Twaalf worden op de twaalfde, dat doet mijn dochter vandaag.
Ik heb één dochter. Iedere vader zal over zijn dochter vertellen dat ze bijzonder is, en daar ga ik geen wedstrijd van maken. Het gaat om de verbondenheid die voor iedere vader met een dochter uniek is, ook vooral uniek omdat vaders en dochters de meest uiteenlopende tegenpolen zijn.
Mijn oudste zoon en mijn jongste zoon begrijp ik zonder veel te hoeven zeggen, ik begrijp wat een jongen voelt en waarom hij doet wat hij doet.
Van mijn dochter begrijp ik vrijwel niets.
Ik begrijp niet waarom ze zo lang onder de douche staat en daarbij muziek opzet. Ik begrijp niet hoe je op een balk een turnoefening kunt doen en ook niet hoe je uit stand een radslag kunt maken zonder je handen op de vloer te zetten. Hoe kan dat? Ik begrijp niet waarom ze gevoelig is voor haar vriendinnen en wat die meisjes doen en zeggen. Ik begrijp haar fysiek niet, en ook niet hoe een meisje van twaalf zo sterk kan zijn. Ik begrijp niet dat een meisje van twaalf bijna een volwassen vrouw kan zijn en een minuut later is ze weer een kleuter.
Toch ben ik iedere dag dichtbij haar, al begrijp ik het herhaaldelijke gebedel om een knuffel ook vaak niet. Ik ben bij haar. Ze heeft veel zorgen gehad en nog steeds, en ook daarin ben ik bij haar en zal ik proberen die zorgen op te vangen of weg te nemen. Ik ben bij haar en zal dat nog heel wat jaren zijn, tot zij nergens meer om bedelt en ik alleen nog maar kan proberen enigszins dichtbij haar te zijn, want dat is het lot van een vader, die hoort de brommers de straat al inrijden.
Ik ga vandaag taart voor haar halen.
Gefeliciteerd mijn meisje.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen