Als er een bui over komt zeilen en je de regen ziet tegen de achtergrond van flats uit de jaren zestig met beton en glas en balkons die dichtgemaakt zijn met plastic en die paar schrale metalen bankjes en vuilnisbakken die door moeten gaan voor pleinmeubilair, dan is het Osdorpplein niet de plek waar je het liefst wilt zijn.
En toch, ik zat daar aan een tafeltje in de brasserie op zaterdagochtend en wist: er is geen andere plek waar ik me beter kan voelen dan hier.
De brasserie heet de Serre. Ik ging er alvast naar binnen, de anderen gingen winkelen. Of ik mee wilde de winkel in, maar ze wist het antwoord al. Ik bestel wel vast de koffie. Daar.
Er werken veel mensen in de Serre, achter de bar, in de keuken, in de bediening. Het is een geweldige tent. Iedereen lacht.
Een meisje van de bediening vraagt wat ze voor me kan doen. Ik zeg dat ik even wil zitten met een zwarte koffie. Of ze ook een krantje hebben.
Die meneer daar heeft een krant, zegt ze.
Dan ga ik die krant even afpakken van die meneer, zeg ik.
Ze begrijpt het. Ze laat iemand de koffie maken en komt die brengen. Even later staat er een man bij het meisje van de bediening. Ze zegt: Papa, hebben we nog een krant?
Wat voor krant, en voor wie?
Ze wijst naar me.
Wat voor krant? vraagt hij mij.
Het is zaterdag, dus dan is de Volkskrant de beste optie. Daar zit de boekenbijlage in, op zaterdag.
Ga ik wel even voor je halen, zegt de man.
Even later zijn we compleet. De man brengt mij de krant. Mijn zoontje bestelt fristi. Helemaal zelf. Wij drinken koffie. Ik lees de krant. Het gaat heel hard regenen, maar we zitten binnen. De flats zullen niet gauw veranderen en dit plein zal nooit de sfeer en uitstraling krijgen van een mooi modern stadsplein, maar deze horecatent met de glimlach en de vriendelijkheid doet je direct thuis voelen. Dat is iets wat van heel veel schitterende pleinen met ogenschijnlijk schitterende cafés niet gezegd kan worden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen