In de ruimte waar ik Thomas Verbogt interviewde stond een airco aan, en ik zat precies in die luchtstroom en na een minuut of vijf moest ik mijn neus snuiten. Voor een publiek, dat zeer ruim uit elkaar zat, behalve de stelletjes.
Dat is wat corona doet: het zorgt voor opgelatenheid terwijl dat nergens voor nodig is. Klachten betekent testen, zeggen ze. Ik weet precies wanneer ik dat koudje op voel komen, wanneer het op mijn neus slaat. Ik heb geen test gedaan, ik ben de afgelopen maanden al zeker vijf keer op deze manier verkouden geweest.
Hetzelfde met stofallergie, waar ik de zwaarste vorm van heb. Ga ik kleren passen uit mijn eigen kast, kleren die daar al lange tijd liggen, of erger nog: uit een carnavalskist, dan krijg ik direct last van mijn neus, moet ik een paar keer flink niezen, en moet ik mijn oogdruppels in doen – die heb ik altijd bij me want als schrijver kom je nogal eens op stoffige plekken zoals bibliotheken, boekhandels, ouderwetse cafés.
Dus ik pakte mijn zakdoek, ook altijd bij me, duwde de microfoon een eindje van me vandaan toen Thomas het woord voerde, en snoot mijn neus. Dat herhaalde ik een keer of drie, toen was het wel weer klaar.
In de trein terug nergens last van. Thuis nergens last van. We leven verder.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen