De basisschool hing vol met grote vellen papier waar teksten onder tekeningen geschreven waren.
We waren op de school met onze zoon van drie, om te kijken of het iets voor hem was. Er was een presentatie met foto’s die vertelden dat er veel aandacht was voor muziek, voor de natuur, voor gezond eten, voor alle religies. Alles was goed geregeld, er werd goed gecommuniceerd, de samenstelling was een mix van alle culturen en dus een afspiegeling van de samenleving, en dus een veelheid en rijkdom van het leven zelf.
Ik luisterde naar het verhaal van de medewerkster van de school. Het was een verhaal dat op alle scholen verteld wordt. Ik bekeek de tekeningen aan de muur. Ik las de teksten onder. Het was een reeks van het project Vreedzame school.
‘We lossen ruzies zelf op,’ stond er onder een tekening waarbij een wit jongetje de wereldbol op zijn schouder heeft en die bol zo vasthoudt dat een donker jongetje er niet bij kan. Dat donkere jongetje is boos. Ik begreep zijn boosheid wel, ik begreep niet hoe de ruzie zelf opgelost ging worden. De tekening gaf niet echt blijk van zelfoplossend vermogen.
Bij het volgende plaatje zit het witte ventje op de wereldbol die een soort enorme zitzak is geworden. ‘We hebben oor voor elkaar,’ was de begeleidende tekst. Mooi, ze luisteren naar elkaar. Op de grond voor de wereldbol zitten het donkere jongetje en een blond meisje. De ruzie is blijkbaar opgelost. Het witte jongetje zit op een troon en houdt zijn hand zo van: ik leg het nog één keer uit. Het donkere jongetje luistert naar hem. Het meisje doet hetzelfde.
Het derde plaatje was van een andere aard. De drie kindjes zitten nu samen op de wereldbol, die iets verder ingezakt was. ‘We horen bij elkaar.’ Het witte jongetje zit tussen met meisje en het donkere jongetje in en heeft zijn armen om hen heengeslagen. Mooi plaatje, ze kijken allemaal blij, al kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat het initiatief tot deze verzoening alleen van het witte jongetje kwam. Hij heeft die andere twee erbij getrokken. Hij bepaalt.
‘We hebben hart voor elkaar,’ stond onder de tekening (nummer 4) waarbij de drie kindjes gezamenlijk de wereldbol, die door het zitten van de kinderen de vorm van een hart heeft aangenomen, opgetild wordt. Het meisje en het donkere jongetje houden in ieder geval de enorm zware wereld in hun handen, hun gezichten tegen respectievelijk Zuid-Amerika en Afrika gedrukt om wat extra steun te geven. Van het witte jongetje zijn alleen zijn beentjes te zien. Altijd spannend, een tekening die een deel van de personages niet laat zien. Het zou in dit prentenverhaal voor de hand liggen dat dit jongetje bij zijn vrienden staat net achter de wereldbol, maar dat hij stiekem zijn handen in zijn broekzakken houdt.
De tekst onder de laatste tekening kon ik niet goed lezen. Wel zag ik dat de drie kinderen nu samen spelen met de wereld. Het donkere jongetje op zijn knieën voor Zuid-Amerika, wat hij aan het doen is was me onduidelijk. Het witte jongetje geeft iets aan het meisje dat ook bij de wereld geknield zit, misschien om de aarde in te richten, dat is toch een van de dingen die mensen doen. Thuis ontdekte ik dat ze een puzzel maken. De wereld is een puzzel, die maken ze samen. Goed idee, maar ik zag iets anders.
Zijn die plaatjes zo suggestief of verzin ik dit er allemaal maar bij?
Het was een verhaal dat door de tekeningen meer opviel dan de andere, met dikke stift geschreven teksten op de vellen papier: ‘Heb respect voor elkaar, vraag hulp aan iemand (durf), neem je verantwoordelijkheid en blijf professioneel, we lossen samen problemen op, we kunnen van elkaar leren, we hebben begrip voor elkaar, we accepteren dat iedereen is wie hij/zij is, we zijn samen verantwoordelijk om de puzzel compleet te maken.’
Dit zijn teksten waar ik op een basisschool moeite mee heb. Ik denk dat deze open deuren niet voor niets opengehouden worden. Ze geven me juist het gevoel dat het op deze school nodig is respect aan te kaarten, omdat er een probleem met respect is.
Of ben ik wantrouwend geworden tegenover goedbedoelde initiatieven met sympathieke opbeurende slogans?
Bij de open dagen van middelbare scholen kwam ik die praatjes ook tegen, vaak op grote vellen papier geschreven, opgehangen in lokalen. Op een school die overdreven pronkte met dit type teksten liepen op de open dag totaal ongeïnteresseerde leerlingen koekjes te snaaien. Ik ben heel blij dat mijn dochter is geplaatst op de school van haar eerste keuze, waar niemand het heeft over respect of samen probleempjes oplossen of dat we iedereen moeten accepteren zoals hij of zij is. Op die school haal je het niet in je hoofd anderen niet te respecteren, en de rest is een logisch vervolg: acceptatie van elkaar en daardoor het voorkomen van problemen.
Hoe meer nadruk op vanzelfsprekendheden, hoe groter die problemen.
Deze basisschool wist mijn achterdochtige houding wel wat bij te sturen, dat geef ik toe. Een geweldig leuk jongetje van groep acht leidde ons na het voorlichtingspraatje rond door de school. Ik had liever zijn complete klas gezien want ik kreeg de indruk dat ik speciaal hiervoor geselecteerd was, maar toch: een erg leuk ventje dat heel vlot en goed vertelde over de lokalen, de lessen, het gebouw, over gym. Hij nam de tijd, was rustig, sprak niet in oneliners maar uit ervaring.
Ondanks het vreemde multi-interpretabele beeldverhaal en de opgewekte open deuren denk ik dat deze school in deze buurt een van de betere scholen is, en dat idee kreeg ik van die ene leerling.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen