‘In de duisternis van de cel draaide hij zich naar kompaan om hem te vragen of hij nog sliep.’

Buiten het feit dat je iemand die slaapt met zulke vragen eerst WAKKER maakt en hij dus niet meer slaapt en meteen zal denken: wat ben je voor een vriend, is het een amateurzin van de eerste klasse. Het is onbeholpen, raar, zonder lekker ritme en houterig. Een duistere cel. Een cel zal een keer NIET duister zijn. Hallo!

Misschien denkt u dat ik selectief de slechtste zin kies, maar sla dit boek lukraak open en je treft niet anders dan zulke zinnen. Of dialogen, want dat is helemaal een drama. Bijvoorbeeld:

Heb je het gezien? Ja. Echt? Daar aan de einder? Ja daar. Wat doen we nu? Ik weet het niet. Laten we rustig blijven. Ik ben rustig. Ik ook. En verder? Niks.

Zo babbelen ze lekker met elkaar, die vrienden. Dit is geen gesprek. Het is een opsomming van zinnen van maximaal drie woordjes alsof de mannen net zo idioot zijn als de schrijver zelf, sorry hoor maar ik word hier knettergek van.

Je zou de tekortkomingen van de schrijfvaardigheid over het hoofd kunnen zien als dit in de basis een goed verhaal zou zijn. Helaas is dit niet het geval. Niet dat het een uitstekende plot mist, er is simpelweg geen enkele aanzet tot een plot. Dat is geen missen, het is geen opbouw naar iets toe. Een opbouw naar niks is niks. Het is tasten in die duisternis. Vaak maken schrijvers zich zorgen over het distilleren van de plot van een roman in een paar zinnen die misschien op de achterkant van een boekomslag passen.

Het is vaak moeilijk om op een flap over te brengen WAT een boek is. Dit boek heeft hier geen last van.

Stel nou dat het mogelijk zou zijn om een boek in de magnetron te doen en zo lang te laten draaien dat alle overbodige woorden verdampen, dan zou je slechts één zin zou hebben: twee vrienden reizen door het verre Oklahoma en dan sterft er één.

De meeste blurbs voor dit boek zijn langer. Maar nu hoeft dus niemand het boek nog te lezen. Veel mensen zullen me op hun blote knietjes danken. Graag gedaan, bij voorbaat.

10 – analyse

Ik ben toch wel verrast om te zien hoeveel mensen hier precies dezelfde reactie hadden als ik. Blijkt maar weer: ik ben niet alleen.

Tot zo ver de meest positieve ontdekking over deze roman. Terug naar al die lezers. Wat er gebeurt met deze mensen: ze beginnen te lezen, vinden een paar stukjes die behoorlijk aangrijpend en goed geschreven, ze verliezen vaart en ze stoppen. Klaar.

Niemand kan dit boek uitlezen, ook niet de slimmeriken die graag willen laten zien dat ze slimmeriken zijn door vijf sterren uit te delen, zo van: ik snap het lekker wel.

Enkele hypothesen, betreffende het afhaken van vrijwel iedereen:

1. Niemand van ons is slim genoeg om dit te begrijpen.

2. Er wordt een duidelijk punt gemaakt, maar je moet eerst helemaal tot het einde doorlezen om te ontdekken waar dit boek eigenlijk over gaat, en dat is een behoorlijke hoeveelheid bladzijden. We hebben niet allemaal die vereiste standvastigheid. Het moet ook zijn als een goocheltruc: lezers die er uiteindelijk achter komen, hebben gezworen het niet te onthullen. Ik kan nergens die clou vinden, en internet is toch nog wel groter dan deze roman – dat dan weer wel.

3. Het punt is dat het leven zoals het hier beschreven is soms heel erg interessant voelt, maar tegelijk vrij zinloos is. Met dat gevoel al die bladzijden lezen is niet zo fijn. Het is als luisteren naar een liedje met een vervelende pieptoon ergens op de achtergrond. Interessante muziek, maar het gaat irriteren.

4. Het boek is gewoon niet zo goed.

Nu ik dit allemaal opschrijf, voel ik me vaag geïnteresseerd om te ontdekken welke van de bovenstaande gissingen het dichtst bij de waarheid ligt, maar ik ben niet geïnteresseerd genoeg om de hele handel opnieuw tot me te nemen, sterker nog, ik ben inmiddels te moe om dit boek weer open te slaan.

Er is een theorie over een spectaculair mislukte roman, beschreven in een lesboek over literatuur. Die roman heeft geen naam en bestaat niet, want het is een theorie. Het gaat om een boek dat even groots als imponerend als totaal mislukt is. Dit boek, van alle boeken die ik heb gelezen, komt daar het dichtst bij in de buurt.

Deze roman veroorzaakte bij mij, want dat hoor je te vertellen en dit zijn mijn laatste woorden voor ik mijn analyse afsluit: een bloedneus, treiterige sinushoofdpijn en een onverklaarbare slaperigheid.

9 – Ja jij!

Ik wilde deze recensie beginnen met het voorwenden van komisch ongeloof dat de voormalige dramaturg van het Institute Theatre and Arts Chicago een roman over acteurs heeft geschreven, maar dat is veel, veel te voor de hand liggend en onbevredigend, zelfs voor mensen zoals ik. In plaats daarvan ga ik bekennen dat ik van dit boek maar de helft van heb gelezen (en daardoor is mijn onwetendheid op de juiste manier verworpen), maar deze afgebroken lezing vervulde me met zo’n regelrechte minachting voor de auteur dat ik van plan ben elke snotpin (als snot technologisch nog niet uitgemolken was) over dit proza van hier tot Patagonië op te rakelen – en dat zijn er nogal wat. In dit moeizame, vermoeiende, amateuristische boek trof ik een antagonistische passie die literatuur niet meer in mij heeft opgeroepen sinds Het Kleine Huis op de Prairy waarin beknoptheid betekende: het wegsnijden van belangrijke historische gebeurtenissen ten gunste van het tonen van oude landbouwtechnieken en een vaag marxistisch perspectief, maar ik dwaal af — zoals altijd.

De schrijver. Ik zou deze schrijver niet eens de schuld moeten geven van mijn stijgende bloeddruk, want in feite ben JIJ de schuldige. Ja jij. De lezer. Misschien niet individueel – jullie dus – maar in de algemene zin van Goodreads-stemmers en recensenten, waarvan u er vermoedelijk één bent. Het is jouw schuld! Op dit moment heeft dit boek (Ja echt) een gemiddelde beoordeling van 4,17 sterren op basis van 3.511 Goodreader-beoordelingen. Dit is zeker een opmerkelijke score, maar zoals met veel gemiddelden, is het complete en totale onzin – duidelijk besmet door de valse meningen van de vurige fans van gracieus, vervelend proza. Je weet zelf wie je bent.

Laten we de gegevens ontleden, oké? Ruim 1.000 mensen gaven deze drol vier of vijf sterren; terwijl slechts 42 mensen de moed hadden om een schoppen aas een schoppen aas te noemen en, tegen de algemene opinie in, slechts één of twee sterren toe te kennen. Heldere geesten. Ik beschouw deze mensen als helden. David tegen de reus. Jij en je soortgenoten kunnen de strijdkrachten, de varkens, de sjofele, besnorde reddingswerkers loven, met je betraande montages van oorlogen, impasses en huisbranden van beroemdheden, allemaal geassembleerd op de reactionaire deuntjes van Maroon 5 en Nickelback; ik geef de voorkeur aan een subtielere vorm van heldendom – je weet wel, de eenzame stem die te midden van de russofiele, opzichtig intellectuele toejuiching voor Boelgakovs De meester en Margarita durft een wenkbrauw op te trekken bij deze droge Goethe-wannabe…

Ik ben daarom een grote held, want, vechtend tegen de verraderlijke kliek van de ‘respectabele’ mening die het op verjaardagen goed doet, leg ik mijn hoofd op het hakblok van het gepeupel om je te waarschuwen wat een levenloze stinkbom dit boek is. De schrijver, vermoed ik, was een auteur die beter geschikt was voor laboratoriumwerk of iets met ontsmetting. Iets prozaïschers. Zijn grootste probleem is dat hij je wanhopig alles wil vertellen. Hij is onvermurwbaar. Hij wil zo graag dat je dit of dat weet over de psychologische samenstelling, gewoonten en neigingen van zijn hoofdpersoon, de zielige man, dat hij hem als het ware achter een glazen wand in de dierentuin plaatst en er een stel vage termen en veel bijvoeglijke naamwoorden en banale bijschriten op een bordje bij hangt – ter verduidelijking. Daardoor berooft hij hem van het leven, verkort hij hem tot een concept.

Dit is naar mijn mening een van de slechtste schrijvers van alle schrijvers. Hij is vastbesloten om het ons ALLEMAAL te vertellen en niet om het ons te laten zien. Hij wil je houding ten opzichte van de personages beheersen door ze volledig te demystificeren. Deze schrijver legt al zijn kaarten op tafel, alsof hij je een psychologisch abstract geeft. Een lesboek. Meer dan eens wenste ik dat deze schrijver niet dood was en begraven was, zodat ik hem een borreltje en een stukje appeltaart kon geven. En toen… En trok ik mijn veroordeling even in. Ik dacht na over mijn woede. Er zijn letterlijk miljoenen waardeloze schrijvers op deze planeet, en van een niet onbelangrijk aantal is hun werk gepubliceerd. Waarom zou ik deze schrijver de schuld geven van het hebben van een droom – een grootse ambitie? Zelf wens ik niets minder. De beoogde opslagplaats voor mijn woede en algemene kwade wil zouden degenen moeten zijn die dit baggerfeest hebben toegejuicht – degenen die het hebben verheven tot de status van kleine klassieker van de 20e-eeuwse literatuur uit de gebieden die aanschurken tegen Californië.

De druppel die de emmer enz… kwam halverwege het boek toen de vrouw, tot dan toe een wezen van het muffe teruggetrokken ziekelijke soort, een nieuwe houding aannam na de dood van haar vader. Ze neemt een ander kapsel (het is de jaren twintig), gooit haar oude kleren weg en koopt een paar van die vormeloze visnet-achtige hemdjes, en – met meer consequentie – ze verklaart opeens de oorlog aan haar man. De psychologie kan net zo goed in neon worden geschreven. Joehoe! Problemen! Ze had een hekel aan haar saaie (en niet erg welvarende) werkende haar man. Maar nu wel! De omschakeling is zo abrupt en belachelijk dat alle uitleg en uiteenzettingen van de auteur niets bijdragen om het verteerbaar te maken, zelfs niet in zijn koppig afstandelijke en abstracte vertellen. Ik heb een betere karakterontwikkeling gelezen toen we in kleine groepen onze eerste verhalen bespreken in het eerste jaar van de cursus Proza Schrijven als een Pro, in Wisconsin was dat.

8 – Traag

Waar moet ik beginnen met dit boekje? Ten eerste moet ik zeggen dat het met gemak een van de slechtste boeken is die ik de afgelopen jaren heb gelezen.

Door de opbouw en de zinnen voelt alles erg traag aan, heel erg traag, en omdat ik een snelle lezer ben, was het niet gemakkelijk om het boek helemaal uit te lezen. Echt een worsteling. Er staan veel flashbacks in het boek, maar ze zijn niet goed geïntegreerd met wat ernaast staat. Het is los zand. Die tijden. Dat zou toch niet zo moeilijk moeten zijn? De schrijver probeert de lezer het gevoel te geven dat verleden, heden en toekomst met elkaar verweven zijn, maar dat doet hij verkeerd. Of beter gezegd: niet.

De zijpersonages zijn een soort platte stripfiguren die je aantreft in de boeken van Kuifje en Suske en Wiske, niet in een prijswinnende roman. Ik vind wel het interessant dat de auteur enkele literaire verwijzingen geeft naar andere auteurs, bijvoorbeeld Tolstoi en Pirandello, die laatste door het zijpad met de kruik. Allemaal slim, maar die tijden zijn nog steeds een knoeiboel.

Dit hele boek is opgebouwd uit passages en personages die uit andere boeken zijn overgenomen en in een slecht geschetste, niet zo verre toekomstige versie van Denemarken zijn gezet. Wie is er nou geïnteresseerd in het Legoland van morgen?

Er zit helemaal niets origineels in, als je een beetje op de hoogte bent van de wereldliteratuur herken je deze bewerkte stukjes tekst direct. Het is als een botte kopie/aanpassing van bijzondere klassiekers. Het lenen van wat goed is, zal de schrijver gedacht hebben, is beter dan zelf verzinnen wat slecht is – maar zo werkt het natuurlijk niet! Ik noem dat luiheid.

De schrijver gooit er ook nog een paar scènes in die de lezer zouden moeten choqueren, misschien om je door de pagina’s te laten komen, maar voor mij passen die scènes totaal niet bij de rest van dit plotloze verhaal, om nog maar te zwijgen van het feit dat ze voor veel lezers walgelijk kunnen zijn. Ik bedoel: seks in een luchtballon met het geluid van de brander die samengaat met het gehijg van de vrouw. Het moet niet gekker worden. En die slijmerige geit is helemaal vreselijk. Bah.

Het einde is geen verrassing. Ik kon al lang zien aankomen dat die vrouw en die geit… Ik zal het niet verklappen, mochten er mensen zijn die nog van plan zijn dit te gaan lezen. In ieder geval strookt het slappe einde bij deze over het geheel genomen matte roman. Dat was ergens een hele opluchting, waarschijnlijk voor de schrijver ook. Op die laatste bladzijden had ik het idee dat de schrijver er zelf ook wel helemaal klaar mee was.

Tot slot, ik weet dat het boek enige bijval heeft gekregen door recensenten en jury’s, maar dat zegt in het algemeen niets over de kwaliteit of de hoeveel tijdverspilling. Ik denk dat het beter is om de schrijvers te lezen waarop dit boek geïnspireerd is. Het enige waar deze schrijver echt goed in is, is het vervelen van de lezer.

7 – Lovend

Hoe komt het dat dit boek zoveel lovende recensies krijgt? Het verbijstert me. Ik heb het gevoel dat ik gekke pillen slik omdat dit boek gewoon niet goed was. (Spoileralert trouwens.)

Het frustrerende is dat er hier wel een goed verhaal is. Helaas verdronk het echter in een hoop onzin. Allereerst was het enige plot dat ik overtuigend vond dat van de zoon van Jonathan, en hun voorbereidingen voor het einde. Het gedoe met Robin en Bear voelde als weinig meer dan een afleiding. En dan waren er nog zoveel vreemde details… Het boek begon redelijk goed maar na ongeveer tachtig pagina’s was het klaar. Echt. Alsof iemand smakelijk bruine bonen had gegeten en nu een scheet liet en daarmee het verhaal uit was. Echter, de bonen borrelen nog na in je maag, als je begrijpt wat ik bedoel.

Hoe dan ook. Het verhaal zelf kwam pas echt op gang na ongeveer 200 pagina’s. Dus dat was frustrerend. Ik heb een drang om de boeken waar ik aan begin uit te lezen, anders was ik gewoon gestopt na 150 pagina’s.

Iedereen prijst dit boek. Misschien ben ik gewoon een ongekunsteld literair boerin, maar ik vond de stijl ongelooflijk onaangenaam en het proza was zo bleek dat ik er hoofdpijn van kreeg. Deze debutant heeft duidelijk talent, maar hij ging zo ver over de top dat het beschamend genotzuchtig aanvoelde. Hier zijn een paar juweeltjes: ‘Hij trok door het bos als een dronken zwijn, ‘allerlei soorten stoom rezen uit de hete poelen, traag gezeefd door de natte dennen als geklede geesten van een sanatorium, ‘ze begonnen orgasmen te oogsten’, ‘ongezien trokken er barsten in de dragende schragen van zijn geest’, ‘ze wierpen zichzelf keer op keer door de natte en verhitte menigte’, ‘onder een spiegel van vallende sterren, de lucht gestreept in een soort van pijn, schoten witte groeven, hij kon er zijn blik niet vanaf houden’, ‘sneeuw valt in witte vlokken als de grauwe neerslag van een bijna gedoofd vuur’, en tenslotte dit maffe fragment: de levende tumor van het hart’.

Het boek staat vol met dit soort onzin. En het leek alsof hij heel erg zijn best deed om modern en tegelijk cowboy-poëtisch te klinken. Zijn beschrijvingen waren als ‘enorm huiverend’, ‘enorm gekauwd’, ‘hij geeft aan dat hij moet plassen’, ‘nodigde een bel wijn uit’, ‘de kou joeg hem de adem uit’, ‘zijn woorden sijpelden weg’, ‘een rusteloze garagehouder en zijn pomp, ‘chemische kleuren’, ‘verdikte kaak’. De taal leidt gewoon af – in plaats van te lezen naar de plot, merkte ik dat ik daarvan werd weggedreven. Wel had ik bijzonder veel nieuwsgierigheid naar welke overdreven zinswending hij vervolgens uit zijn pen zou trekken. Tussen dat en de overdreven ‘artistieke’ zinsfragmenten en herhalingen, rolde ik zo hard met mijn ogen dat ik een beetje duizelig werd. Of, zoals deze schrijver het misschien zou hebben uitgedrukt, mijn oculaire revoluties waren zo krachtig dat ik werd getroffen door een merkwaardig vluchtig gevoel van onevenwichtigheid.

Ben ik te gemeen in deze recensie? Dat ben ik, nietwaar? Maar het spijt me, sommige ervan waren gewoon lachwekkend. Zoals het grote ontknopingsmoment: ‘Jonathan is Bear is zichzelf is iedereen.’ Wauw! Jezus! Wat een openbaring! Snap je het? Omdat het net als de menselijke conditie is, dus we zijn ze allemaal en zij zijn allemaal ons?! Zo diep, kerel. Zo diep.

En eigenlijk, weet je wat? Ik vind het niet erg om hyperkritisch te zijn. Omdat dit boek alle kenmerken heeft van een pretentieuze, overgehypte, onderbewerkte mannelijke auteur die aangrijpend en geniaal en duister probeert te zijn: er is een vermiste vrouw, lijfelijk geweld, zinloze scènes van door drugs veroorzaakte waas en willekeurige bittere seksscènes tussen mensen die niet van elkaar houden. En ik moet zeggen, ik ben echt doodziek van (meestal mannelijke) auteurs die gemolesteerde verkrachte kwetsbare geseksualiseerde jonge meisjes gebruiken om hun verhaal korrelig en ‘echt’ te maken. Het is overdreven, het is niet origineel, het is lui. Dus dat viel mij ook erg tegen.

Ik denk dat dit boek met wat serieuze redactie een geweldig boek had kunnen zijn. Zoals het is, vond ik het echter vreselijk teleurstellend en onaangenaam overschreven. Het probeerde zo hard en bereikte zo weinig. Het leest als iets dat Pierce in de bekende serie My Hometown zou hebben geschreven. Ik begrijp al het literaire aftrekken niet, en ik heb er niets uitgehaald.

Maar misschien ligt dat aan mij.

6 – Nieuwsgierig

Ik denk dat we het er allemaal over eens zullen zijn dat er momenten zijn waarop het leven lijdt onder verschillende moeilijkheden of ongemakken en de vraag rijst wat de zin van het leven voor ons is. Maar is het echt nodig om literatuur te lezen die werkelijk niets positiefs brengt en alleen de zinloosheid, onverschilligheid en oneerlijkheid van het leven benadrukt? Ik beledig nooit mensen wiens boeken niet mijn smaak zijn. In dit geval zal ik echter niet nalaten en vragen: serieus, wie kan deze schrijver lezen? Zijn werk zit vol walgelijk gedrag, godslastering, vulgariteit, minachting voor het leven, enzovoort. Het is het kwaad. Wat vind je in dit boek, of voel je misschien een soort duivelse bevrediging? Ik ben gewoon nieuwsgierig.

Na het lezen van deze roman vroeg ik me af hoe ik deze ervaring zou kunnen omschrijven. Soms gebeurt het dat je op een weekendavond laat door de tv-zenders zappt en op zoek bent naar iets om te blijven hangen en de dag af te sluiten. Gewoon even niks. Onverwacht ontdek je een film gemarkeerd met een kijkwaarschuwing, maar op dat moment is er geen horror of zo in beeld, alles lijkt normaal, dus je besluit er te blijven. Als je er lang naar kijkt, blijkt dat deze film een redelijk plot heeft met af en toe leuke scènes. Maar als je het steeds spannender ziet worden, verschijnen er steeds meer beelden die een gevoel van walging veroorzaken totdat je uiteindelijk besluit dat het een overdreven vulgair stuk is dat geen goede emoties oproept, en bij elke scène denk je na over voor wie het is gemaakt. Wat is dit? In dit geval was het een lezing van vergelijkbare aard met een tastbare verhaallijn, een heleboel vloeken, opwekkende dialogen, walgelijke scènes en platte beschrijvingen. Vertel me alsjeblieft waar de waarde van deze literatuur hier ligt: ​​de prostituee bevredigt een hond, er worden de geslachtsdelen beschreven, het buitensporige verlangen van de hoofdpersoon om zichzelf te bevredigen, enzovoort. Wat moet ik hiermee?

Dit was de eerste en laatste kennismaking met deze schrijver. Ik ben niet van plan verder te lezen over alcoholische losers, seksuele fantasieën en ontucht. Nu zullen veel mensen een scheve blik werpen en uitkijken naar een goede gelegenheid om hun geliefde schrijver te verdedigen door te zeggen: ‘Je hebt er niets van begrepen.’ Ik kan onmiddellijk mijn mening geven: er is hier niets te begrijpen.

5 – Toch?

Ik weet dat ik dit boek leuk moet vinden omdat het een klassieker is en van dezelfde schrijver is die De geschiedenis van het huis heeft geschreven. Dat boek las ik zelfs twee keer! Helaas vind ik dit boek gewoon ongelooflijk saai met een grillig plot dat eindeloos lijkt. Gaat maar door, als een film waarbij de slechterik maar niet dood wil gaan.

Natuurlijk, de taal is interessant en de eerste regel is inmiddels zo bekend en alle docenten van universitaire cursussen die ik heb meegemaakt zijn dol op die eerste zin, maar een boek is veel meer dan alleen een eerste zin, toch? Soms denk ik dat boeken het label ‘klassiek’ krijgen omdat een paar academici ze lazen en niet begrepen en ze deze boeken daarom als geniaal bestempelden. Diezelfde academici maken er dan een sport van om argwanend te kijken naar lezers die om dezelfde redenen niet van deze boeken houden. (Als dit allemaal te specifiek klinkt, ja ik had dit gesprek met een professor van mij).

Ik weet dat andere mensen van dit boek houden en er soms zelfs kracht uit putten. Het is een boek dat zogenaamd levens kan veranderen. Nou, ik heb het geprobeerd. Ik heb drie keer geprobeerd het te lezen en ben nooit verder gekomen dan 150 pagina’s voordat ik me zo verveelde om alle geboorten, sterfgevallen, magische dingen bij te houden gebeurtenissen en mythische legendes. Er zit gewoon geen vaart in, het voelt eindeloos. is de een net geboren, gaat de ander dood.

Ik zal het zo zeggen, ik hou niet van dit boek om dezelfde reden dat ik nooit ben gaan roken. Het is gewoon niet gezond voor me. Als ik mezelf moet dwingen om het leuk te vinden, wat heeft het dan voor zin? Als ik bij de eerste sigaret begin te hoesten en te kuchen zegt mijn lichaam dat dit niet goed voor me is en dat ik daar moet stoppen. Toch? Als ik op de tweede pagina van dit boek al begin weg te dromen, is dat mijn geest die me probeert te vertellen dat ik een betere manier moet vinden om mijn tijd door te brengen.

4 – Niet voor niets

Dit boek was bijzonder moeilijk te lezen en om eerlijk te zijn heb ik het alleen uitgelezen omdat het mij cadeau was gedaan. En schilderij dat je cadeau krijgt hang je toch ook op, want stel dat ze op bezoek komen. De verteller vertelt verschillende anekdotes die haar in de loop van haar leven zijn overkomen, in willekeurige volgorde, en voegt wat literaire kritiek, fictieve verhalen en algemene mijmeringen over het leven toe, allemaal erg onsamenhangend en in een stroom-van-bewustzijn-stijl. De taal lijkt experimenteel om het experimentele – ik heb niets opgestoken van de talloze herhalingen, ingevoegde vragen, buitensporige opsommingen van namen en zinnen die maar door- en doorgingen zonder de juiste interpunctie erg irritant als komma’s ontbreken waar ze wel horen te staan dat leest echt niet iedereen zal dat moeten weten die leestekens zijn er niet voor niets!?!?

Ik vind het niet erg als auteurs hun eigen levenservaring gebruiken als materiaal voor hun schrijven, sterker nog, ik geef er de voorkeur aan boven halfbakken fictie die wel al eeuwen kennen en waar gewichtig over gedaan wordt, lege hulzen, maar er was letterlijk geen enkele anekdote in dit boek die mijn interesse wekte of werd verteld in een boeiende manier. Hetzelfde geldt voor de stijl. Vaak is het de taal die een boek interessant maakt, ondanks de nogal gewone inhoud. Dan brengt de taal je in een wereld die net even iets mooier is dan de werkelijke wereld, dat kan fictie doen, maar hier gleed ik een modderig pad af en omhoog klauteren betekent alleen maar: vies worden. Vooral als het gaat om een ​​meer associatieve stroom-van-bewustzijn-schrijfstijl, heb ik gemerkt dat het meestal zorgt voor een leeservaring waarbij ik me dichter bij de innerlijke wereld van de hoofdpersoon voel en me intenser kan inleven in hun worstelingen. Ik voelde deze verbondenheid helemaal niet toen ik dit boek las, en ga nou niet zeggen dat het aan mij ligt. Als iemand in de kroeg op deze manier een verhaal vertelt dan gaat iedereen even naar de plee in de hoop dat het verhaal afgelopen is als je zelf uitgezeken bent.

Tot het einde was de hoofdpersoon als een geest die slaapwandelde door haar eigen verhaal. Ik wilde haar wel wakker schudden, maar hoe? Ik wou dat ik kon zeggen dat het een nachtmerrie was om me een weg door deze gevierde roman te banen, want hoe dit boek ooit prijzen heeft kunnen winnen is me een raadsel. Deze schrijfster is er in ieder geval in zijn geslaagd een blijvende indruk te maken. Ik weet nu dat haar naam op de rug van een boek in de boekwinkel betekent dat ik het boek niet uit de kast moet pakken maar een stukje naar achter moet duwen om andere lezers, die misschien getroffen worden door het best mooie omslag en al die quotes uit de kranten bla bla, deze ervaring te besparen. Het voelde gewoon als een heel lange, erg saaie droom die gewoon niet meer zou eindigen, en ik denk soms nog steeds dat die droom er nog is.

3 – Weinig boeiend

Een weinig boeiend boek. En de titel dekt de inhoud niet. In de eerste paar hoofdstukjes is de hoofdpersoon in Parijs voor een boekpresentatie. Daar komen herinneringen boven aan zijn verblijf van twee maanden in de Franse hoofdstad in zijn schooltijd. Daarna is het uitsluitend een autobiografisch verhaal, dat overwegend speelt in Amsterdam, in en om het Tropenmuseum. Pas in de laatste dertig bladzijden is hij weer in Parijs. Van het Tropenmuseum krijg ik wel een helder beeld, Parijs is niet veel meer dat de Sacre Coeur en de Eiffeltoren. Alsof je door een reisgids bladert. Het verhaal gaat over een ontwikkeling van puber tot man, een ontwikkeling die meer met vallen dan met opstaan gepaard gaat. Hij zet zichzelf neer als een wat miezerig, weinig geslaagd mannetje, dat onverwachts heel stoere dingen doet. Het ‘vallen’ leidt soms tot zelfspot, maar erg hilarisch is die zelfspot niet. Omvallen met de trap bij een klus met een motorzaag waarmee je zo stoer wilt doen, laat de omstanders lachen, maar de lezer? Zoals het wordt beschreven zeg je alleen maar ‘O’. En dan komt een vergelijkbaar voorval ook nog een tweede keer voor.

Het ‘opstaan’ betreft vooral de keren dat het stoer doen wèl lukt. Maar dan is hij zó stoer dat ik er niet erg in kan geloven. Dan krijg je het gevoel dat de belevenissen flink worden aangezet om ze nog een beetje spannend te maken. Een lijn is nergens te ontdekken. Hij springt soms ver vooruit in de tijd en dan terug, zonder overgang, naar een heel andere tijd of een heel andere plaats. Het lijkt of hij op zijn gemak aan vroeger zit te denken en opschrijft wat hem te binnen schiet, zonder zijn notities te ordenen. Fragmentarisch. En er is eigenlijk niets bij dat nou zo dringend opgeschreven zou moeten worden om het door anderen te laten lezen. De hoofdstukjes eindigen soms met een passage die je het idee geeft ‘Dit kan leuk worden’. Maar dan stopt het relaas en komt de schrijver er nergens meer op terug.

Tijdens zijn schooljarenverblijf op de school in Parijs passeert een begerenswaardig meisje de revue. Hij geeft haar in de metro, als zij uitstapt, ineens een zoen, onder gejoel van de andere passagiers. dat was echt wat te veel. En tijdens een boottocht ziet hij dat meisje staan als hij stuntelend achterblijft, en dan roept zij: “Mijn hart is van jou”. En dan denk je: dat kan een rode draad worden. Dat zinnetje kan een dubbele bodem hebben. Maar verder dan dit gaat het niet. Pas als hij aan het einde van het boek terug is in Frankrijk zit hij veel aan haar te denken, maar doet slechts een halfslachtige poging om iets over haar te weten te komen. Echt op zoek gaat hij niet. Het meest inhoudelijke deel gaat over de relaties met zijn oudere broer. De band die hij met zijn broer heeft getuigt van tederheid. Na zijn dood schrijft hij hem brieven met dierbare ontboezemingen. In de relatie tot zijn broer is hij vooral ‘van goede wil’ en de vader doet ook zijn best ‘het goed te doen’.

Met de vriendin van zijn broer, een wat oudere actrice waarmee hij al vroeg zijn huwelijk te gronde richtte, sluit de hoofdpersoon uiteindelijk een vreemd soort vriendschap. Veel kleur krijgen deze mensen helaas niet. Andere personages van belang zijn er niet. Er worden zo nu en dan wel vrienden en vriendinnen, ook ’tijdelijk vaste’ vriendinnen, vermeld, maar zonder naam of toenaam, en belevenissen met hen komen niet of nauwelijks aan de orde. Als hij aan het einde van het boek weer in Parijs is blijkt hij opeens getrouwd te zijn, want hij reist daar rond met zijn vrouw. Vreemd. Van haar weet je verder niks, behalve dat ze S. heet. Hij duidt haar aan als S. en zegt zo nu en dan iets tegen haar, maar gesprekken worden het niet. Meer dan S. kom je over haar niet te weten. Dat is toch wat een lezer wil: personages leren kennen.

En dan eindigt het boek in het luchtledige met een opmerking van een meisje achter de kassa van een supermarkt in Parijs of de hoofdpersoon wel een leuk verblijf heeft, aldaar. Op zich kan deze schrijver zijn lezer bezig houden. Hij heeft een paar ‘bestsellers’ geschreven. Zijn werk is in vijfentwintig landen uitgegeven en verfilmd. Maar dit boek vind ik vooral bladvulling. Zelfs de taal is onder de maat. Zinnen zijn vaak langgerekt en moeizaam leesbaar. En er zit veel nutteloze herhaling in. Eén ster.

2 – Bah

Als het de bedoeling is dat je chagrijnig wordt van het lezen van een boek dan is deze schrijver glorieus geslaagd in zijn opzet. Ik kon het pretentieuze gemekker na een bladzijde of 50 niet meer aan, mede ook omdat elk verhaal ontbreekt. Het gaat over een vervelende vrouw in de gedaante van een advocate en haar vriend die mysterieus en dromerig is, of iets ertussenin, meer komen we niet te weten. En er is een toneelstuk waar deze Yvonne in haar vrije tijd in speelt. Ze repeteren iedere week, en dat avondje toneel is nogal belangrijk voor haar, dat haalde ik er wel uit. En daar tussendoor doet vooral de schrijver heel gewichtig en daardoor vervelend over de stad waar Yvonne woont en valt hij in herhaling over toerisme, over afspraakjes die je al dan niet afzegt en nog meer geleuter. Het gemopper op de toeristen is echt zielig. Ik las het allemaal en kon me niet voorstellen dat iemand dit interessant vindt. Wel kon ik begrijpen waarom deze Yvonne alleen is. Ze is ook nog flink wat tijd bezig met daten en een vriend zien te krijgen, nou iedere lezer ziet van tevoren wel aankomen dat dat niks gaat worden. Zo heeft ze een keer een afspraakje met een Italiaan die gebrekkig Nederlands spreekt. Dat is wel grappig, maar ik dacht ook tegelijk: waarom mekkert ze steeds zo op toeristen die niet uitkijken op straat en die de weg niet weten en die alleen maar willen blowen in Amsterdam, en papt ze toch met zo’n Italiaan aan? Dat zijn echt rare keuzes. Ik had steeds neiging het boek weg te leggen, maar iets in mijn respect voor schrijvers zei me steeds dat ik toch maar door moest lezen, ook al ben ik zo’n beetje de enige. Terugkijkend kan ik alleen maar concluderen: wat een Bagger. Ik heb het boek afgelopen zomer gelezen en de herinnering aan het boek bezorgt de rillingen van iemand die vieze sokken aantrekt. Toegegeven, zo te kunnen schrijven is ook een talent. Er is dus eigenlijk wel iets dat bijblijft in het hoofd van de lezer, maar juist hetgeen je liever niet wilt. Bah. Eén ster, voor de moeite. En ook wel een beetje om het omslag, want dat was de reden dat ik het boek meenam uit de Bruna bij mij op het station. Die wuivende bomen zijn mooi.

1 – Worstelen

Ik heb me door dit boek moeten worstelen. Als er wat anders in de buurt gelegen had, had ik het opgegeven na 30 pagina’s. De schrijver dacht dat hij de eerste 50 pagina’s wel kon gebruiken om de verhouding tussen Maarten en zijn vader neer kon zetten aan de hand van een eindeloze autorit door de bergen van Zwitserland, maar die autorit komt vervolgens nergens in het boek meer terug en heeft ook helemaal geen verband met de hoofdpersoon: Maarten. Die jongen komt na het uitstapje met zijn pa weer terug in Nederland en pakt zijn leven weer op. Hij werkt op een laboratorium, hij spreekt soms af met een meisje dat Monique heet, hij schrijft een boek. Vooral die passages over het maken van dat boek lijken lukraak toegevoegd want als je dat leest denk je de hele tijd terug aan de afspraakjes met Monique. Verder gebruikt Maarten veel jargon uit het laboratorium, wat de zinnen soms wel erg moeilijk maakt. Een onduidelijk heen en weer gespring tussen personages, een geliefde met een onduidelijke missie, een man die niet weet wat hij wil en een vader die dus heel lang uit beeld is tot hij opeens op sterven ligt. Ook dan kun je hem niet echt sympathiek noemen. Moeilijke woorden, moeilijke relaties, een scène op het strand die op sex uit lijkt te draaien maar waar een paar meeuwen een stokje voor steken. Het einde is veel te simpel voor een complex boek. Opvallend, die dieren. Het meest opvallend is wel de hond van Monique, die gedachten kan lezen. Niemand gelooft zo’n verhaal, zeker niet als de hond ook nog eens Maarten ongevraagd advies geeft. Ik heb heel veel gelezen, maar een hond als deze Billie heb ik zelfs in fantasyboeken nooit gezien. Bijzonder dus dat dit boek genomineerd is voor de prijs Boek van het Jaar. Mijn sympathie ging uit naar Monique, omdat zij het enige personage is waar ik wel een avond mee door zou willen brengen. Die Maarten niet. Jammer dus dat hij de hoofdpersoon is. Als uiteindelijk de vader sterft en hij een laatste toespraak moet houden heb je als lezer echt de neiging iets te schreeuwen om dat gedragen moment te verstoren, maar dat heeft hij een boek niet zo veel zin. Daar heb je alleen jezelf maar mee. Ik wilde dit boek één ster geven maar ik geef die boek twee sterren, omdat Monique ik leuk vond. Hoe zij voor haar kledingkast staat en niet kan kiezen, daar kon ik wel in komen. Jammer dat die Maarten zo ongeduldig onderaan de trap stond te roepen, dat het tijd was om te gaan.

Jan van Mersbergen