Er zijn in onze buurt erg veel vogels. Door onze tuin alleen al springen kraaien, eksters, dikke duiven, koolmezen, Vlaamse gaaien, en twee dappere merels die jongen hadden in een nestje op de schutting. De jongen zijn weg, het nest is leeg. Dat geeft een raar beeld, leeg en verlaten, maar minder raar dan de foto’s op een buurt-facebookgroep met daarop nestjes met mussenjongen die allemaal dood zijn. De theorie is dat de mussen of koolmezen buxusrupsen eten en dat de veel gif gespoten wordt tegen die rupsjes, en dat eten de vogels natuurlijk ook op. Ik weet er het fijne niet van. Ik heb nog geen buxusrups gezien. Kan zijn dat het gif van de overburen ook bij ons goed werkt. Ik heb ook zelden nog een mus gezien, en dat is wel zorgelijk. De mus, dat is onze huis-tuin-en-keukenvogel. Hij is verdwenen. In Artis keek mijn oudste zoon, toen hij nog klein was, urenlang naar de mussen terwijl er een gapende leeuw achter het hek zat, op een paar meter afstand. De bewegelijke musjes deden hem meer. Ik ga op de uitkijk. Naar de mereljongen, naar de merelouders die misschien helemaal alleen zijn nu, en naar mussen. Naar die rupsen kijk ik niet uit. Dat zijn rotbeesten.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen