Het was werkelijk mijn beste baantje, en toen ik zeventien was stopte ik ermee: kranten rondbrengen.

Ik had in die tijd geld nodig om een CD-speler te kopen. Een receiver, een cassettedeck en de boxen had ik al, ik moest sparen voor die supermoderne CD-speler. Ik heb het over 1986. Dus toen ik hoorde dat ze iemand nodig hadden om een paar kranten rond te brengen iedere ochtend, ging ik met de mensen praten waar de kranten ’s ochtends op de oprit gedumpt werden. Ik wilde dat wel doen. Ik kreeg zes gulden per keer. Een CD-speler kostte ongeveer zeshonderd gulden. Als ik de helft spaarde en de andere helft uitgaf dan kon ik volgend jaar CD-tjes luisteren op mijn kamer. Dat werd twee jaar, want in diezelfde tijd ontdekte ik dat uitgaan echt leuk was en gaf ik iets meer uit.

In die tijd vroeg een leraar maatschappijleer aan de klas wat iedereen wilde worden. Ik zei: journalist.

Dat ben ik nooit geworden. Wel heb ik dus eerst die kranten rondgebracht en heb ik de afgelopen tien jaar veel voor kranten geschreven, maar ook daar ben ik mee gestopt.

Schrijven voor een krant is vergelijkbaar met het rondbrengen van kranten; je moet even aan de slag, even vroeg opstaan, even een stukje fietsen, even een stukje tikken, maar als dat ding eenmaal in de bus gepropt is of het stukje opgestuurd, dan is het voorbij. Dan is het: op naar de volgende dag. Krantenredacties zijn als de brievenbus de volgende dag. Daar moet weer wat naartoe. Alles wat geweest is telt niet meer, dat is oud papier.

In die modus schrijven is als lopen in een tredmolen.

Dat bezorgen van de kranten op zich was heerlijk werk. Dat lijkt zoals gezegd op schrijven, maar gedacht vanuit toen is de vergelijking opeens positief: ik kon dat werk helemaal alleen doen, ik kon zelf de route bepalen, het tempo, ik hoefde met niemand te mailen, er stond niemand over mijn schouder mee te kijken, en bovendien hoefde ik nooit maanden op mijn geld te wachten.

Wat vooral bijzonder was, en dat heb ik bijgehouden: slechts een keer of vijf per jaar regende het. Ik hoorde vaak dat het bezorgen van kranten slecht werk was vanwege het Hollandse weer, maar dat viel dus ontzettend mee.

Als je voor de krant schrijft motregent het altijd. En ook al zit je binnen, het voelt onbestemd. Je denkt, als je naar buiten gaat, ik hoef die jas niet aan…

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen