Zoals jullie weten ben ik dol op verkiezingen. Juryprijzen zijn leuk, maar daar valt niks van te zeggen en daar heb je zelf geen invloed op, daar hebben mensen invloed op van wie je meestal niet wilt dat ze invloed hebben. Dit maal gaat het niet om een boekenprijs maar om een voetbalprijs: Amsterdamse trainer van het jaar.
Vanzelfsprekend zit mijn trainer bij de vijf genomineerden. Het gaat om Hans Bergsma. De stem van de Amsterdamse velden. Man met een voetbalhart van wie je zou verwachten dat het in deze voetballoze tijden simpelweg stopt met kloppen. Hans is voetbal. Als je met Hans over iets anders praat dan voetbal dan draait hij het gesprek binnen twee zinnen naar voetbal, en als dat niet lukt gaat-ie buiten een sigaretje roken.
Ik heb onder Hans gespeeld. Hij wist precies wat ik kon, gaf me voor de wedstrijd een opdracht en als ik dat naar behoren uitvoerde gaf hij me een negen. Hij gaf iedereen cijfers, hij houdt alles bij. Spelers die wel beslissend kunnen zijn, die wel iets meer techniek hebben dan mijn basistechniek, kregen een moeilijker opdracht, en ook als ze dat goed uitvoerden en zelfs als ze drie keer schoorden, konden ze een onvoldoende krijgen. Dan zei Hans: Die doelpunten had je oma ook gemaakt, je leed ook drie keer balverlies op eigen helft.
Verkiezingen gaan over het onderlinge verschil. In het korte verhaaltje bij de verkiezing staat netjes hoeveel punten ons eerste elftal dit jaar gehaald heeft. Een formidabele prestatie, maar de manier waarop betekent meer.
Hans is een trainer van een rechte lijn, van vertrouwen en van visie. Hij laat een keeper op de zestien staan om diepe ballen te onderscheppen. Gaat dat een keer mis en komt er een tegendoelpunt, dan zal hij zeggen: Mijn schuld, ik heb je daar laten voetballen.
Jaren geleden alweer, in onze campingvoetbaltijd, zaten we in de kleedkamer en maakte Hans de opstelling bekend voor die wedstrijd, en een van de jongens die goed oplette zei: Er staan maar tien spelers op het bord.
Ja natuurlijk, zei Hans en hij wees iemand aan. Hij stond net in de kantine friet te eten.
We hadden die dag geen wissels, speelden de hele eerste helft met tien man, maar Hans ging niet voetballen met een speler die vlak voor de wedstrijd friet stond te eten.
Dit seizoen dus een ruime voorsprong en slechts één nederlaag en een keer een gelijkspel, en dezelfde cijfers met het tweede elftal, dat ook op het kampioenschap afstevende tot corona voetbal onmogelijk maakte en de knvb voorlopig besloot geen promotie en degradatie toe te passen. Dat is een ander verhaal. Een trainer die het tweede elftal erbij doet en bij een ruime zege op een laag geklasseerd team uit de dug-out springt wanneer een jongen die lang geblesseerd was scoort en welgemeend klapt, niet alleen voor die goal, maar voor maanden revalideren, die trainer weet precies wat voetbal nodig heeft: een harde lijn maar wel met het hart.
Dat is Hans, en nu staat hij dus in een mooi rijtje van Amsterdamse trainers en kun je hem naar de top drie stemmen. Doen! Dank u!

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen