We begonnen bij Centraal Station. De grachten rond, had mijn vriend Jan verzonnen. Prima. We wandelen allebei en dit keer wandelden we samen. We gingen langs Nemo en van daar naar de Hortus en de Hermitage.
Ik had de Schaduwkade nog nooit gezien. Dat is een monument voor de tweehonderd vermoordde bewoners van de Nieuwe Keizersgracht. Toen ik aan die gracht woonde, in de jaren negentig, bestond dat monument nog niet. er zijn naamplaatjes aan een kant van de gracht op de kade gemaakt. De huisnummers corresponderen met de huizen aan de overkant, de namen waren mensen die daar woonden in de oorlog. Het is een bijzonder indrukwekkend monument.
Vreemd, dat ze net om de hoek tegenover de Weesperflat nu een namenmonument aan het maken zijn, wat veel ophef veroorzaakt. Het zou te groot zijn. het idee achter de Schaduwkade is eenvoudig: het laat zien wie er woonden, en wie er gedeporteerd zijn naar de kampen. Het gaat over tijd en plaats.
Door Oost liepen we naar de Ringvaart, in de richting van Amstelstation. Het lijkt een vreemde bezigheid: lopen van het ene Amsterdamse station naar het andere, zeker als je bedenkt dat ik eerst van Lelylaan naar Centraal was gegaan, die rit wel met de trein. Maar het levert ook wat op. Lopend zie je andere dingen. En je voelt na een kilometer of tien je benen wel.
Op CS dronken we een bakje koffie. We keken naar de boten die over het IJ gingen. Een boot heette Juliana, een andere boot Jacoba. Boten hebben altijd goeie namen. In de Amstel lag een boot die Gerrit heette.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen