Als de Notre Dame in brand staat gaat er direct ontzetting door het land, door heel Europa. Ook bij mijn Schrijfcafé, dat die avond plaatsvond. Iemand las het eerste bericht, een zucht.
Vrijwel iedereen kent de kerk, heel veel mensen hebben hem gezien, soms zelfs van binnen. Ik stond voor die kerk toen ik zeventien was, voor het eerst over de grens, en veel later nog een keer zat ik in een rondvaartboot met mijn oudste twee kinderen die ik een weekendje mee had genomen naar Disneyland, daar in de buurt.
Die brand was het verbranden van die herinneringen.
Na de ontzetting, een kleine berusting, wat verdriet en een gevoel van rouw volgt in de moderne (vooral sociale) media tegenwoordig als vanzelfsprekend de verbazing. De vragen. De vergelijkingen. Amper twee dagen na de brand verschijnen er teksten waarin ondoorgrondelijke verbanden gelegd worden, ondersteund door foto’s:
‘Hoe kan het zijn dat voor een kerk – een paar ouwe stenen – in korte tijd ruim 700 miljoen wordt ingezameld om dat ding weer op te bouwen, terwijl in Mozambique kinderen sterven van de honger, het ijs op de Noordpool smelt, er iedere seconde 200 kilo plastic in zee wordt gedumpt en heel veel dodelijke ziektes nog niet overwonnen zijn?’
Die linken leg ik niet zelf, dit is een voorbeeld van berichten die kort na de brand in de Notre Dame onze computerschermpjes veelvuldig vullen. Verontwaardigende machteloze teksten.
Boven een van de verhalen staat: ‘voelt zich verward’. Twee zinnen uit dat betoog:
‘Ik heb de hoop in deze wereld al gelange tijd opgegeven. En deze gebeurtenis versterkt dit alleen maar meer. Laten we ons zorgen maken over de toekomst, over wat we achterlaten aan onze kinderen, over wat we zijn en wat we willen zijn.’
Veel zorgen heeft deze schrijver, en geen hoop meer. Wel schreeuwt hij om gerechtigheid, om dosering. Ook lijkt het erop dat hij de krant heeft opengeslagen en lukraak zaken aan elkaar verbindt. ‘Jammer dat een kerk in de fik staat, de kinderen in Afrika zijn er erger aan toe.’
Dan kun je ook stellen dat het mooi is dat Ajax naar de halve finale is, maar dat het weliswaar toch gaat regenen komende week.
Als ik de Notre Dame zie branden denk ik niet aan honger in de wereld, aan smeltend ijs, aan plastic in zee of aan onderzoek naar ziektes. Ruim negenhonderd jaar cultuur in vlammen, een ijkpunt voor veel mensen, een gebouw van iconische waarde, dat doet meer met mijn gevoel dan – hoe wrang het ook is – hongerleed ver weg en milieuproblemen.
In het facebookbetoog werd de Notre Dame getypeerd: ‘Het is één van de meest populaire monumenten van de Franse hoofdstad, maar het is niets meer dan een gebouw, gemaakt van steen, hout etc.’
Gek toch, hoe een paar stenen en wat hout meer kunnen zijn dan een paar stenen en wat hout. En tegelijkertijd is er honger en gaat er plastic de zee in.
Oorzaken, oplossingen.
Massaal meeleven met een gebouw versus het laten stikken van medemensen. Wat is dit voor een wereld?
Het zou geweldig zijn als de honger in Afrika in een klap weggevaagd kan worden, liefst tegelijk met het plastic in de oceaan, maar ik weet ook dat het bestuurlijke geklungel en de corruptie die vrijwel altijd aan die honger ten grondslag liggen niet zo maar in te ruilen zijn voor correct bestuur en een eerlijke verdeling van middelen; het spenderen van 700 miljoen aan die kwestie is tamelijk hopeloos, net als het verduurzamen van verpakkingsindustrie en het hergebruik van plastic. Kost allemaal wat, heeft amper zichtbaar resultaat.
Het heropbouwen van de Notre Dame heeft prioriteit, zodra je die vlammen ziet. Stel je eens voor dat de Fransen zouden zeggen: ‘Ach ja, oud kerkje. Laat maar fikken. De brandweer moet verderop een kat uit een boom halen.’
Kan niet. Het is de Notre Dame: onze dame.
Zij zal er straks weer staan en zal weer bezocht worden. Reken maar dat de mensen die dit steunen hopen dat er geen honger meer in de wereld is en geen plastic in de zee. Maar die kerk zal er straks weer staan.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen