De drie belangrijkste lockdowngebeurtenissen van dit jaar, in mijn tuin.

1.

De druivenplant die in het voorjaar tijdens de eerste lockdown besloot het gevecht om de schutting met de klimop aan te gaan. De druif schoot opeens uit. Ik hielp hem een beetje, gaf hem ruimte, dat wil zeggen: ik vernietigde de klimop zodra die boven de anderhalve meter kwam. Een uitschieter van zo’n druif bleek in één seizoen, van begin april tot de milde lockdown van oktober, zo’n vier meter te groeien. Ik geleidde zijn nieuwe scheuten door het bovenste deel van de schutting, die hij nu bijna helemaal bedekt, en op een pergola naast de schuur, waar hij komend voorjaar lekker verder mag groeien om voor ons een afdakje te vormen waaronder we in de schaduw kunnen zitten. Druivenblad wordt heel groot, als het de ruimte heeft. Laat dat voor schrijvers een voorbeeld zijn.

2.

Het ieniemienieplantje dat opkwam in de pot bovenop de speelgoedkast van mijn jongste zoontje. De grote plant in de pot had vliegjes bij zijn stam, erg kleine vliegjes die verder niet zo veel doen, maar die vervelend zijn. Net als de klimop moesten die vliegjes eraan. Wel besloot ik de plant nog één kans te geven. Ik leegde de pot in de tuin, schudde zo veel mogelijk grond van de wortels en plantte hem met nieuwe grond en potgrond in dezelfde pot. Het haalde niet veel uit, de vliegjes bleven komen, dus de plant ging helemaal de container in, maar naast de plant begon een superklein boompje te groeien, één enkel dapper sprietje, en dat nieuwe plantje zette ik in een klein zinken potje op de inmiddels goedgevulde lockdownwijnkast, en groeit nu lekker voor. Het zijn nu drie sprietjes, met blad. Planten zoeken het licht. Iedere ochtend draai ik hem een halve slag. Dan draaien zijn blaadjes, zo groot als dubbeltjes, zich langzaam weer naar het raam waarachter de tuin lonkt.

3.

Het koolmeesje dat samen met zijn partner de zware pallet inspecteert die ik een jaar eerder tegen de schuur schroefde, met grote bouten. Die pallet was bedoeld om potjes met plantjes aan te hangen, we kweekten er tomaatjes en wat ik vooral lekker vind: rode pepertjes. Die ochtend in december hupte dat koolmeesje door de pallet. Opeens was het brakke hout een huis geworden. Zijn maatje zocht nog even bij de stronk van de omgezaagde berk waar ik een paar andere palletplankjes op timmerde, waarna het een tafel werd. maar dat was een waardeloze plek. De hangende pallet werd hun koolmezenhuis.

Jan van Mersbergen