In zijn vijfde roman in zestien jaar – iedere drie jaar een boek is naar mijn idee te weinig maar er zijn schrijvers die eens in de zeven jaar een boek publiceren – betreedt Walter van den Berg ogenschijnlijk hetzelfde pad: Amsterdam Nieuw West, een nerd die handig is met computers, zijn moeder, een agressieve ex-stiefvader. Allemaal elementen die we al eerder gezien hebben in zijn werk, maar zoals in het meesterlijke Van dode mannen win je niet, waarin Van den Berg het woord geeft aan de stiefvader die een bondje smeedt met de zoon, voegt Van den Berg in Ruimte bijzonder mooi technisch vernuft toe: hij vertelt over de personages en haalt het verleden terug in verschillende tijden, door elkaar.
Dat lijkt ingewikkeld en dat is het ook als het geen organisch geheel vormt. Dat is de moeilijkheid.
De situatie is niet zo ingewikkeld: Wes heeft een zelfhulpboek geschreven waarin hij andere nerds vertelt dat ze ruimte in mogen nemen, zelfs in moeten nemen. Mensen die geen ruimte innemen omdat ze verlegen zijn of bescheten of op een andere manier onzichtbaar, een nerd-eigenschap, dwingen andere mensen die wel ruimte in kunnen nemen, die er wel willen zijn, omdat juist nog meer te doen. Dat verschil is bepalend. Daarom kunnen nerds geen meisje krijgen. Het werk wat ze doen is bijzonder, hun kwaliteiten ook, maar hun zelfvertrouwen is minimaal. Het boek van Wes helpt daarbij, hij is een nerd-goeroe geworden, zeer succesvol.
Als hij echter tijdens een bijeenkomst een van zijn volgers zegt dat het nog niet werkt, dat hij nog geen meisje kan krijgen, dan zegt Wes: Maak je dan maar een eind aan.
De jongen doet dat.
In het eerste hoofdstukje over Wes in onze huidige tijd, in de andere hoofdstukjes volgen we zijn moeder en hun voorgeschiedenis, reist Wes van Londen waar hij woont naar Amsterdam om in een soort De Wereld Draait Door over zijn boek te komen vertellen. Heel slim komt Wes in contact met een taxichauffeur die verder in de roman belangrijk zal zijn, waar het om gaat is dat de gebeurtenissen steeds net niet helemaal verteld worden.
Wes wordt opgehaald uit de kleedkamer en daarna vliegt hij van Londen naar Amsterdam, wat al geweest is. Omgekeerde volgorde.
Hij loopt achter het meisje aan naar de studio en vertelt dan over het hotel waar een vrouw van hem schrikt. Dat blijkt later de moeder van de jongen te zijn die zelfmoord pleegde, de vrouw die ook aan tafel zat zitten tijdens de talkshow.
Later staat hij weer in de lift van het hotel, voor de uitzending, en komt de bijeenkomst in Frankfurt aan bod waar hij tegen de jongen de grap maakt, die als advies wordt opgepakt.
De lezer schiet heen en waar van de talkshowtafel naar de reis, naar eerdere gebeurtenissen, naar de jeugd, naar de taxi, naar een hotel, en ik kan me voorstellen dat er lezers zijn die hier onrustig van worden, die gaan zoeken, bij wie de twijfel toeslaat – waar gaat dit nou precies over? – en dat is precies wat Van den Berg langzaam voelbaar wil maken, en dat lukt heel goed omdat de volgorde niet rechtlijnig verteld wordt.
De bijeenkomst in Frankfurt waar het mis gaat komt in de tv-show aan bod, maar wordt verteld alsof we daar live bij zijn. Filmbeelden doen dat, op tv kun je schakelen van onze tijd naar een andere en weer terug, en betrokkenen moeten daar maar mee om zien te gaan.
Kortom: het past perfect.
Ik geniet van deze opbouw van het verhaal, van het trage prikken en het onthullen. Verder is iedere zin duidelijk en goed, gebruikt hij zelden vervelende metaforen en bloemrijke taal, hij houdt zich bij de thematiek en de handelingen, en dat is voldoende. Uiteindelijk komt het wel bij elkaar, weet ik. Heb ik vertrouwen in, bij deze schrijver.
De verhouding tussen de moeder en zoon is complex, net zoals de verhouding tussen de ex van Wes en Wes zelf complex is, en de verhouding tussen de moeder van de jongen die als eerste zelfmoord pleegt en haar zoon complex is. Dat komt bij elkaar na een gedegen uitbenen van veel factoren bij personages die op het eerste gezicht eendimensionaal lijken. Onderlinge afhankelijkheid speelt altijd. Het was Wes die huilde toen de stiefvader niet wegging maar juist bij zijn moeder bleef. De jongen voelt nu schuld. Zijn vriendin Bloem maakte hem duidelijk dat Wes onzichtbaar wilde zijn omdat er anders klappen kwamen, met zijn moeder als slachtoffer. Nu Wes een internetgoeroe is raakt hij op dezelfde manier betrokken bij het handelen van anders, maar wie is verantwoordelijk?
Interessante vragen, sociaal ingewikkelde problematiek van zogenaamde lagere sociale klasse, een spiegeling van de jeugd van Wes met onze huidige tijd waarin internet en media veranderd zijn maar ergens ook hetzelfde zijn gebleven – mensen zijn hetzelfde.
Van den Berg schrijft over personages die problemen hebben met vertrouwen, een eigenschap die hij goed kent, als schrijver bulkt hij van het vertrouwen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen