Bijna altijd als ik kritisch ben over een vertaald boek krijg ik als reactie: ‘Het ligt aan de vertaling.’

Laatst schreef ik over een thriller van Jo Nesbø. In het stuk laat ik zien welke vertelkeuzes de schrijver maakt, hoe hij in dialogen anderen laat vertellen, hoe de opbouw van een scènes is en wat dat voor effect heeft op de lezer, allemaal zaken die in een vertaling niet anders uitpakken, want vertalers zijn trouw aan het origineel. Hoe ik dat ook duidelijk probeer te maken, altijd ligt het aan het omzetten van origineel naar Nederlands. Vertalingen genieten blijkbaar minder vertrouwen dan een bekende Scandinavische thrillerschrijver.

Nu kreeg ik een paar weken terug een mooi kastje met daarin werk van Henry Roth, een paar originele uitgaven in het Engels en een vertaalde versie van Call it sleep. Dat boek had ik al in vertaling, maar dan een oudere versie. Ik las de openingszinnen van beide vertalingen en werd getroffen door de verschillen. Eerst het origineel:

‘The small white steamer, Peter Stuyvesant, that delivered the immigrants from the stench and throb of the steerage to the strench and throb of New York tenements, rolled slightly on the water beside the stone quay in the lee of the weathered barracks and new brick buildings of Ellis Island.’

Deze zin vertelt me meteen waarom ik vertalingen lees, want ook al is het Engels van Roth op het eerste oog niet zo moeilijk en begrijp ik ongeveer waar het over gaat – ik lees over immigranten en over Ellis Island, over barakken en bakstenen, en over een boot – ik begrijp zeker niet alles. Alleen al in deze eerste zin staan vijf woorden die ik niet ken of waar ik niet precies de betekenis van weet: stench, throb, steerage, tenements en lee.

Ik weet dat veel lezers beter Engels kunnen lezen dan ik, maar of de lezers die doorgaans klagen over kwaliteit van vertalingen deze woorden kennen, echt kennen zoals ik Nederlandse woorden ken, betwijfel ik. Ze zullen het niet graag toegeven, maar ik denk dat de Nederlandse lezers die graag in het Engels lezen van deze eerste zin ook de helft niet begrijpen. In ieder geval: ik ben blij met een vertaling. Eerst de Noem het slaap die ik in de kast had staan, vertaald door Beccy de Vries, in 1966:

‘De kleine witte stoomboot, Peter Stuyvesant, die de immigranten uit de stank en het gebonk van het tussendek afleverde in de stank en het gebonk van New Yorkse huurkazernes, schommelde zachtjes op het water aan de stenen kade, in de beschutting van de verweerde barakken en nieuwe bakstenen gebouwen van Ellis Island.’

Dat is een zin die ik wel helemaal begrijp – veel dank aan de vertaler. Dus stench is stank en throb is gebonk. Tenements zijn huurkazernes. Lee is beschutting. Ik leer al veel na het lezen van één zin. Dan de andere editie van Noem het slaap is in 1996 vertaald door René Kurpershoek, en dat is dezelfde zin als het gaat om constructie en sfeer, de woordjes zijn wel totaal anders:

‘De kleine witte stoomboot, Peter Stuyvesant, die de immigranten uit de stank en het leven tussendeks afleverde naar de stank en het leven van Newyorkse armoehuizen vervoerde, deinde licht op het water naast de stenen kade, in de luwte van de aftandse barakken en nieuwe bakstenen gebouwen op Ellis Island.’

Na die kleine witte stoomboot is bijna ieder woord is anders! Gebonk is vertaald als leven, dat is iets heel anders. Bij het gebonk van een tussendek denk ik aan de bonkende stoommachines, niet aan leven. En zo zijn er meer keuzes:

de stank en het gebonk – de stank en het leven
van het tussendek – tussendeks
afleverde in – vervoerde naar
New Yorkse huurkazernes – Newyorkse armoehuizen
schommelde zachtjes – deinde licht
aan de stenen kade – naast de stenen kade
in de beschutting – in de luwte
verweerde barakken – aftandse barakken

Het zal het verschil in tijd zijn, dertig jaar later maakt een vertaler andere keuzes. Toch kan ik deze Nederlandse zinnen allebei goed lezen, beter dan het origineel. Ik zou nooit kiezen voor ‘afleveren’. Ik vind het ‘vervoeren naar’ ook niet echt mooi, maar dat is wel wat die boot deed. In het origineel staat delivered, en dat is leveren, zoals met de post. De keuze voor ‘vervoeren’ staat verder af van dit origineel uit 1934. Misschien dat het verhaal hetzelfde is, maar dat zegswijzen nu eenmaal veranderen, en het formele afleveren mag best in een wat vlotter vervoeren veranderd worden.

Opvallend zijn de voorzetsels: aan de stenen kade of naast de stenen kade? De boot schommelde of deinde. Ik zou kiezen voor deinen, want dat doet een boot voor mijn gevoel op het water, maar schommelen bekt beter. En ligt de boot aan of naast de stenen kade? Anders geformuleerd: Ligt de boot naast de kade of ligt het water aan de kade? Is beschutting niet een beter woord dan luwte?

Veel vragen naar aanleiding van één zinnetje. Ik weet de oplossingen niet, deze kwesties laat ik graag aan vertalers over, een zeer eervol en mooi maar ook een erg moeilijk en ondankbaar beroep omdat er altijd kritiek komt als het vertaalde origineel brak is.

Zo lang ik in de eerste de beste zin van een Engels boek al vijf woorden niet ken, zal ik vertalers dankbaar zijn voor het omzetten van deze tekst naar een taal die ik wel goed volgen kan. Ik roep lezers op eerst te kijken of je zelf het origineel wel volledig begrijpt voor je de vertaler ervan langs geeft.

Die zelfreflectie is moeilijk, bij lezen in de originele taal speelt trots en status. Niet voor niets zeggen mensen heel graag dat ze in het Engels lezen, dat geeft je meer aanzien dan wanneer je zegt dat je zelfs van de eerste zin geen zak begrijpt. Toch is lezen om de status iets anders dan werkelijk een tekst kunnen lezen. Dat laatste heeft geen waarde in een sociale setting waar je kunt opscheppen over lezen in het Engels, het heeft alleen waarde binnen het literaire spel tussen schrijver en lezer.

Stiekem voeg ik hier nog een vierde versie van de zin van Roth toe, gemaakt door Google Translate:

‘De kleine witte stoomboot, Peter Stuyvesant, die de immigranten van de stank en het kloppen van het tussendek naar de stank en het bonzen van New Yorkse huurkazernes bracht, rolde lichtjes op het water naast de stenen kade in de luwte van de verweerde kazerne en nieuwe bakstenen gebouwen van Ellis Island.’

Er valt veel te zeggen voor ‘bracht de immigranten naar’ en ik vind het wel grappig dat throb vertaald wordt als kloppen en als bonzen, maar een boot rolt niet op het water. Ik wil vertalers geen werk ontnemen, maar verder is dit een prima vertaling, uit 2021.

Wat verder nog speelt, aan het begin van hoofdstuk 1 van Call it sleep, is het vertalen van dialect. In het origineel van Roth praten hoofdpersoon David met een vriendje Yussie in vreemd taaltje, zoals bijvoorbeeld na de vraag van Yussie wat Davids vader voor werk doet (Wot’s your fodder’) antwoordt de jongen: ‘Mine fodder is a printer.’ Ik zal niks zeggen over de moeilijkheid van het lezen van dialecten in het Engels door lezers die als moedertaal het Nederlands hebben, ze zoeken het in al hun wijsheid maar uit, ik vond het in ieder geval interessant te bekijken wat er van dit taaltje in de twee Nederlandse versies geworden is.

Beccy de Vries maakte er in 1966 van: ‘Mijn vader is drukker.’ Ze koos dus voor correct Nederlands, maar dit is niet het accent dat Roth geoogde in zijn vertelling. Dertig jaar later vertaalt Kurpershoek deze zin als: ‘Mejn vader is droeker.’ Geen idee welk accent hij in zijn hoofd had, het is wel een betere vertaalkeuze, toch voelt het vreemd een niet-bestaand accent te lezen dat een fonetische weergave is van een vertaald New Yorks accent van vroeger.

Fodder is iets anders dan father, en toch blijft het woordje vader in het Nederlands en in het accent van Kurpershoek hetzelfde. Drukker wordt droeker, dat kan ik volgen want het New Yorkse accent is Duits of Joods, zoals de ouders van David dat eerder al spreken. Ik zou er eerder Amsterdams Jiddisch van maken, dat is zeker wel ergens te vinden en dat sluit goed aan bij de taal die deze personages spreken. Misschien is dat wel wat de vertaler in 1996 bedoelde, dat kan ik niet beoordelen.

Verderop, in hoofdstuk 9 van het eerste deel een passage die begint met ‘Friday. Rain.’ In alle vertalingen hetzelfde, maar daarna volgt: ‘The end of school.’ In 1966 vertaald als: ‘Vrijdag. Regen. Na schooltijd’ en in 1996 als: ‘Vrijdag. Regen. Het begin van de vakantie.’ Het gaat niet om die ene dag maar om de vakantie, want David kan nu lekker thuisblijven en niets doen (in 1966 werd dat nog los geschreven: thuis blijven), de hele verdere middag bij zijn moeder blijven.

Als laatste noem ik een passage die ik alleen herhaal omdat ik hem zo mooi vindt, vooral door het deksel van het kacheltje. Uit beide vertalingen heb ik de beste keuzes overgenomen; zo vind ik bijvoorbeeld ‘observeerde haar’ vreselijk en ‘keek naar haar’ vind ik logisch, en dan krijg je:

‘Hij wendde zich weer van het raam af en keek naar haar. Ze zat aan tafel bieten te schillen. De eerste snee in een biet was alsof het deksel van een klein kacheltje werd opgelicht. Verrassend dieprood onder de schil; haar handen waren ermee bevlekt. Boven haar blauw-wit geruite schort was haar hoofd gebogen, ingespannen bezig met haar werk, haar lippen ernstig opeengedrukt. Hij hield van haar. Hij was weer gelukkig.’

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen