Ik las een stukje in de nieuwe, erg dikke, roman van Hilary Mantel, en dat boek leest bijzonder goed. Eerste zin:
‘Als de koningin eenmaal is onthoofd loopt hij weg.’
Na een lange lijst van personages en de onvermijdelijke stamboom komt Mantel direct met een onthoofding in de eerste zin, en haar hoofdpersoon die hem smeert.
Kort. Sterk.
Maar twaalfhonderd pagina’s, dat schrikt erg af, maar het boek is opgebouwd uit zes delen die dus alle zes ongeveer tweehonderd bladzijden beslaan. Je zou het dus kunnen zien als zes boeken. het is zelfs het slotdeel van een trilogie, maar daar zal ik het helemaal maar niet over hebben.
Wat ik me afvroeg: een heel erg dik boek, of zes boeken, over Thomas Cromwell, een minister onder Koning Henry de Achtste in het Engeland van de zestiende eeuw, kan dat alleen in Engeland?
Een andere vraag: kan er in Nederland een boek geschreven en uitgegeven en gelezen worden over bijvoorbeeld de raadspensionaris van de Staten van Holland, ook in de zestiende eeuw? Over Johan van Oldenbarnevelt dus.
Je maakt mij niet wijs dat het levensverhaal van Cromwell interessanter is dan dat van Van Oldenbarnevelt. Ik ben in ieder geval erg huiverig om over ene Cromwell te gaan lezen, zeker als het me weken zal kosten. Dus ik wil eigenlijk een boek over iemand die wat dichterbij staat.
Een beetje zoeken en ik kwam al gauw bij het antwoord: dat boek is er al: De advocaat van Holland, van Nicolaas Matsier.
Mijn vragen blijven echter onbeantwoord.
Waarom loopt iedereen direct weg met een Engels boek over een of andere ouwe kerel, en kent niemand de roman die Nicolaas Matsier vorig jaar publiceerde over Johan van Oldenbarnevelt?
Op de laatste donderdag voor de lockdown zat ik in een klein café achter het Vondelpark en las een Engelse jongen aan de bar de Engelse versie van Mantel. Dat kon ik wel begrijpen, een historische roman over een Engelse politicus, allemaal prima, je kunt er maar zin in hebben. Maar dat zo’n baksteen van een boek in vertaling direct de bestsellerslijsten inwalst terwijl de Nederlandse variant vrijwel onzichtbaar verscheen en nooit de verkooplijsten halen zet wel aan het denken.
Is het de Engelse trots, die zelfs overwaait naar Nederland, of is het de weerzin in vaderlandse geschiedenis? De boeken vergelijken lijkt me onzinnig, en ik heb in allebei de boeken te weinig gelezen om daar iets zinnigs over te zeggen, het gaat me om de lancering en de ontvangst, het bereik.
Zit het Nederlandse leespubliek met de afschuwelijke verfilming van Michiel de Ruyter in het achterhoofd, een dramatische film die bij geen enkele Nederlandse interesse in onze geschiedenis zal opwekken. En waarom kunnen Engelsen dat wel?
Lezen brengt al gauw antwoorden. Het verschil: de openingszinnen. Matsier begint zijn roman met:
‘Hij is al een poos op, Oldenbarnevelt. Het licht van eind augustus heeft hem zonder pardon gewekt. En niet alleen hem. Ook zijn goede vriend Wtenbogaert was er heel vroeg bij vandaag. Om zeven uur was de predikant al even langsgewipt. Achterom. Zoals dat intimi vergund is. Waarom zo vroeg? Het bleek te gaan om overhandiging van zijn laatste pennevrucht…’
Geen idee waarom hij Johan van Oldenbarnevelt zonder ‘van’ enkel Oldenbarnevelt noemt en waarom er een man is met de vreemde naam Wtenbogaert. Misschien is het dan een roman. Misschien is daarom pennenvrucht wel geschreven als pennevrucht – het is een roman.
Ook heb ik geen idee waarom tot vier keer toe herhaald moet worden dat hij al een poos wakker is, dat het vroeg is, dat er om zeven uur…, zonder pardon. Het zal wel erg belangrijk zijn, die pennevrucht. Trouwens een woord dat de Nederlandse lezer meteen vertelt: daar gaan we hoor, op naar het verleden. Dus laten we maar lekker een heleboel ouwe vreemde uitgekauwde en tuttige woorden gaan gebruiken.
En belangrijker: laten we met de onthoofding maar even wachten tot het einde van het boek, zo neem ik aan, als Johan van Oldenbarnevelt uiteindelijk zelf onthoofd gaat worden – dat verhaal is bekend.
In de kritieken werd de roman gekraakt, Maarten ’t Hart nam het op voor dit boek, omdat het een uitdaging is te proberen in het hoofd van zo’n bekende historische figuur te kruipen, want dat heeft Matsier gedaan. Hij mijmert zich een weg door het hoofd dat beter maar meteen van de romp gehakt had kunnen worden.
Het is allemaal onvoorspelbaar hoor, met boeken. Maar zinnen in proza zijn wel voorspelbaar. De opening van Matsiers boek is slap en het boek deed totaal niks. De spiegel & het licht knalt meteen in de eerste week al wel, en dat komt, zo is mijn theorie, omdat Mantel precies hetzelfde doet: in het hoofd van Cromwell kruipen, maar wel als het kopje van de koningin direct over de planken rolt, op een paar eerste bladzijden die werkelijk geweldig zijn.
Kleine tip dus voor de schrijvers van waarheidsgetrouwe historische boeken: kruip gerust honderden pagina’s in een oud hoofd, maar doet zich een onthoofding voor, begin daar dan direct mee.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen