Tijdens mijn opleiding Cultuur en Beleid, na een tijdje omgedoopt tot Vrijetijdswetenschappen en inmiddels opgeheven, moest ik stage lopen. Ik wilde me niet vastleggen op één discipline. Ik volgde theater, beeldende kunst en film. De letterenvariant bestond niet. Toen ik wilde afstuderen op literatuur en management zei de studieleiding: Dan moet je eigenlijk eerst zelf die tak van de opleiding opzetten.
Dat vond ik net iets te veel werk, dus koos ik voor theater en beeldende kunst. Voor mijn stage zocht ik een plek waar beide disciplines aan bod konden komen. Ik kwam terecht bij Taller Amsterdam. Taller is Spaans voor atelier.
Het was een kunstenaarscollectief bestaande uit Armando bergallo en Hector Vilche, twee kunstenaars uit Uruguay, gevlucht voor de dictatuur in de jaren zeventig, en via Frankrijk in Amsterdam terecht gekomen, in een koetshuis aan de Keizersgracht. Individueel schilderen ze, en ze maakten grote beelden. Samen maakten ze opera’s. Daarvoor werd het collectief uitgebreid met een zangeres, een danseres, een componist, een orkest, acteurs, techniek. De decors deden ze zelf.
Op de begane grond aan de Keizersgracht opereerde een vrouw op kantoor. Ze zat achter een typemachine. Het was in 1992. Er stonden archiefkasten. Alles gebeurde op papier, per post. Voor het maken van kunst en opera’s maakt dat niet uit. In de grote ruimte naast het kantoor werden exposities opgezet.
Armando en Hector woonden boven. Het huis van Armando was één groot kleurrijk kunstwerk. Daar was iedereen welkom voor een borrel. Bij Hector was de etage strak. Ik kom Hector soms nog tegen in de Pijp, waar hij nu woont. Dan groeten we elkaar. Dan zegt hij: My friend are you oké? I read your books.
Van Armando en Hector heb ik veel geleerd. Hoe je je eigen kunstwerken kunt maken, volkomen onafhankelijk van elkaar, en toch kunt samenwerken. Hoe je binnen de structuren en regels een eigen collectief kunt opzetten dat uiteindelijk ver buiten die regels treedt, veel groter is dan dat. Hoe je publiek aan je kunt binden zonder afhankelijk te zijn van de grillen van het publiek – dat wil zeggen: de verwachtingen van het publiek die nooit je werk mogen bepalen. Zoals Bob Dylan op zijn tachtigste nog Blowing in the wind moet zingen, als het aan zijn fans ligt, maar hij is al vele stappen verder.
Armando woont al een tijd in Frankrijk, waar hij schildert. Hector is een oude strijder. In de jaren negentig zei hij: Fuck alle anderen, maak wat je moet maken.
Dat is erg moeilijk, maar dat heb ik altijd onthouden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen