In de polder, niet ver van het geboortehuis van mijn vader, woonde een man alleen op een boerderij. Hij liep al tegen de zestig. Hij kwam soms in een buurdorp waar ze wel een supermarkt hadden, om wat boodschappen te doen die de tuin niet leverde. Misschien gewoon chips en cola? In dat dorp zagen ze hem op een gegeven moment in een jurk lopen. Niemand zei er iets van. Heel veel mensen dachten er iets van, want gedachten kun je niet stoppen. Je kunt wel je mond houden. In mijn Brabantse polder kunnen mensen goed praten, maar ze zijn nog beter in hun mond houden, als dat nodig is.
Hij liet zijn haar wat groeien. Je kunt zeggen dat hij een vrouw wilde zijn, maar dat weten we niet zeker. In ieder geval wilde hij in een jurk lopen. Hij droeg nog steeds klompen.
Wat wilde deze man? Het antwoord is eenvoudig: hij wilde in een jurk lopen.
De man ging de jurk ook bij zijn boerderij dragen. Ik fietste heel af en toe langs de boerderij, die iets hoger lag dan het land. Een terp, daar houden ze het droog. Ik zag de man een enkele keer, in zijn jurk. Het was niet een goed zittende mooie jurk die je in de stad kon kopen, het was een vaalrode jurk met bloemen, zo’n jurk die oma’s in die tijd droegen.
Toen dacht ik dat de man die in een jurk wilde lopen misschien niet een vrouw wilde zijn, maar een oma.
In Amsterdam fietste lange tijd een man rond in een enorme luier. Ik weet niet wat die man wilde, ik zag wel dat hij heel graag wilde laten zien dat hij een baby wilde zijn, maar het gekke is dat baby’s doorgaans niet kunnen fietsen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen