Om maandagmiddag stond ik op het schoolplein. Handhaving was aanwezig.

Handhaving wordt ingezet omdat het weggetje naar de school uitkomt op een forse parkeerplaats die toch nog altijd te klein is, want een groot deel van de ouders komt met de auto, ook al mailt de school iedere maand vriendelijke verzoeken dat niet te doen. De parkeerplaats is een rondje, via dezelfde weg ga je erop, via dezelfde weg eraf. Als alle parkeerplaatsen vol zijn en alle plekken waar je dubbel kunt parkeren vol staan en de rij zo lang is en auto’s tegen het verkeer in over de afrit op de parkeerplaats proberen te komen dan is het bijna halfdrie.

Er zijn wel eens discussies op het schoolplein. Over de auto’s, over het parkeren, over de bevolkingsgroep die vooral met de auto komt, over allerlei problemen waar ik helemaal niks mee te maken heb, en daarom sta ik fluitend op dat schoolplein. Eerst vond ik het nog wel vervelend dat ik soms goed op moet letten, dat ik er soms met de fiets niet door kan, dat ik soms een portier tegen me aangegooid krijg. Tegenwoordig haal ik net even wat eerder de fiets uit de schuur en ligt mijn tempo lager en groet ik alle auto’s die in de file voor het cirkeltje van de parkeerplaats staan. Handhaving groet ik ook. Als Handhaving een Turkse vader een bekeuring geeft groet ik ze allemaal.

Half drie op het schoolplein, dat is geen moment om je druk te maken, om een auto door een fuik te duwen, om bekeuringen uit te delen. Het is wachten tot mijn zoontje op de eerste verdieping langs het raam loopt, met zijn klasgenootjes, en langzaam de trap af gaat. Het is kijken of hij mij ziet. Hij kijkt dan tegen de zon in, en als hij me ziet steekt hij zijn vinger op en roept de juf. Dan mag hij naar me toe, door het hek. Dan vraag ik hoe het was, dan zegt hij nooit zo veel. Dan fietsen we tussen de auto’s door terug naar huis.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen