In de winter van 2012 kreeg ik via twitter een berichtje van Frans Pollux: in mijn mailbox lag een muzikale verrassing. Ik schakelde meteen over naar mijn mail, opende het bestand. Het was een liedje dat hij geschreven had naar aanleiding van mijn vastelaovesroman: D’n euverkant van de nach. Met de roman wilde ik een bijdrage leveren aan Carnaval, en persoonlijk scheidingsverhaal dat daarnaast iets vertelt over het mooiste en meest emotionele feest van ons land. Inmiddels is het liedje bekender dan de roman. Muziek gaat voor, komt direct binnen, kan tijdens het feest gedraaid worden, kruipt in de hoofden van de mensen, in hun gevoel. Als dit liedje op de laatste dag om middernacht bij het Muts Aafzette gedraaid wordt en de Prins met zijn adjudanten sjoenkelt zoals de afgelopen jaren, en bij hen de tranen komen omdat deze mooie dagen weer voorbij zijn, dan deint de complete Markt mee en staat er tussen al die mensen een man ook te deinen met tranen en met trots, en dat ben ik.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen