Bij de erg geslaagde literaire avond in de vesting van Woudrichem, of zoals ze daar zeggen: Woerkum, speelden twee muzikanten met gitaar, banjo en mandoline. Het waren Brabantse meezingers en heel goed gespeeld. Op een gegeven moment gaf de muzikant met de mandoline kleine solo’s die me deden denken aan David Rawlings. Dat zei ik na afloop tegen ze: Ik moest denken aan Dave Rawlings. Dat vonden ze een compliment en dat was het ook.
Ik heb Rawlings twee keer zien spelen, samen met Gillian Welch, die dan met haar naam op het programma staat. Welch speelt ook gitaar en zingt heel sober en ingetogen, bezwerend bijna, maar Rawlings is met zijn gitaar volledig de baas over de liedjes. Hij praat met zijn gitaar. Hij stond op het podium met zijn dunne sprieterige beentjes te wankelen en te bewegen op de maat, en hij vulde een coupletje of een deuntje steeds even aan met een klein riedeltje. Een pratende gitaar.
In Woerkum praatte ik twee keer een half uur voor een publiek maar die mandoline vertelde met een paar tonen meer.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen