Die ochtend vertaalde ik liedjes van Black Sabbath. De teksten zijn knettergek. Het deed me goed de deuntjes te horen, of eigenlijk opnieuw horen want ik luisterde vroeger veel naar Black Sabbath.

Er zit iets in de melodietjes, in van vrijwel ieder nummer, dat dwingend is, en de gitaren rammelen op een manier die ik als polderjongen goed kon begrijpen, als fietsen tegen de wind in, en de drums beuken ook lekker door. De teksten, luisterde daar eigenlijk wel iemand naar? Ik brabbelde vroeger wel mee, maar waar het om ging, ik wist het niet. Een greep:

Mijn naam is Lucifer, neem alsjeblieft mijn hand. (Vooral dat vriendelijke ‘alsjeblieft’ vind ik mooi, uit de mond van Lucifer.)

Ik keek door een raam en was verrast door wat ik zag: sprookjeslaarzen dansten met een dwerg. (Hij ziet dingen die er niet zijn, en weet dat hij gek wordt, maar ja, ook al ben je gek, die dingen zijn er ook dan nog steeds.)

Klaar met mijn vrouw want ze kon me niet helpen met mijn gedachten. (Hij heeft het uitgemaakt, want zijn vrouw kon niet in zijn hoofd komen.)

Niemand wil hem, hij staart maar wat naar de wereld, om zijn wraak te plannen, die binnenkort zal komen. (De verstoten robot, gemaakt van ijzer in een groot magnetisch veld, is het zat en zint op wraak. Hadden de mensen maar een beetje naar hem om moeten kijken. De robot blijkt erg menselijk.)

De maan in zilveren bomen valt in tranen neer. Licht van de nacht. (Bijna een haiku, over maanlicht.)

Rode zon stijgt aan de hemel, slapend dorp, hanen kraaien. Zachte bries waait door de bomen, gemoedsrust, hou je gemak. (Langzaam van de zon en de wind in een plaatsje op een vroege ochtend toch weer naar dat sudderende hoofd gaan, en proberen dat te bezweren.)

De muziek van Black Sabbath werd gezien als harde rock, inmiddels klinken de liedjes vrij lief en melodieus, en worden de teksten langzaam poëzie. Dat is een teken dat de tijden veranderen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen