Heel soms gebeurt het dat er opeens een boek is dat je moet lezen. Nu is dat een oud en in Nederland vergeten boek, opnieuw uitgegeven: Beer, waar plots een paar ontzettend goeie recensies over verschijnen, in een lauwe periode als de boekenbijlagen van de kranten in zomerslaap zijn. Opeens krijg je een tip: lees dit boekje, en dat boekje heb ik dan net aangeschaft omdat een schrijver en collega-redacteur van de Revisor er al over schreef. Allemaal zaken die me vertellen dat dit boek het momentum heeft, en niet omdat het nu eenmaal opgedoken is in de Top 60 en mensen weer op vakantie gaan en dus nog gauw even op Schiphol iets van de Ako meepakken voor in hun handbagage of omdat het boek op tv is geweest (niet besproken, het is op tv geweest – dat is voldoende).

Dit boek heeft plots de wind mee omdat het vijfenveertig jaar na het verschijnen in Canada opeens opnieuw vertaald is en iedereen die het leest het mysterie omarmt en een soort vreemde noodzaak voelt die literatuur tot literatuur maakt. Dat is dan weer niet de noodzaak zoals die bij schrijflessen verkondigd wordt, eerder een combinatie van verhaal, thematiek en personage, en een oprecht en eerlijk feminisme. Nergens sentimenteel of dweperig, eerder verbonden met de natuur, wat feminisme vaak niet is.

Het vertrekpunt van het verhaal is eenvoudig: een vrouw verruilt haar stoffige baan bij een bibliotheek voor een afgelegen plek in Ontario waar je met de boot kunt komen, en daar treft ze bij haar nieuwe huis een beer in de tuin. De vrouw, Lou, en de beer ontwikkelen een liefdesrelatie die heel basic is, en fysiek. Geen relatie die uitgedacht is, of die bol staat van het spel, de verwachtingen en een gewenste moderne gelijkheid, of die juist pas betekenis krijgt vanuit een verschil in macht en ongelijkheid – alles is mogelijk. Lou en de beer zijn totaal ongelijk, maar ze komen wel bij elkaar en voelen elkaar. Lou en de beer zijn door macht verbonden, letterlijk omdat de beer veel sterker is en een wild dier blijft, maar ook omdat zij hem aan een ketting heeft.

De vrouw die in haar werk orde zoekt laat zich seksueel gaan bij een beer. Die combinatie en de verbanden zijn niet mysterieus zoals sommige recensies lezers doen geloven, het is juist een totaal aards verhaal waarin een vrouw die orde nastreeft en daarin verstoft is, zichzelf weer ontdekt. ‘Wat doe ik hier?’ vraagt ze zich af op het eiland. Ze zoekt redenen die niet op het eiland liggen maar bij zichzelf. Echter, een herinnering aan een baas die haar opdracht geeft op het eiland te gaan zoeken naar een oud familieverhaal is voldoende om kalm op dat eiland te wonen en werken – en dan is daar die beer. ‘Het was jaren geleden dat ze contact had gehad met een mens. Het lukte haar nooit goed contact te maken. Het was alsof mannen wisten dat ze koudvuur in haar ziel had.’ Ideeën waren leuk en aardig,’ en dan volgt natuurlijk een maar. Een man helpt haar, ze leest over een piraat, is niet voor haar iedere man een beer? Een dreigend gevaar, een vooruitzicht op liefde, onderdanigheid en genot. Dit boek benadert essentiële vergeten vragen zonder de moraal te zoeken, want is niet voor iedere vrouw een man een beer die je aan de ketting hebt maar soms ook los moet laten?

Een heel slim verhaal waarin de mechanismen van relaties, de tredmolen van modieuze ingevingen, wegvalt, en een vrouw op een mooie manier tot inzichten komt, rationeel en op gevoelsniveau. Door de veranderingen in haar leven, de omgeving, en die beer. ‘Het was alsof de beer, net als de boeken, generaties-oude geheimen kende; maar hij had er geen behoefte aan ze te onthullen.’ Lou leeft in de boeken, in het ordenen van boeken, in een catalogus. ‘Ze geloofde niet in niet-rationele processen, hield ze zich voor.’ Dat ordenen doorbreekt de beer. Lou krijgt een nieuw geloof: haar eigen fysiek. Uiteindelijk, als ze te ver gaat en beseft dat ze dat in al haar vorige contacten met mannen gedaan heeft, en nu dus met de beer, krijgt het verhaal weer een andere wending; niet de beer en niet mannen zijn een angstbeeld, ze is het zelf. De beer wordt voor haar een spiegel.

Het boek is geschreven in 1976, door Marian Engel, en nu vertaald door Barbara de Lange en bijzonder mooi uitgegeven door Koppernik. Geen sprookje, zoals Vrouw of vos, van David Garnett, wel ook een dierenverhaal, een genre dat binnenkort ook in Nederland terug op de markt komt omdat een schrijver momenteel werkt aan bijzonder sterke dierenverhalen, en het is eens een keer niet Toon Tellegen.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen