Hij vroeg of hij nog even in de tuin mocht spelen, en of ik de kraan even open wilde draaien, want die zat heel erg stevig dicht. Hij mocht natuurlijk wel even in de tuin spelen, en ik draaide de kraan voor hem open, om zijn blauwe emmertje te vullen dat hij al klaar had gezet op de grote grindtegel die onder de kraan ligt. Ik ging binnen nog wat lezen, of schrijven.

Toen ik hem tien minuten later met het emmertje heen en weer zag lopen dacht ik dat hij de plantjes water gaf. Dat deed hij ook, maar eerst had hij twee gaten gegraven en gevuld met water. In het ene vijvertje dreef een pingpongbal en in de andere langgerekte vijver zwommen een inktvis, een walvis en een kwal. Er staan een paar bakken met grond in de tuin, daar zat nu ook modder in. De blauwe emmer zat vol met zwarte modder, de schepjes en harkjes zaten in die emmer. De picknicktafel zat onder de modder. De borstel zat onder de modder. De grote plastic bak waar het speelgoed in had gezeten zat vol met de modder. Bij de duif was de grond nu de modder. Bij de tegel onder de kraan was alles modder. De andere tegels ook onder de modder. Zijn jas zat onder de modder. Zijn schoenen zaten onder de modder. Zijn handen waren zwart van de modder. In zijn gezicht zat modder.

Kom maar binnen even tv kijken, jongen.

Goed.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen