Bij de diploma-uitreiking sprak de mentor mijn zoon toe. Hij zat achter een tafel. De mentor zei dat mijn zoon een man van weinig woorden is. ‘Wat jij schrijft is wat je bedoelt.’
Dat is een mooi compliment, en het klopt ook. Mijn oudste zoon heeft moeite met fictie, met verzonnen verhalen, met allerlei flauwekul die hij dagelijks van mij moet horen. Hij reageert er niet eens meer op. Als hij dus zelf iets schrijft: geen onzin, geen overdrijvingen, geen geslijm. Alleen wat hij wil.
De mentor haalde ook nog de motivatiebrief aan die mijn zoon schreef. Alle leerlingen die verder willen op de havo moeten in een motivatiebrief aangeven waarom ze dat willen. Er waren leerlingen die anderhalf of twee kantjes volschreven, die vertelden dat ze heel graag verder wilden naar de havo, die allerlei redenen noemden, die hun dromen verwerkten in de brief en hun visie op hun eigen toekomst.
De motivatiebrief van mijn zoon bestond uit één regel. Het was de kortste motivatiebrief uit de geschiedenis van dit lyceum.
‘Ik wil naar de havo om mijn kansen te vergroten voor mijn toekomst.’
Dat was het. Wat moet je er ook meer over zeggen?

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen