Een vriend van me vocht in Uruzgan. Hij kende mijn oom, ook een veteraan. Ze komen uit hetzelfde dorp in de kop van Noord-Brabant, en toen mijn oom overleed was hij bij de uitvaart. Ik hield daar een toespraak. Ik zei hem dat ik de toespraak had ingekort, want er zaten ouderlingen in de kerk en de dominee was nieuw, dus het verhaal van de fiets en het zadel zou ik hem nu wel bij de koffie vertellen. Later zag ik hem een aantal maal bij een groot Harley Davidson-feest in mijn dorp, waar ik met een vriend uit Amsterdam naartoe ging. Wij zeiden tegen de veteraan, die helemaal op zijn plek was tussen die ruige lui, de opgepompte mannelijke energie, de brommende motoren, de rock en roll en de grote hoeveelheid bier: ‘Wel een leuk feest, voor een homofeest.’

Dat is de omgang met deze jongens: direct, vriendschappelijk, grappig, en vooral ook relativerend en een sfeer waarbij iedereen in zijn waarde is. Hij stuurde me teksten, proza over zijn uitzending naar die provincie van Afghanistan. Het contact met thuis beschreef hij heel mooi, in een verhaal dat helemaal niet ging over de woestijn of de missie, maar waarin hij zijn moeder aan de telefoon heeft. Ze is bezorgd. Ze vraagt hem of ze de compound nog af geweest zijn, want binnen de muren van de compound is het veilig, daar buiten is er direct gevaar. Iedere keer zegt hij tegen zijn moeder: ‘Nee hoor, we zijn nergens naartoe geweest.’ Die kleine leugen, die er voor is om zijn moeder geen zorgen te laten hebben, tekent dat verhaal en het besef van militairen dat ze gevaarlijk werk doen en dat ze naasten hebben.

Die verhalen zijn ook te lezen in Zwarte vogel, van Niels Roelen. Een verhaal over de vriendschap tussen twee oud-militairen die na uitzending, de een naar Kosovo, de ander naar Cyprus, elkaar weer treffen, terug in Nederland. Immo, in zijn trainingstijd Maldini genoemd, naar de verdediger van AC Milan, vanwege zijn postuur en krullen, werpt bij de eerste judoles de instructrice op de mat, tot twee keer toe. Direct weet de lezer wie Immo is, hoe hij handelt en denkt, en ook dat hij soms te ver kan gaan. Zonder dat allemaal uit te schrijven laat Roelen de lezer voelen (sorry voor de rijm) hoe een missie van invloed is op het leven na die missie. Moeilijk om te lezen, want dit is het verhaal van psychische schade, en lezers die mijn laatste roman kennen begrijpen dat ik daar helaas ook wel iets vanaf weet.

Ik sprak Niels in september op de Nieuwmarkt. We wisselden boeken uit (de auteursexemplaren van mijn tweede druk had ik nog niet binnen, dus Niels kreeg voorlopig eerst een ander kunstig boekje). We dronken koffie. Ik ging lezen. Net als in het proza van mijn vriend uit Brabant las ik bondig en sterk proza over kameraadschap die verder gaat dan een eenvoudige verbondenheid omdat je nu eenmaal buren bent, elkaar kent van school of van de voetbalclub. Een militaire verbondenheid gaat over vertrouwen. Een missie is; volledig vertrouwen. Dat wordt getraind, dat wordt uitgevoerd, dat is er. Psychische schade is er ook, bij de een meer dan bij de ander. Vriendschap wordt daardoor bemoeilijkt, het vertrouwen verandert niet.

Daarom lees ik de verhalen van Phil Klay, van Kevin C. Powers, van Nico Walker, van Niels Roelen. Om voor even dichtbij die verbondenheid te kunnen komen. Iedereen die een mening heeft over militairen, missies, uitzendingen, trainingen zou eerst de boeken van deze schrijvers moeten lezen. Meestal geldt voor literaire romans dat ze weinig toevoegen aan een debat of een opinie of een houding in de samenleving; deze boeken geven aan wat de meeste militairen of veteranencomités of ander betrokkenen niet kunnen: die verbondenheid iets dichterbij de leek brengen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen