Afgelopen week was er een film van Quentin Tarantino op tv: The Hatefull Eight. Ik heb een klein stukje van de film gezien, een schreeuwerige scène in een huis en een man met een geweer die een naakte man een heel stuk door de sneeuw dwingt te lopen.
Op dat moment kwam mijn dochter thuis. Ze had een enge film op Netflix gezien bij een buurmeisje, die nu haar vriendin thuis bracht. Later zou mijn dochter dat buurmeisje weer naar huis brengen, tot halverwege de straat. Zo blijven ze bezig.
Terwijl de meisjes vertelden over hun enge film loerde ik naar de Tarantino-film. Ik vond er geen klap aan. Dat geldt eigenlijk voor alle Tarantino-films die ik zag. Geen klap aan. Soms vraag ik me af of ik de enige ben die dat zo ziet. Iedereen vindt Tarantino geweldig, toch?
Ik probeerde te verzinnen waarom ik naar zijn films kijk. Ergens begrijp ik de tegendraadsheid en de iconische opzet wel, maar is dat wat ik wil zien in een film? Pulp fiction vond ik veel te ingewikkeld. Dat omgekeerde scenario, die afgepelde ui, die slimme volgorde van binnen naar buiten, maar ik vond het ook bedacht en de geroemde dialogen vond ik irritant en de personages riepen geen medeleven bij me op. Ook vond ik de manier van acteren gelikt en de obsessie met geweld deel ik niet. Nu begrijp ik dat ongemak een gevoel is dat deze film op moeten roepen. Het is de opzet. Lekker vind ik dat niet.
Ooit zag ik Inglourious Basterds en Django Unchained, die laatste film zag ik in een vliegtuig, een lange vlucht. Ik vond het erg vervelende films. Vooral het aangemeten accent van Brad Pitt – een erg goeie acteur – stond me tegen en in die andere film zag ik Leonardo diCaprio – ook een erg goeie acteur – op eenzelfde manier kauwen op zijn woorden. De vorm neemt het verhaal over. In iedere scène zit een opzettelijke tegendraadsheid die mij doet verlangen naar ouderwetse commerciële Hollywoordfilms met de bekende voorspelbaarheid en soepelheid die mij wel een verhaal vertellen. Zoals de Netflixserie die mijn dochter had gezien.
Nu komt er een nieuwe film van Tarantino uit. Zelfde acteurs, aangevuld met Al Pacino, budget van 100 miljoen. Ik ga al zelden naar de bioscoop, dit trekt me niet over de streep. Vooral het vooruitzicht een handvol oneliners voorgeschoteld te krijgen die later op verjaardagen door burgermannetjes enthousiast herhaald gaan worden, vind ik beangstigend. Dat voel je in een bioscoopzaal, zo’n zinnetje waar venijnig om gegniffeld wordt en dat, omdat het niet in een stom reclamefilmpje zit maar in een echte Tarantino-film, promotie gaat maken.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen