Ik haalde twee vuilniszakken wortels en andere plantjes en hei uit de achtertuin, en daarna nog twee vuilniszakken klimop. Dat laatste spul groeit ongelofelijk hard. Alles groeit hard.
Laatst was er ophef over het kappen van een paar bomen, ergens in een Haarlems bos waar een hotel-restaurant bij stond. Die horecatent wilde meer parkeerplaatsen, die moesten er komen op een stukje bos. Er kwam een geweldig protest op gang, zeventien duizend handtekeningen werden opgehaald, waarschijnlijk vrijwel allemaal van mensen die dagelijks in een auto rijden en die auto ook iedere dag ergens moeten parkeren, op plaatsen waar voorheen polder, gras of bos was.
Die protesten waren sentimenteel. Ook automobilisten die zonder schroom dagelijks met hun stukje vervuilend blik ongeveer tien vierkante meter Nederland innemen gaan voor de bijl als er een paar bomen moeten wijken voor hetzelfde doel.
De natuur is niet sentimenteel. De natuur is machtig en alles groeit zo snel. De enige manier waarop de mens kan overleven is door te kappen. Door te snoeien. Door de natuur te beteugelen. En wat gekapt is hoef je niet meer te snoeien.
Alle ideeën die vertellen dat natuur mooi is en belangrijk zijn compleet waar, maar ze gaan voorbij aan de manier waarop de natuur beweegt en vooral groter wordt, waarop de natuur alles verslindt en overwoekert, waarop de natuur ons het leven onmogelijk wil maken.
Snoeien dus!
Alleen al een tuintje van zestig vierkante meter geeft ladingen afval, iedere week. Tuinafval dat er nu nog niet is, is er volgende week wel. De snoeischaar wordt snel bot anders kan mijn zoontje over drie maanden de jungle niet meer door.
Een tuin is een onophoudelijk gevecht. Denk daaraan als protesten tegen bomenkap voorbij komen.
Ik ben trouwens ook erg blij dat ik die grote berk omgezaagd heb. Geen blad of takjes meer in de tuin na het minste vleugje wind. Dat waren ook vuilniszakken vol, iedere week. Daarvoor had ik een vergunning voor, trouwens. Het mocht. Dat ding stond scheef.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen