Stoel 14a was vrij maar op stoel 14b zat een man die zeker honderdvijftig kilo woog. Eigenlijk zat de man niet alleen op de middelste stoel, hij zat ook half op stoel 14a en half op stoel 14c. Dus toen Tommy met zijn boardingpas in de hand in het gangpad stond te wachten en de dikke man niet op of omkeek, wist hij niet zo goed wat hij moest doen, zeker niet toen er een vrouw aan kwam die zei: Waar is 14c, waar is 14c?
Hier, mevrouw.
De vrouw wist ook niet wat ze moest doen, al was zij zo smal dat ze er misschien wel bij paste.
De man aantikken of hij even op wilde staan? De man zag eruit alsof hij nooit meer uit de stoel kon komen, ook al waren de twee armleuningen omhoog geklapt. Die leuningen moesten omhoog, anders paste hij er niet tussen.
Laat hem maar zitten, dacht Tommy. Hij kon in het gangpad niet draaien. Maar wat dan? De man vragen een stoel op te schuiven? Dan hoefde hij niet op te staan. En dan kon de smalle vrouw misschien naast hem gaan zitten, in het midden. Dat was een goed idee.
Meneer, wilt u misschien bij het raam zitten? Dan schuiven wij aan?
De man dikke zei niks. Hij bewoog verrassend soepel, schoof over de zittingen naar de stoel bij het raam. Zijn lijf tegen de wand en het halve raampje.
Nu de vrouw nog.
Zou u heel misschien…?
De vrouw keek Tommy aan. Ze zei: Ik zit op 14c.
Ja, maar misschien kunnen we ruilen, aangezien ik iets groter ben dan u?
De vrouw schudde kalm haar hoofd.
In het gangpad verscheen een stewardess. Ze zei: U moet nu toch echt gaan zitten.
Dat probeer ik, zei Tommy.
De vrouw zei tegen de stewardess: Ik heb 14c, maar deze meneer moet eerst gaan zitten.
Tommy durfde de dikke man niet aan te wijzen. Hij zei alleen nog: Ik weet niet of dat lukt.
De stewardess zei: Iedereen zit al op zijn plaats, u houdt de vlucht op als dit zo doorgaat.
Ze liep terug naar de cabine.
De vrouw zei niks meer, ze wapperde met haar boardingpass koelte in haar gezicht.
Tommy schoof langs stoel 14c. Zeker twee derde van stoel 14b werd ingenomen door de enorme man, die het ook nog warm had gekregen, zag Tommy.
Tommy ging zitten, tegen de man aan.
De vrouw gebaarde of hij de armleuning omlaag wilde doen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen