Ik heb het niet zo op de zee. De zee is groot en zout en onbetrouwbaar, en de bodem is zacht. Het strand vind ik ook niks, daar is geen schaduw en los zand is ook niet de juiste grond voor onder mijn voeten. Pas wanneer de klei bereikt is voel ik me veilig.

Welke plaat ik absoluut mee zou nemen naar een onbewoond eiland, bijvoorbeeld ons eigen Rottumerplaat?

Alleen zijn is doorgaans vreselijk, omringd door zeewater is het de hel. En mij wordt dus gevraagd een enkele plaat uit mijn vertrouwde platenkast halen en dan afreizen naar een van de meest vervelendste oorden die ik me voor de geest kan halen, en die plaat moet het verblijf daar draaglijk maken.

Als ik de ruggen van de CD’s in mijn platenkast bekijk dan klamp ik me bij iedere titel, bij ieder liedje, bij ieder hoesje steviger vast aan de herinneringen die bij die platen horen, zoals een paar laarzen zich vastzuigen aan stevige kleigrond. En die herinneringen horen bij thuis, of bij concerten in de buurt, en heel soms bij een vakantie. De gedachte aan een zandplaat waar de natuur dominant is en het tij meedogenloos, blokkeert het maken van een keuze.

Het antwoord op de vraag wordt een stuk eenvoudiger wanneer die vervelende, door de zee omgeven plek waar ik helemaal niet wil zijn, vervang door een bijzonder aangename plek, waar de muziek die ik graag hoor misschien zelfs live klinkt.

Met andere woorden: Welk concert had ik graag bijgewoond? Dat plaatje gaat mee in de tas.

Nog voor ik werd geboren speelde een jongen van net twintig avond aan avond in clubs de Amerikaanse Oostkust in de staat New Jersey, in Monmouth County op precies te zijn. Een van de plaatsjes waar hij regelmatig speelde was Asbury Park. Een plaatsje van niks. Nog geen twintigduizend inwoners. Inmiddels behoort Monmouth County tot de wijken met de duurste postcode van Amerika, in de jaren zeventig was dat anders. Toen liet een opgepoetste boulevard en een zee waar de zon iedere ochtend uit tevoorschijn kwam de mensen dromen, terwijl op het droge de vervallen pretparken en aftandse gokhallen hetzelfde proberen te doen.  En de mensen worstelen met hun eigen bestaan, dat veelal heel wat minder te dromen biedt. Over zo’n plaatsje en over zulke mensen zong deze jonge muzikant.

Voor muzikanten is Asbury Park geen verkeerde plek, zeker niet voor Rock & Roll muzikanten. Clubs genoeg, goed publiek. Een van de clubs is The Stone Pony, gelegen aan de Atlantische Oceaan. Vanaf de deur is het een paar passen het zand op, het zout tegemoet, en achter die deur speelde Bruce Springsteen avond aan avond zijn vroege liedjes en het Springsteen-album dat de sfeer van die avonden het best ademt is Greetings from Asbury Park N.J..

In deze eeuw is het moeilijk om over Bruce Springsteen te praten als over een jongen, maar toen hij samen met een beginversie van de E-Street Band zijn eerste studioplaat opnam moest hij nog vierentwintig worden.

Op de foto die op de achterkant van de hoes van de Greetings from Asbury Park N.J. prijkt, omrand als een postzegel, heeft Springsteen een vlassig baardje en is zijn haar verwaaid, alsof hij net van de boulevard komt en klaar is te gaan spelen.

 Deze grijnzende jongen ziet eruit als een automonteur, en dat is precies het volk waar hij over zingt. Over Amerikanen met lege koppen en een lege blik, die opscheppen over hun auto, terwijl onderhuids het verlies en de tragiek in iedere zin en bij iedere toon op de loer liggen. Over mannen die het idee hebben dat ze nog stevig met hun voeten op de Amerikaanse bodem staan, maar eigenlijk al wegzakken in de modder van hun leven, soms letterlijk, zoals in een van mijn favoriete Springsteen-liedjes: Lost in the flood:

And I said: Hey, gunner man, that’s quicksand,
that’s quicksand that ain’t mud.
Have you thrown your senses to the war
or did you lose them in the flood?

Greetings from Asbury Park N.J. werd niet Springsteens grote doorbraak. Daarvoor is de plaat te weerbarstig, de teksten te lang en soms te onsamenhangend. In het eerste jaar werden er vijfentwintig duizend kopietjes verkocht. De singles Blinded by the light en Spirit in the night haalden de hitlijsten niet. Deze plaat kondigde wel de belofte van een muzikaal genie aan, en Springsteen maakte die belofte glansrijk waar.

Pas in 1975, na Born to run, werd Springsteen ook buiten New Jersey bekend. Springsteen had toen, als zesentwintig jarige, al meer uren op het podium gestaan dan een doorsnee artiest. Jarenlang speelde hij in die clubs, alsof zijn leven ervan af hing. En niet een klein uur met een toegift, Springsteen maakte avondvullende, volwassen shows. Zijn trots en frustraties, zijn hoop en zijn angsten, zijn liefde en zijn haat, alles wat in zijn jonge leven speelde wierp hij de zaal in, zoals hij dat nog altijd doet, en juist van één van die avonden, zo rond mijn geboortejaar, aan de kust van New Jersey, waar de jonge Springsteen voor een klein publiek in een klein zaaltje speelde, daar zal ik van dromen wanneer Lost in the flood over het eenzame Rottumerplaat schalt, in de hoop dat de stem van Bruce Springsteen het opkomende tij kan keren.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen