Ik ging naar de tandarts, maar hoefde zelf niks te doen. Niet in de stoel, niet mijn mond opendoen, niet het eindeloze wachten tijdens controle, schoonmaken, allerlei geprik en gepor in mijn tanden en naast mijn tanden, en bovendien geen geklaag aanhoren over dat ik beter moet poetsen en stoken en zo.
Mijn twee oudste kinderen moesten wel de stoel in. Ik ging mee. Eerst ging mijn dochter in de stoel liggen. Ik ga wel eerst, zei ze, net iets te blij. Alles was goed, maar een beugel zou misschien niet gek zijn.
Tandartsen hebben dat tegenwoordig standaard op hun repertoire. Deze tandarts was gelukkig wel realistisch. Hij stipte het aan, legde het uit, en wij knikten. Oké.
De vorige tandarts begon al bij binnenkomst over een beugel en als de kinderen hun mond opendeden schakelde hij nog een tandje bij en de verwijsbrief voor de orthodontist in Zuid lag al klaar.
Die beugelbouwer in Zuid hebben we één keer bezocht. Het was een vlotte amicale man die zei: Als je hier niks aan doet dan ligt over een paar jaar alles in puin. Maar je moet het helemaal zelf weten…
Met dat soort praatjes heb ik weinig. Nadenken krijgt geen kans. Doe je niks dan voel je altijd het risico. Maar er wordt geen enkele noodzaak aangegeven. Die tandjes van mijn kinderen zien er schitterend uit, dus voor een beugel moet er echt wel iets aan de hand zijn.
Ik ben van het slag dat moet weten wat er mis is voor er gesleuteld gaat worden. Rijdt een fiets soepel, dan blijf je er vanaf. Gaat-ie piepen, dan smeer je de draaiende delen. Maar het frame verbouwen is een ingreep die iets verder gaat dan enkel kleuren. Ik moet weten: als je het niet recht laat zetten dan gebeurt er dit en dit, op den duur.
Dan kan ik een beslissing nemen.
Bovendien is er ook de afweging: wat doe je ervoor. Anderhalf jaar met een stuk ijzer in je mond lopen, daar moet wel een noodzaak voor zijn. Alleen wat oppoetsen is te weinig. Maar ik heb makkelijk praten, ik ben heel happy met mijn scheve tanden. Mijn eigenheid.
Deze nieuwe tandarts zegt simpelweg dat het puur een cosmetische ingreep is. Duidelijk. Bij mijn hele familie staat de onderkaak iets naar achteren, dus de boventanden vallen iets over de ondertanden. Ook als er niks scheef groeit. Er valt niks in puin, het kan er alleen even net anders uit komen te zien als die tandjes wat anders gesteld worden.
Dat vind ik wel een helder verhaal.
Mijn zoon zei meteen dat hij het er niet voor over heeft anderhalf jaar met een apparaat in zijn mond te lopen voor een beetje een beter sjieker gebit. Hij vindt het wel goed zo. Mijn dochter klapte in haar handen en bleef maar vragen: Gaan we nou naar de ortho, gaan we naar de ortho?
Als jij dat wilt, dan pas ik de verzekering wel aan en gaan we naar de ortho supa cool toch jawel.
Ze glunderde. Thuis liet ze iedereen haar mooie witte rechte tanden zien.
Het staat echt harstikke scheef, zei ze. Ik moet echt een beugel.
Ja, zei ik. Met je fietsenrek.
Deze generatie denkt heel anders over tanden en cosmetica. Vroeger werd je ook nog eens vreselijk gepest als je een beugel had. Dan was er echt is met je aan de hand, zoals een bochel of een enorme grote vergroeide voet waar je speciale schoenen voor nodig had. Dat is niet meer. Gelukkig.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen