Er lag een doodgereden vogel op straat, midden op de rijbaan.
Een meeuw vloog boven de weg. De meeuw wilde snoepen van de dode vogel; vogels zijn lijkenpikkers. De meeuw werd bijna geraakt door een auto.
Waar begint dit?
Bij de eerste auto die de eerste vogel aanrijdt?
Bij de meeuw die wil profiteren van de dood van een andere vogel, en de volgende auto die eraan komt, en daarna nog een.
Ligt die eerste vogel netjes in de berm, dan is er niks aan de hand. Nu nam de meeuw het risico, want op de lantaarns en in de berm en op de vangrail zaten nog andere vogels te wachten. Kraaien, eksters. Slimmere vogels.
De auto’s reden af en aan.
Wachtten die andere vogels tot de meeuw geraakt werd?

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen