Die lekke band was moeilijk te repareren. Ik wilde te snel. Ik zette de fiets op z’n kop. Eerst het kinderzitje van het stuur, anders blijft-ie niet staan. Ik haalde de buitenband aan een kant van de velg en vond al snel een gaatje in de binnenband. De lucht werd er vlot door naar buiten geperst.
Ik tekende het lek af met een paar streepjes. Ik schuurde die plek, ik deed er flink wat lijm op en daarna een plakkertje met blauwe randen. Die plakkertjes met brede gekleurde randen zijn het beste. Ze zitten op folie met aan de andere kant plastic. Toen dat gaatje dicht was controleerde ik alleen nog even de buitenband, of er geen glassplinter in was blijven zitten – we waren door een flink wat groen glas gereden, propte ik de band weer in de buitenband en trok die weer over de velg. Oppompen en afwachten maar.
In de avond bleef de band goed hard maar de volgende ochtend was hij toch bijna tot op de velg leeg. Weer die handel openmaken, en eerst dat plakkertje nakijken. Een beetje spuug maakte al duidelijk dat er een gaatje naast zat, of dat ik het plakkertje niet goed bovenop dat gat had geplakt. Alles was vrij vlak en plat dus er kon nog wel een plakkertje naast. En toen ik dat klaar had en de binnenband weer opgeborgen en de buitenband weer om de velg, liep de band toch weer langzaam leeg.
Er bleek op een heel andere plek nog een gaatje te zitten. Daar kwam ik de derde keer achter toen ik er een emmer water bij had gepakt en de hele binnenband was nagelopen. Dat ook plakken en nu was het goed. Water is de oplossing voor de onzichtbare lucht die in een fietsband moet blijven. Water laat zich door de lucht niet voor de gek houden, iets wat mijn oren en ongeduld wel doen.
Nu ga ik toch nog af en toe kijken hoe het met die band is.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen