De borrel was op een oude veerboot. Het was heel ver fietsen. De dam waar de veerboot aan lag steekt een eind het IJ in en aan alle kanten lagen bootjes en was er inmiddels veel hoogbouw neergezet zodat je dit gebied totaal niet terug kent. Ooit kwam ik daar wel regelmatig, toen de stadsnomaden nog leegstaande lapjes grond bewoonden met tenten en caravans. Daar waren leuke feestjes, in de jaren negentig. Bij een kampvuurtje zat je dan tussen de struiken. Alles leek ontzettend hard te groeien op die oude havengrond. Er lagen ook wel boten, maar de kades waren gevaarlijk en halfvergaan en eigenlijk kon je daar helemaal niet bij komen. Er stond een oude bus, er was een zelfgebouwd schuurtje waar op een of andere manier elektriciteit was aangelegd, er stonden zelfs brievenbussen en het was al met al een chaotische hippiegemeenschap, ook op die feestnachten. Er was drank uit flessen, geen glazen. Ook niet voor de wijn. Overal hing een lucht van wiet, zweet, verkoold hout. Overal lagen stelletjes tussen de brandnetels. Als hapjes waren er zakken chips van het huismerk van de Aldi. Dus toen ik door dat gebied in de houthavens fietste merkte ik dat de stad heel snel verandert en snel groeit. Nu zijn er alleen tiptop georganiseerde feestjes op bootjes, met veel drank en glaasjes tomatensap en schalen saté, bitterballen en kaasstengels.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen