Wie wil weten hoe het Sovjetregime opereerde en hoe het was om in die maatschappij te leven, ongeveer zeventig jaar geleden, doet er goed aan Kind 44 van Tom Rob Smith te lezen. Het boek werd in 2008 gepresenteerd als thriller en niet zonder succes: een flink aantal kranten riepen het boek dat jaar uit tot thriller van het jaar, onder wie de thriller en detectivegids van Vrij Nederland, waar ik de laatste jaren in de jury plaats mocht nemen en waarvan ik dus van binnenuit weet dat het een redelijk betrouwbaar instituut is, vooral als het om de vijf-sterren noteringen gaat, en daar stond Kind 44 tussen.

Ik kocht het boek vorige maand, toen ik bang was dat de winkels zouden gaan sluiten vanwege strengere coronamaatregelen. Ik fietste naar de stad, stond een tijdje voor de kastjes met thrillers op de eerste etage bij de Slegte en nam een stapeltje boeken mee naar huis, waaronder Kind 44. Het verhaal bleek gebaseerd te zijn op een seriemoordenaar die in de jaren vijftig in Rusland ruim vijftig kinderen ombracht. Voor ik ging lezen zocht ik zijn verhaal op.

Andrej Romanovitsj Tsjikatilo werd de Sovjet Hannibal Lector genoemd, of de Rostov Ripper. In 1994 werd hij ter dood veroordeeld. Hij bekende 56 moorden. Geweld en seks gaan bij hem samen. Impotentie en een vreselijke jeugd schijnen aanleiding geweest te zijn, vooral was deze Tsjikatilo volhoudend en knettergek. Hij kon naar verluid alleen opgewonden raken als hij een kind vermoordde – wat hij dan ook deed. De overheid echter verzweeg lange tijd de moorden, omdat simpelweg onder het Sovjetregime geen misdaad bestond, en al helemaal geen seriemoordenaars. Die bestonden alleen in Amerika, die werden voortgebracht door het hebzuchtige kapitalistische systeem. Een communistische heilstaat waarin iedereen hetzelfde verdiende, waar onderwijs en gezondheidszorg gratis waren en alle mensen vrij waren van motieven om te roven en andere misdaden te begaan, kende geen misdaad.

Die redenering is de basis voor Kind 44. Het boek gaat echter maar zijdelings over deze moordenaar, die volgt pas in het laatste deel, en dat is heel prettig, want Smith weet dat het Sovjetregime veel enger is dan een seriemoordenaar. In die tijd, in Rusland, werd iedereen angstig gehouden door de staat, een moordenaar die totaal verknipt is en alleen opereert maakt wel een paar mensen extra bang, maar aan de totale angst en het wantrouwen dat echt in de mensen zelf huisde verandert hij niet veel.

Hoofdpersoon is Leo Demidov, die werkt voor de Russische geheime dienst. In een mooie doorgeefvertelling laat Smith zien dat een man die moet vluchten omdat hij geschaduwd wordt, de dierenarts Brodski, sowieso schuldig is, omdat hij vlucht. Die vertelling, even tussendoor, begint hij een man die in een schuur wil overnachten, die schuur blijkt van een vriend, die vriend heeft een vrouw die niks weten wil van het helpen van die man, vervolgens komt Demidov in beeld die iemand zoekt, de vrouw verraadt de man die in de schuur sliep, bij het groepje agenten die de man gaan zoeken zit de rivaal van Demidov, de man wordt uiteindelijk gearresteerd. Steeds wordt het stokje doorgegeven, als in een derde persoonsestafette.

Het gaat over schuld. De mensen die de dierenarts helpen zijn ook schuldig, zoals de oude vriend die hem toch onderdak aanbiedt, in zijn schuur. En de vrouw, en hun kinderen. Iedereen. Demidov heeft als taak Brodski op te sporen. Zijn redenering is doorspekt van een ijzeren logica: als je gearresteerd wordt ben je schuldig. Je hoeft alleen maar namen van andere spionnen te geven. Als je gezocht wordt ben je schuldig.

In de eigen gelederen van de geheime dienst spelen weer andere spelletjes. Als Demidov faalt de dierenarts op te pakken staat er zeker een lagere in rang klaar om de hogeren in rang duidelijk te maken dat hij gefaald heeft, want voor iemand in dienst van de geheime dienst niet mogelijk is, dus de kans is groot dat hij dan naar het werkkamp moet.

Op deze manier laat Smith zien dat niet alleen het harde leven in de jaren vijftig in Rusland, waar bizar weinig te eten is en mensen oude botjes verstoppen ons soep van te kunnen trekken als dat echt nodig is, of waar ze een kat mee kunnen lokken, zoals de jongens in de openingsscène doen, om die vervolgens op te kunnen eten, ook laat Smith zien onder welke druk de mensen in die tijd in dat regime leefden. Vertrouwen bestond niet, angst regeerde.

Als Demidov de dierenarts aan het praten moet zien te krijgen en daarbij hulp krijgt van een arts die aan waarheidsserum in de anderen van Brodski spuit, blijkt dat hij toch maar gewoon een dierenarts is. Dat valt tegen. Dat is onmogelijk. Het gelijk staat vast, er was alleen een bekentenis nodig. Die moesten ze zien te krijgen, maakt niet uit hoe.

Fascinerende setting dus, bijzonder decor, zeer geloofwaardig opgeschreven, en terecht op de achterflap vergeleken met 1984 van Orwell. Op een gegeven moment gaat Leo zijn eigen vrouw achtervolgen en schaduwen, een wraakactie van zijn rivaal, terwijl hij zelf ook geschaduwd wordt, heel mooi gedaan in het boek, en het is bijna niet voor te stellen dat deze maatschappij werkelijk bestaan heeft. Hoe kon een jaar of zeventig geleden, zo kort geleden nog maar, een enorm land in de ban raken van deze overtuiging? Die vraag hield me vooral bezig. En de Russen van nu, die zijn dus allemaal een product van die maatschappij, want hun ouders en vooral hun grootouders zijn hierin opgegroeid.

Aan het einde van het boek nemen de thrillerelementen de overhand, het wordt speuren naar de dader en vanzelfsprekend wordt het speuren naar de verbanden. Tussentijds dacht ik te weten wat de relatie tussen die moordenaar en Leo zou zijn: zijn vader was de dader, Vasili was de dader, de politiechef in de Oeral was de dader, een heleboel mensen konden de dader zijn. Uiteindelijk raadde ik het niet. Het verhaal zit heel slim in elkaar en alleen het motief van de werkelijke dader is niet goed te volgen, maar dat moeten thrillerlezers zelf maar uitmaken, daar kan ik niks over zeggen.

Kind 44 geeft vooral een bijzonder treffend beeld van een tijd, van een land, van de personages die daarin opereren. Het beste zinnetje weet Smith te produceren als Leo in een staatsweeshuis komt. In één enkel beeld wordt dat weeshuis geschetst: ‘Alleen de oudste kinderen bleken echter lepels te hebben.’ Meer informatie heb ik niet nodig.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen