Soms komisch, soms wrang, soms bizar, bijna altijd relativerend.

Als het nieuws vermeldt dat één op de vier windmolens in de buurt van een natuurgebied komen te staan, is dat dan een paniekbericht, of is er inmiddels zo veel natuurgebied dat het bijna onmogelijk is al die windmolens, die we nodig hebben om dezelfde natuur te besparen, ver van de natuur af te plaatsen?

Als we dan toch maar moeten gaan, naar dat wereldkampioenschap voetbal in Qatar, omdat we onze voetballers hun hobby, die ze professioneel uitoefenen, voor een redelijk salaris, niet willen afpakken en als argument aanslepen dat we alleen als we daar zijn een statement kunnen maken tegen het zo verderfelijke regime, dan gun ik de komende vier wereldkampioenschappen voetbal aan Myanmar, Afghanistan, Haïti en Eritrea.

Als nieuws dat een paar demonstraties op het Museumplein, waar mensen recht op hebben, hoe onbenullig en schaamteloos het ook is, de gemeenschap 5,5 miljoen euro kosten, voor een paar paarden en dure weekenddagen voor politiemensen, dan denk ik terug aan de ergonoom die voor het Ministerie van Volksgezondheid nieuwe bureaustoelen moest aanschaffen, voor tweeduizend mensen nieuwe bureaustoelen met wieltjes en verstelbare rugleuningen zodat iedere ambtenaar goed kan zitten en geen last van zijn polsen of rug krijgt, en iedere stoel kostte 700 euro dus alleen al voor de stoelen was de gemeenschap al 1,4 miljoen kwijt, zonder vervoerskosten. En ze moesten de bureaus ook nog vervangen en die waren dubbel zo duur, en daarvoor waren meer vrachtwagens nodig.

Als ik met mijn zoontje en dochter snoep ga halen bij de supermarkt omdat ze allebei een goed rapport hebben en over gaan naar de volgende klas, een traditie, met extra snoep voor hun grote broer, die ook zijn best doet, en we fietsen op de terugweg aan de linkerkant van het verkeersbord, door het gras, en mijn dochter zegt: ‘Dat doe je al vanaf dat we hier wonen,’ en inderdaad al drie jaar slijt mijn fiets een eigen olifantenpaadje uit, en die fiets zelf wil liever over de verharde weg, ik voel het aan mijn fiets.

Als de vertaling van een eeuwenoude tekst van Dante wordt herschreven en toegetakeld omdat de profeet Mohammed erin voorkomt en die vermelding, van eeuwen terug, tegenwoordig beledigend kan zijn, dan pak ik de vertalingen van mijn Arabische boeken erbij en laat me de verhalen van die werelden vertellen, langzaam en in alle rust, met een kopje koffie, en dan laat ik me toespreken door een tegendraadse stem uit eigen gelederen die we hier juist niet durven te horen, dan blijkt luisteren een rijker middel dan schrappen.

Als de gemeente na jaren vergaderen, plannen ontwikkelen en uitdenken, inspraakavonden, hoor- en wederhoor, het aanpassen van begrotingen, het vrijmaken van geld, de vuilnisbakken in onze wijk op een andere plek gaat plaatsen, waardoor de vuilophaal beter, efficiënter en goedkoper moet worden, een miljoenenproject, dan is er altijd wel een buurtbewoner die straks twintig meter verder moet lopen en zijn vuilnis niet in de container dumpt, maar op straat zet.

Als de wereld stiller wordt in tijden van een coronacrisis, en het geluid van stromende beekjes, zingende vogeltjes en wuivend riet ons opeens weer opvalt en we dat vooral moeten koesteren, blijken de bevers en de reigers de muziek te missen die in de weekenden vanaf de bootjes klinken, ze wachten langs de oever op de muziek die hun aanwezigheid maskeert voor prooidieren, of zelfs de insecten, en het zijn ook nog eens de fluisterbootjes.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen