In recensies is Onder de mensen van Mathijs Deen vergeleken met Boven is het stil van Gerbrand Bakker, wat maar weer eens duidelijk maakt dat er te vaak over boeken geschreven wordt als over eendimensionale producten. Het ene boek gaat over een boerenzoon dus het andere boek over een boerenzoon moet daar wel op lijken. Hetzelfde presteerde het boekenpanel van DWDD dat Godin, held van Gustaaf Peek vergeleek met Vijftig tinten, want ja, er komt ook seks in voor. Buiten de setting op het platteland hebben Onder de mensen en Boven is het stil amper overeenkomsten.
In Boven is het stil vertelt de hoofdpersoon heel vlot en helder voor de vuist weg in de tegenwoordige tijd wat hij ziet en doet en voelt. Bakker laat zijn boer vertellen. In Onder de mensen is het Deen zelf die als verteller heel slim laat zien en vooral niet laat zien wat er gebeurt, ook in de tegenwoordige tijd. Steeds weer schakelt Deen handig terug naar de verleden tijd, steeds een inkijkje in wat er hiervoor gebeurd is. Een sterke dwingende verteller die veel controle heeft, als een sobere camera, en bijna het tegenovergestelde van de emotierijke boerenverteller van Gerbrand Bakkers debuut. Maar ja, de omgeving blijft een boerenomgeving, dus de vergelijking is gauw gemaakt, al moet erbij gezegd dat Onder de mensen bijna tien jaar voor Boven is het stil verscheen, onder de vreemde titel Moeder doen, dus eigenlijk hadden in de eerste recensies van Boven is het stil vergelijkingen met dat boek moeten staan, en niet andersom. Maar ja, succes gaat voor.
Onder de mensen zal vast en zeker ook vergeleken zijn met Boer zoekt vrouw. Deze tv-hit is weliswaar al ouder dan Boven is het stil, en in Deens boek plaatst een boer een contactadvertentie, maar dit boek was eerder. Ook in dit geval geldt: succes gaat voor. Ik vind het vooral leuk dat er in deze roman guldens voorkomen, en briefjes van vijfentwintig. Mijn zoon van veertien snapt daar niks van, die denkt dat het over de middeleeuwen gaat.
Het wringt in Onder de mensen stevig, tussen de boerenzoon en de vrouw die op zijn boerderij terecht komt, omdat ze bij ze zee wil wonen. Boeren kijken niet naar de zee, dat is bekend. ‘Wat heb jij toch met de zee,’ verzucht boer Jan op een manier en toon die doet denken aan – en dan toch een vergelijking – Alex van Warmerdams Abel, vooral de scène waarin de ouders van Abel met hun zoon afspreken dat als er een vrouw op bezoek komt ze muziek op zitten zetten, dan kunnen Abel en de vrouw dansen, en dat de vader als teken over zijn neus zal wrijven, maar als het moment daar is en de vader geeft hem het teken, zegt Abel: ‘Wat zit je nou de hele tijd aan je neus.’
Dat zijn de toon en setting van deze mooie kleine roman, erg sterk geschreven en volledig verteld vanuit de eerdergenoemde controle, van een camera die precies het juiste registreert om het verhaal te vertellen en om de opgeroepen beelden bij de lezer aan te laten komen. Jammer dat Moeder doen twintig jaar geleden zo weinig gedaan heeft, ik kende de titel wel maar las het boek destijds niet. Wellicht dat de heruitgave onder deze betere titel beter blijft hangen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen