Op de veertiende april van dat jaar verloor Alicia haar moeder en de helft van haar gezicht. De presentatrice kijkt in een van de camera’s, vouwt haar handen samen voor haar buik, knikt kort en als op het scherm achter haar een foto van de jonge Alicia verschijnt herhaalt ze: De helft van haar gezicht.Lees meer »

Ooit kookte Sergio Herman tijdens het filmfestival van Vlissingen, voor publiek en jury. Dat jaar was ik een van de juryleden, onder andere samen met Abdelkader Benali en Michiel Romeyn. We zaten aan een grote ronde tafel. We kregen grote borden met hele kleine hapjes. Michiel en ik wilden een biertje drinken. Dat was nietLees meer »

Bij het laatste huis, waar de verhardde weg ophoudt en overgaat in het pad, stak Iwan zijn arm uit. Het gaat wel, zei ik. Hij liep naast me, bleef achter me wanneer de struiken het pad smaller maakten. Versnelde om een tak voor me opzij te houden. We kwamen bij de bocht, gingen om deLees meer »

Op de boulevard zet Maarten de auto stil. Links van hen ligt de zee, groots en weid. Zijn vader knikt. De zee. Toch wel mooi, lijkt hij te willen zeggen. Maarten weet hoe mooi de zee is. Hij voelt het zout in de lucht tegen zijn mond, zelfs nu hij nog in de auto zit.Lees meer »

De laatste keer dat ik op reis ging zat ik in de langst mogelijke directe vlucht vanaf Schiphol. Naar Buenos Aires is dat, veertien uur vliegen. Ik schreef erover in de krant. Ik ben niet bang voor vliegen, ik ga gewoon zitten. Wel ben ik bang voor de controles op de vliegvelden, voor de tassencontroleLees meer »

Kees blijft achter in de hal van het station, eigenlijk meer een brede tunnel. Hij loopt de andere kant op, het station uit, maar als hij buiten komt ziet hij alleen kantoorgebouwen en een leeg plein daarvoor. Hij loopt weer terug. Bij de boekwinkel bekijkt hij de kranten. Er komt warme lucht uit een roosterLees meer »

juli 1992 Ik probeer me te focussen op de vangrail naast me, de dwarrelende lijn net boven de strook gras, de grens tussen het asfalt en de struiken, de akkers, ma├»svelden, een enkele boom. Het is erg warm, het raampje staat open, mijn elleboog op het portier. Soms is de vangrail werkelijk kaarsrecht gemaakt, overLees meer »

« Vorige paginaVolgende pagina »
Jan van Mersbergen