De twee dikke wortels van de berk liggen bij de poort. Ik heb ze losgehakt met een bijl. Ze zien eruit als benen: dik aan de dij en slank aan de kuit. Het lijken ook hammen, als ik ze aan een touw aan de schutting zou hangen.
Berkenbast is ook aan de wortel schilferig en gekleurd, niet wit maar bruin.
Bij het hakken van de hammen vlogen er houtsnippers weg, alle kanten op. Ze lagen tot zeker drie meter van de stronk vandaan. Een keer kwam er een miniem stukje hout in mijn oog. Als een stofje. Ik voelde er verder niks van, ik hakte door. Iedere keer als ik met die boom bezig ben heb ik wondjes op mijn handen, een zere rug, geschaafde elleboog. De boom vecht terug.
Dat kleine stukje hout wordt door een oog weer afgestoten maar dat duurt even, net als stof. Toen we die middag aan tafel zaten bij de notaris voelde ik opeens dat stukje hout. Het zat bij mijn oog aan de kant van mijn neus.
Bomen vechten.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen