Een goed verhaal heeft geen inleiding nodig. Toch bracht tijdschrift The Paris Review met Object Lessions een verzameling verhalen met inleidingen. Voorwaarde is echter dat de auteurs van de inleidingen de verhalen als lessen beschouwen, zo ziet The Paris Review deze bundel. Geen tips, geen regels, geen restricties, zoals The Paris Review nooit auteurs restricties oplegt wat betreft het aantal woorden van proza, nooit een beweging wilde zijn en ook geen eenduidige manier van het vertellen van een verhaal aanhangt. The Paris Review presents the art of the short story is de ondertitel. Door met een open blik te focussen op de kunst van het korte verhaal is Object Lessions is een sprankelende en waardevolle bundel.

Voordeel van een bundel is dat je zelf de leesvolgorde kunt kiezen. Ik bekeek de inhoudsopgave. James Salter en Raymond Carver zijn oude bekenden, die las ik eerst. Dave Eggers nam de inleiding van Salters verhaal Bangkok op zich. Hij stelt het verhaal een ‘nine page master class in dialogue’ is. Zo’n tyoering zegt me niet zo veel, de lessen die Eggers uit het verhaal haalde wel. Zo is in dialoog belangrijk dat een van de twee personages (in dit geval Hollis) eigenlijk niet wil zijn waar de scène plaatsvindt, en gaat Hollis toch door met praten. Ongemak, dat is de kortst mogelijke samenvatting van een sterke dialoog. Dat is bruikbaar. Al meteen bij het lezen van deze zinnen wil ik de roman waar ik nu zelf aan werk doorlopen op slappe dialogen, die zijn nu nog talrijk. Salters verhaal dat volgt is inderdaad een bijzonder sterke dialoog die steeds wringt.

David Means geeft een mooi betoog voorafgaande aan het verhaal van Carver over wat een geweldig verhaal moet bieden: ‘We’re left with more questions than answers, and more answers than questions; therefore, the paradoxical quality of a good story is that it seems to give us everything we need and yet not quite enough to fulfill a sense of having been shown a full life.’ Alles wat de lezer nodig heeft en toch geen compleet inkijkje in een leven. Means vergelijkt een kort verhaal met oude mythen en volksvertellingen en met moderne vertelcultuur in popliedjes en reclames.

Goed gezien, al die vormen hebben tempo en zijn overdrachtelijk sterk. Een schrijver moet natuurlijk geen liedje imiteren, de intensie van een goed popnummer kan ook uit een verhaal spreken, beter dan uit een roman. Lukt dat, dan heb je goud. Het verhaal van Carver (Why Don’t you Dance) bevat een flink aantal dubbele witregels (space breaks). Means noemt volledig terecht de laatste witregel het geheim van dit verhaal. Dat detail benoemen is ijzersterk, want die witregels bepalen het ritme van het verhaal, zeker die laatste.

Ali Smith noemt het effect van de verhalen van Lydia Davis ‘homeopathic’. Een vreemde typering, want homeopatisch doet mij denken aan nepmedicijnen. Smith herstelt zich door te zeggen dat de erg korte verhalen van Davis een compleet denkuniversum in zich hebben. De tien verhalen die Davis schreef toen ze Flaubert vertaalde zijn bondig en hard en geven inderdaad een complete denkwereld. Een van de verhalen beslaat een halve pagina en gaat over een doktersvrouw die overleed. Op die dag worden er bloemen bezorgd bij haar huis, door de vrouw zelf besteld, en de slotzin luidt: ‘O Shakespeare.’ Dat is alles.

Makkelijk lijkt Jeffrey Eugenides zich er vanaf te maken als hij in de inleiding bij een mooi verhaal van Denis Johnson een open deur intrapt: ‘A short story must be, by definition, short.’ Verderop zegt hij dat je in tegenstelling tot bij het schrijven van een roman bij het schrijven van een verhaal de vraag moet beantwoorden wat je weg moet laten. Dat is onzin, romanschrijvers vergeten dat juist vaak en daar worden romans wel dik maar niet beter van. De perspectiefwisseling na de tweede alinea in Johnsons verhaal slaat Eugenides over. Hij vindt wel de kicker, zoals hij de uitsmijter noemt die volgt na een stuk over een auto ongeluk. De verteller zegt simpelweg: ‘I didn’t care.’

Het korte verhaal is een bijzonder genre. Korte spanningsboog, bij de lezer gebeurt veel in een minimale hoeveelheid tekst. Kort, spannend, de lezer buiten adem na iedere alinea. Verhalen zijn – als ze goed zijn – spannend om te lezen. Ben Marcus zegt in zijn inleiding bij Several Garlic Tales van Donald Barthelme: ‘It’s delicious to read him, but scary too.’

Object Lessions is een mooie selectie verhalen die stuk voor stuk als les kunnen dienen. Die opzet werkt.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen